Oude! Weblog van Henk Medema

december 20, 2013

Kijk: medema is zichzelf weer, nu ook virtueel!

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 10:37 am

Probeer niet op ieder slagveld te strijden. Doe niet mee aan elk spel. Wordt geen deelnemer in elk debat. Zing en dans niet in iedere wedstrijd.

Een goede raad die mijn goede vriend @stephanjoubert uit Zuid-Afrika in een tweet aan z’n volgers gaf. Om er in een andere blog nog weer aan toe te voegen: ik wil niet op zoek gaan naar aantallen volgers, maar ik wil Jezus volgen.

Zo is het, ik sluit me daarbij aan. En als je me wilt volgen…

Beetje later dan verwacht, maar na driekwart jaar is www.medema.nl weer in de virtuele wereld te vinden. Niet meer als website van ‘de’ uitgeverij, die nu door Arie Kok als uitgever wordt bestuurd, binnen Jongbloed Uitgeversgroep. Op deze website ben ik gewoon mezelf, niet meer en niet minder.

 

Lees welke wegen ik vermoed. Een punt: netwerken. Een lijn: media. En een cirkel: de kring van Gods Geest.

Kunnen we samen iets doen? – let’s go4it!

 

In ieder geval: let’s go. Als God een groen verkeerslicht op je weg plaatst, moet je niet blijven wachten.

 

http://www.medema.nl

december 15, 2013

Zonde. Onrecht. Mensenhandel. Slavernij. En zo.

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:03 pm

Wij weten het een en ander van de zonde in ons hart, en van de collectieve zonde die de hele wereld in z’n greep heeft. Jezus, het Godslam, is de enige die deze zonde wegneemt. Wie Hem als Verlosser kent, hoeft niet meer tegen de zonde te strijden, maar is ervan gereinigd.

Maar behalve dat innerlijke bederf is er ook een uitwendige macht, waar wij als christenen wel degelijk tegen moeten strijden. ‘U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet’ (Hebreeën 12 vers 4). Alles op alles zetten in deze strijd tegen de macht van de duisternis! Strijden tegen het systeem van de zonde, het onrecht, en tegen de jammer die erdoor wordt veroorzaakt. Je inzetten met alle energie, in de kracht van de Heilige Geest.

 

Onrecht

Voor de helderheid, dit eerst: juridische regels bestaan naast, maar zijn ook anders dan ethische en theologische normeringen. Iets kan verboden zijn, omdat in de wet staat of uit buitenwettelijke rechtsnormen volgt dat het niet mag. Hetzelfde, of iets anders, kan ethisch (moreel) verkeerd zijn, zonder dat er enige juridische regel over bestaat, bijvoorbeeld je eigen lieve vrouw in het bijzijn van anderen belachelijk maken. En bijbels-theologisch kan iets ‘zonde’ zijn: God spreekt Zich in zijn Woord krachtig tegen allerlei dingen uit die niet altijd juridisch of moreel verkeerd zijn – afgodendienst, bijvoorbeeld.

Wat is zonde? ‘Zondigen is Gods wet overtreden’ (1 Johannes 3 vers 4). Zonde is wetteloosheid. Zelfs meer dan over een streep heen stappen, het is doen alsof er geen streep ís. Het is de corruptie van een leven zonder God en zonder meester, een boosaardige aandrang die sinds Adam diep in het hart van elk mens wortelt, en waarvan verlossing alleen maar mogelijk is door de Verlosser, wiens naam Jezus is.

Wat is moderne, 21e-eeuwse slavernij? Het is mensen behandelen als dingen, die je in eigendom kunt hebben. Wat niet kan, bijbels-theologisch niet, ethisch niet, juridisch niet.

 

De verrotte pijplijnen van de gerechtigheid

Met deze onderscheidingen kan ik uitleggen waarom gerechtigheid een spade dieper steekt dan we meestal denken. Van ‘gerechtigheid’ hebben we vaak een te oppervlakkig beeld gehad. De juridische normen stonden in wet en jurisprudentie. Met een beetje scherpzinnigheid kon je die helder in beeld krijgen. Daarna was het alleen nog maar een kwestie van toepassen.

Ja. Dat had je gedroomd. In die droom kun je leven als je onderdaan bent van een geciviliseerd land als Nederland. Iemand wil me iets boosaardigs aandoen, maar gelukkig, ik ontwaar aan de overkant van de weg een politieman, en ik begin hard te roepen. De boosdoener rent weg, natuurlijk.

Zeker. Zo gaat het in Amsterdam, en in Apeldoorn, en in Abbekerk. Als wij vanuit die plaatsen naar Afrika of Azië reizen, hebben we nog niet eens in de gaten dat het daar heel anders is, want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast.

De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen – trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover één op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven.

Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers’ (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’

december 11, 2013

Mandela en Jezus: verlangen om een beter mens te worden

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:38 am

De regen stroomde met bakken uit de hemel, in het enorme voetbalstadion in Johannesburg, op de herdenkingsdag voor Nelson Mandela’s leven, 10 december 2013. Koningen, regeringsleiders, presidenten, beroemde artiesten vulden de skyboxen, en gewone mannen en vrouwen van allerlei huidskleur dansten dwars door alles heen.

Vrijwel iedereen was het erover wat de beste speech was: die van de Amerikaanse president Barack Obama. Zijn vergelijking van Mandela met de grote helden van de wereldgeschiedenis maakte indruk, maar vooral ook de nadruk op de bescheidenheid en menselijkheid van de ex-president van Zuid-Afrika. ‘Mandela roept in mij het verlangen op een beter mens te worden’  (Mandela makes me want to be a better man), zei Obama.

In Zuid-Afrika ben ik meermalen geweest. Deze ‘regenboog-natie’ fascineert me, met de enorme tegenstellingen die je er vindt, de spanningen en de hoop. Nelson Mandela heb ik nooit persoonlijk ontmoet. Als ik nu, bij zijn overlijden, hoor van de messias-achtige eigenschappen die hem worden toegeschreven, verbaas ik me, en tegelijk herken ik er iets van. Waarbij we natuurlijk ook weten dat deze man een zeer bekwaam politicus was, en daar hoort de combinatie bij van openheid enerzijds, en anderzijds het weten te verbergen van minder ideale aspecten. Bij Mandela was die levensopenbaring zo indrukwekkend, omdat ze verbonden was aan een hoge mate van persoonlijke integriteit. Hij meende het echt, toen hij zei dat hij wel wilde sterven voor zijn volk.

Mensen zoeken naar een verlosser. Als er dan geen Mandela meer is, wie zal ons dan verlossen? In ieder geval maakte Mandela iets wakker in mensen, een sluimerend verlangen naar echt mens-zijn.

Bij wie heb ik dat eigenlijk nog meer? Eerlijk gezegd kan ik er niet zoveel noemen. En degenen bij wie ik iets dergelijks heb, hebben voor mijn gevoel allemaal iets van Jezus.

Het houdt het me wakker, vroeg op de morgen van de dag na die bijeenkomst in Jo’burg. Het is nog donker en koud. Ik lijk echt niet op Nelson Mandela, en bij Christus Jezus blijf ik helemaal mijlenver achter. Maar dat verlangen, dat kriebelt.

Ik blijf doordenken, vandaag en morgen – over Mandela en over anderen, maar vooral over Jezus.

P.S.: je mag me gerust laten weten wat je denkt over die messias-vergelijking, over Nelson Mandela en over Jezus Christus – graag zelfs!

december 5, 2013

ONVOLTOOID: geloofsgesprekken – een recensie

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 11:33 am

Wat als niemand meer weet bij welke kerk hij hoort? Dat is het uitgangspunt van de what-if-story die de verhaallijn vormt van het boek van Heerco Walinga , ONVOLTOOID (helaas identieke titel als het bij Gideon vrijwel tegelijk verschenen boek van Richard Stearns). De auteur heeft z’n boek mogen presenteren op 25 oktober op de Nationale Synode in Dordrecht. Ik zat toen naast hem, en beloofde het te zullen recenseren. Het is een thema, kerkelijke eenheid en verdeeldheid, dat wel zeker past bij deze landelijke bijeenkomst in de stad van de Reformatie.

Een scenario dat bewust ver van de werkelijkheid staat: op Tweede Kerstdag worden de protestants-christelijke inwoners van Rijndam wakker met een collectief geheugenverlies. Ze weten niet meer bij welke kerk ze horen, en dat blijkt later een landelijk gebeuren te zijn. Hoe moet dat verder?

Je kunt het hart van de auteur voelen kloppen, door het hele boek heen, en dan ook nog eens speciaal in het nawoord. Zijn verlangen is dat er een einde komt aan de verdeeldheid in de Nederlandse kerken, speciaal in het protestantse deel daarvan. Het loopt (zonder dat ik het verhaal verder wil weggeven) uit op de oprichting van een plaatselijke OCK, de Ontoerekeningsvatbaar Christelijke Kerk, of de Onschuldigverklaarde Christelijke Kerk, of de Onvoltooide Christelijke Kerk (184).

Het verhaal tussen het begin en het einde is intrigerend. Even heb ik me afgevraagd wat de auteur nu eigenlijk wilde, maar toen dacht ik: dat doet er eigenlijk ook niet toe. Het beeld, in ieder geval, is dat er kort na die Tweede Kerstdag een lange reeks kerkelijke vergaderingen en bijeenkomsten wordt gehouden. Er wordt een moderamen ingesteld, er worden microfoons georganiseerd, er wordt koffie gedronken, er worden agenda’s en stukken opgesteld. Zo zoekt men in Rijndam gezamenlijke wegen in dit collectieve kerkelijke geheugenverlies. De besprekingen gaan in een opvallend goede harmonie, dat zeker. Maar toch…

Hoe zou het nu écht gaan, als zich zo’n ‘catastrofe’ zou voordoen, dat iedereen z’n eigen kerkelijke identiteit kwijt is?

Zou je dan een paar maanden gaan vergaderen, in de beslotenheid van het eigen kleine stadje, en de eigen kleine (hoewel nu onduidelijk geworden) kerkelijkheid?

De gesprekspartners constateren het soms zelf: dat er zoveel theorie naar voren wordt gebracht (123), dat ze teveel naar de verschillen kijken, en te weinig naar de verbindingen (158). Ze realiseren zich dat niet de pluriformiteit, maar de eigen kring, de muren van binnenuit de verdeeldheid veroorzaakt hebben (84). Maar zou je niet denken dat het vergeten van de kerkelijke scheiding wel eens een werk van de Geest zou kunnen zijn? En zou je niet verwachten dat de Geest doet wat Hij altijd doet: alle betrokkenen richten op de Ene, Christus, de Zoon, en door Hem op de gemeenschap in de éne God en Vader? Het frappeerde me dat er bij de afsluiting (214) wel een dominees-gebed is, terwijl je op dat moment én bij eerdere fasen zit te wachten op een gezamenlijk, spontaan zoeken van Gods aangezicht.

Het geheugenverlies lijkt een verdwijnen van kerkelijke informatie te zijn – maar waar je naar verlangt, is het realiseren van een echte christelijke gemeenschap. Die gemeenschap is in dit scenario naar binnen gekeerd: de ‘ramp’ is kennelijk van nationale aard, maar de Rijndammers denken niet verder dan hun eigen woonplaats. En daar hebben ze nauwelijks aandacht voor de wereld buiten de kerk. De schrijver eindigt in zijn nawoord wel met dat accent: ‘Als we als christenen die vrucht van de Geest meer aan de wereld zouden kunnen laten zien…’ (220).

Maar de discussies, hoe goed van toon ook, gaan vooral over theologie en kerkrecht: over enerzijds de plaatsbepaling ten aanzien van de dingen van God, en anderzijds de ordening van de dingen binnen de kerk. Inderdaad zijn dat precies de thema’s waar wij het als christenen constant over hebben – maar dan is de ‘catastrofe’ van het collectieve geheugenverlies nog lang niet radicaal genoeg. We komen pas ergens als we er wakker voor worden dat ‘het geloof’ alleen maar werkt als het relationeel is: ‘geloof dat door liefde werkzaam is’ (Galaten 5 vers 6, HSV).

Is dit een negatieve, kritische recensie? Nee, want het verlangen naar eenheid van de Rijndammers en van hun bedenker, de schrijver van het boek, is echt. Juist dat laat je verlangen naar méér, naar wat  zowel bij de Nationale Synode als bij het Nederlands Christelijk Forum is aangeduid als ‘geloofsgesprekken’: het delen van de diepste betrokkenheid op elkaar, op de wereld, op de Heer. Want dat project is zéker onvoltooid.

december 1, 2013

Wereld-aidsdag: de kleren hebben geen keizer

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:51 pm

Het beeld kent iedereen: een stoffige verkeersweg in Afrika, waar aan beide kanten jonge vrouwen lopen. De meesten aids-weduwen, onderweg om op allerlei manieren voeding voor hun kinderen te krijgen.

‘Na de dood van m’n man heeft mijn buurman me het leven moeilijk gemaakt, door beledigingen en bedreigingen voor mij en mijn gezin. Maar het ergste was toen hij zijn koeien op mijn boerderij liet om al mijn oogsten te verwoesten. Er bleef niets over voor mijn kinderen om te eten: werk heb ik niet, geen andere bron van inkomsten.’ Het zijn de woorden van Florence, een 34-jarige boerin en moeder van drie kinderen uit Kitui, ten zuid-oosten van Nairobi, de hoofdstad van Kenya. ‘Ik was alles kwijt, en ze bleven maar tegen me zeggen dat ik niet één – ze bedoelden: geen man – had om voor mijn rechten op te komen’. (Lees meer verhalen bij http://www.unwomen.org/en/news/stories)

Je reist vanaf Amsterdam, Apeldoorn en Abbekerk naar Afrika of Azië, en dan hebben we niet in de gaten dat de rechtsbescherming daar heel anders werkt. Want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast.

De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen – trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover een op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven.

Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers’ (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’

De kleren hebben geen keizer. Dit is het omgekeerde van de titel van het sprookje van Andersen uit 1837, over de keizer die geen kleren had. Met de rechtssystemen van deze wereld is het vaak hetzelfde: ze zijn een soort vogelverschrikkers zonder dat er een persoon onder zit.  Een lege huls. Als je ermee in gesprek wilt komen, word je teleurgesteld: nik, nop, niemendal.

De apostel Johannes spreekt in 1 Johannes 3 over liefde en gerechtigheid. Liefde staat tegenover haat, een fenomeen dat zich vaak verstopt in onverschilligheid. Gerechtigheid staat tegenover zonde of wetteloosheid. Sinds kort na het begin van de wereldgeschiedenis is zonde in de wereld geweest, zegt Johannes, en hij noemt Kain en Abel. De ene broer, Kain, gunde de ander, Abel, het licht in z’n ogen niet, en hij sloeg hem morsdood. Soms wordt de ander nog nét niet doodgeslagen, zodat we kunnen doorgaan met geld uit hem te wringen.

Wat zet je daar nu tegenover? Gerechtigheid en liefde.

Liefde is niet genoeg. Als ongerechtigheid niet krachtig en radicaal wordt ontmaskerd, heb je nieuwe kleren zonder keizer.

Gerechtigheid is ook niet genoeg. Streng rechtvaardig te denken en zelfs te handelen – dat is nodig, maar God is niet alleen rechtvaardig. Hij houdt ontzettend veel van ieder mens, zelfs van hen die wij helemaal niet zien zitten.

Als iemand zelf een goed leven heeft, en daarbij z’n medemens gebrek ziet lijden, en hij doet de deur van z’n hart op slot, dat kan toch nooit? – zegt Johannes. Gods liefde is een geweldige kracht, een enorme stormwind, die móett van binnenuit je hart toch open blazen?

Dan denk ik aan de vrouwen die zich dag in dag uit afbeulen voor hun pooiers. Aan de kinderen die lange uren zwoegen in de steengroeves – van de leeftijd van m’n kleinkinderen die elke dag vrolijk naar de basisschool gaan.

De kleren hebben een Koning. Zijn naam is Jezus. Als wij onszelf met Hem bekleden, wordt Hij door ons zichtbaar.

Dit is een iets bewerkte voorpublicatie van mijn hoofdstuk uit het boek dat wij als 12 auteurs hebben gemaakt voor International Justice Mission. Kijk naar http://www.schrijversvoorvrijheid.nl

 

november 19, 2013

Een e-community: on-line, of tevens off-line?

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 9:10 pm

On-line e-community, of ook off-line? In de beide eerdere blogs zijn een aantal algemene theologische punten besproken. Nu mag het echt spannend worden, concreet: hoe zou ‘zoiets’ online kunnen werken? Of kan dat helemaal niet, en is er misschien per definitie een aanzienlijke mate van off-line realiteit bij nodig?

We vergeten niet dat deze ‘gemeenschap’ het karakter zal moeten dragen van de gemeenschap tussen de drie goddelijke Personen, de Drie-eenheid. Ik grijp weer terug op Graham Hill, en neem, met geringe aanpassing, een viertal aspecten van hem over die volgens hem essentieel zijn voor de gemeenschap, en die volgens mij ook van wezenlijk belang zijn in een virtuele community. Die formuleer ik nu in mijn eigen woorden:

(1) het authentiek persoon-zijn van de deelnemers (zoals ook Vader, Zoon en Geest ECHT personen zijn): je mag je niet in abstracte theologische debatten verschuilen, maar de community moet als het ware deze openheid en eerlijkheid en authenticiteit afdwingen: echt zijn, jezelf zijn.

(2) een echte community, gevormd door de deelnemers, waarin de koinonia, de gemeenschap een reflectie is van de innerlijke gemeenschap van de drie-enige God; de centrale drijvende kracht moet relationeel zijn, niet gevormd worden door het individualisme en het vrijwilligerschap van veel evangelische kringen, maar ook niet door het institutionalisme van de gevestigde kerken.

(3) een zich constant vernieuwende theologie, geconcentreerd op Christus en zijn verlossingwerk als het centrum van de Godsopenbaring, stevig verankerd in de zoektocht naar de waarachtige God.

(4) tenslotte een gerichtheid op de wereld, waarbij de gemeenschap de belichaming is van Gods eigen zending, zoals de Vader de Zoon zendt en de Vader en de Zoon de Geest zenden.

 

Hoe zou zo’n community er dan uitzien? De gedachtenvorming is nog nauwelijks begonnen, maar ik waag een aantal suggesties:

ad 1 (persoonlijke authenticiteit): het vormen van netwerken van social media, misschien op Facebook en Twitter, maar ook op andere, meer op e-community toegesneden vormen waarin digitaal verkeer in openheid én veiligheid kan plaatsvinden.

ad 2 (echte community): interactiviteit met een zich voortdurend vermenigvuldigend karakter, waarin persoonlijke chatting zich vermeerdert door alle charismata. Want als iemand digitaal in contact komt met een ander, is hij of zij dezelfde als irl, in het echte leven. De gaven van de Geest zullen ook dan in hem kunnen werken – en interessant is het of dat ánders gaat, dan wel op dezelfde manier

ad 3 (theologie) met name blogspots en websites kunnen zich lenen voor een open theologische discussie. Het zal mooi zijn als het niet alleen een rationele discussie is, maar ook een uitwisseling in aanbidding en lofprijzing – want wij weten allemaal uit de praktijk hoe het naderen tot God als priesters ons de meest intieme kennis van Hem verschaft.

ad 4 (gerichtheid op zending en wereld): dat zal niet een theoretische belijdenis moeten zijn, maar de digitale communicatie zal moeten uitmonden in activiteiten, en daartoe oproepen: sociale actie, politieke standpunten, hulpverlening, pastoraat voor mensen die daaraan behoefte hebben, enzovoorts.


Ben heel benieuwd naar de respons op deze blogs – terwijl ik intussen een volgende blog voorbereid, waarin ik jullie antwoorden mee zal kunnen verwerken.

november 18, 2013

Community: simpel, organisch, vloeibaar. Virtueel, digitaal – EN ontsprongen uit de Drie-eenheid.

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 9:05 pm
  1. Een eenvoudige gemeente (Simple Church), als een levend organisme (Organic Church), beweeglijk, vloeibaar (Liquid Church) – dat alles bijeen genomen, en dan óók nog eens een keer virtueel, digitaal. Hoe zou dat eruit gaan zien?

    We hebben in de vorige blog gesuggereerd dat Miroslav Volf met zijn trinitarische kerk-concept hier wel eens heel vruchtbaar zou kunnen zijn. Voordat we het over een e-community hebben, moeten we ons gedachten vormen over een community. En aan een community van mensen gaat de gemeenschap tussen de drie Personen van de Drie-eenheid vooraf.

    Volgens Volf (After Our Likeness, 220v) is de christelijke gemeenschap polycentrisch: ze heeft net zoveel middelpunten als er deelnemers zijn. Een gemeenschap die – zoals hij het noemt – episcopocentrisch is, een voorganger (oudste, opziener, ‘bisschop’) als centrum heeft, leidt al gauw tot passiviteit van alle leken-leden. De Geestesgaven worden dan verwaarloosd, en deelneming aan de zending van de gemeente neemt af.

    Voor Volf wordt de gemeente gevormd door de aanwezigheid van Christus in de Geest, en dat vindt z’n uiting door de hele plaatselijke, functionerende gemeenschap, niet primair door bedienaren, priesters, dominees of andere personen met een formele aanstelling. De hele gemeente brengt de kerk tot uitdrukking. Alle leden kennen en belijden Christus, ze houden vast aan de Schrift en aan het geloof van de kerk der eeuwen (in een constante bereidheid om nieuwe aspecten te leren), ze zijn samen actief in doop en avondmaal, ze treden naar buiten met bewuste zendingsdrang en sociale liefde.

    De kern van de christelijke gemeente is ‘trinitarisch’, in de hierboven al gemelde zin. Vooral in de levende werkelijkheid, inhoudend dat het leven van de gemeente gevorm wordt naar het model van de Drie-eenheid. Dat is essentieel, zoals Hill zegt: ‘We kunnen helaas met Karl Rahner instemmen, die zei: ‘Als de leer van de Drie-eenheid zou worden losgelaten of onjuist zou blijken te zijn, zou het grootste deel van de (zendings-) literatuur vrijwel ongewijzigd kunnen blijven.’

    In een volgende blog gaan we erover nadenken hoe ‘zoiets’ online zou kunnen werken. Of kan dat helemaal niet, en is er misschien per definitie een aanzienlijke mate van off-line realiteit bij nodig?

november 17, 2013

Apeldoorn en Filipijnen: gemengde gevoelens – maar niksdoen is geen optie

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:16 pm

Morgenvroeg, maandagochtend, komt de verhuiswagen voorrijden. Een blij gevoel hebben mijn vrouw erover. Na jaren hebben we eindelijk ons huis kunnen verkopen, en redelijk snel een ander huis kunnen kopen. Dat nieuwe huis is bijna veertig jaar oud, maar helemaal gerenoveerd.

Morgenavond komt de actie voor de Filipijnen. Een slecht gevoel hebben we daarvan. Nee, die actie juichen we toe, dat is het punt niet. Maar juist op het moment dat we bij Ikea, Leen Bakker, de Gamma, de Praxis en een aantal tweedehands-markten zo’n beetje alles weghalen wat ons hartje begeert, voelt het raar aan.

In de Filippijnen zitten of staan of hangen de mensen uitgehongerd en dorstig aan de kant van de weg, en klampen voorbijgaande hulpverlener aan om een beetje hulp, al is het maar een béétje. De woonwijken zijn veranderd in een massa verwrongen hout en ijzer en plastic, waarin je door de lijklucht op te snuiven nog meer slachtoffers kunt vermoeden.

It was the best of times, it was the worst of times (zoals A Tale of Two Cities van Charles Dickens [1859] begint. Goede tijden, slechte tijden.

Goede tijden in Apeldoorn. Zullen we nog een schemerlampje kopen? Kunnen we de vloerbedekking niet gelegd krijgen vóór de verhuizing moet plaatsvinden?

Raar gevoel. Beetje schuldgevoel? Ja, ook dat – maar is niet makkelijk te definiëren. ‘Stop niet met bidden voor de Filipijnen’, twittert de organisatie International Justice Mission. Maar wat moet je bidden? En wat moet je doen? Giro 555, een tientje, honderd euro, of een tiende van wat we in ons nieuwe huis hebben geïnvesteerd? Ik weet niet of we dat wel aandurven.

Morgen gaat het gebeuren. Nog maar ‘s een nachtje over slapen.

Maar zowel wat die verhuizing betreft, als in die actie voor de Filippijnen: niks doen is geen optie.

Een eKerk. Een eCommunity. Een eLand? De eVraag

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:03 pm

Een kerk die niet is opgebouwd uit stenen, met een toren, een orgel, kerkbanken, een zaal. Een kerk die evenmin bestaat in organisatie, regels, ambten, gezagsdragers. Een kerk bestaande uit mensen, gelovigen, leden van één Lichaam, samen belichaamd in Christus. Thom Rainer & Eric Geiger hadden het over een ‘simple church’, eenvoudig – je kunt er alle kanten mee uit. Frank Viola noemt zoiets een ‘organische’ kerk. Pete Ward sprak over een ‘liquid church’, een vloeibare, beweeglijke kerk. De Amerikaanse theoloog van Kroatische afkomst, Miroslav Volf, verbond zoiets ‘eenvoudigs’, ‘vloeibaars’ aan de gemeenschap van de drie-enige God. Daar is het immers allemaal begonnen: de Vader die de Zoon liefhad, de Zoon die absoluut toegewijd was aan de Vader, de liefde van de Geest die Hen met Elkaar verbond.

Zou het denkbaar zijn een zo open gemeenschap hier op aarde te laten functioneren? Zou het kúnnen? Is het wenselijk, én… is het doenlijk?

 

Nog een slag dieper…

Dat is op zich al een boeiende vraag, maar hij wordt nog interessanter als we ook nog eens boven het plaatselijke niveau uitstijgen. Want dat is mogelijk, in de eenentwintigste eeuw. Je kunt mensen langs virtuele, digitale weg met elkaar verbinden, zodat ze echt contact hebben, elkaar leren kennen en liefhebben, en zonder elkaar fysiek te ontmoeten de ‘gemeenschap der heiligen’ kunnen beoefenen. Wat dan vervolgens ook weer kan uitmonden in ontmoetingen irl, ‘in real life’, in off-line, zichtbare en tastbare dingen die je samen gaat doen: bidden en bijbelstudie, maar ook de handen concreet uit de mouwen steken. Waarna je weer terug kunt keren naar de elk moment van de dag mogelijke digitale gemeenschap.

Het wordt hoog tijd de mogelijkheden hiervan eens te onderzoeken. We hebben in Nederland sinds kort www.mijnkerk.nl, in Zuid Afrika is er www.ekerk.org, in de Verenigde Staten zijn digitale experimenten gaande, op het gebied van evangelisatie is Agape actief met www.jesus.net, en ook met www.ikzoekgod.nl In de komende maanden komt YourStory in een versie 1.0 tevoorschijn; dat is weer een beetje anders: gamification, maar komt er ook dicht bij. Wat is er doenlijk? Wat zou er gedaan móeten worden?

 

Zout, licht, een stad

In het onderstaande geef ik een paar theologische en praktische overwegingen mee, ten aanzien van zo’n digital (‘trinitarian’) community, en baseer me daarbij op het boek ‘Salt, Light and a City: Introducing Missional Ecclesiology’, door Graham Hill.

Hill bespreekt twaalf theologen en hun visie op de Kerk. Drie rooms-katholieken: Joseph Ratzinger (Benedictus XVI), Karl Rahner, Hans Küng. Drie oosters-orthodoxen: Thomas Hopko, Vigen Gurojan, John Zizioulas. Drie protestanten: Letty Russell, Jürgen Moltmann, John Webster. En tenslotte drie vrijkerkelijke, ‘evangelische’ denkers: John Howard Yoder, Barry Harvey, en Miroslav Volf.

Bij de laatste lijkt Hill zich, hoewel hij ook kritische noten te kraken heeft, toch het meest thuis te voelen. Voornamelijk zoekt hij aansluiting bij Volf’s boek ‘After Our Likeness: The Church as the Image of the Trinity’, waarin een grondige trinitarische gemeente-leer wordt uiteengezet. Op een andere plek zal ik Volf zelf nog wel eens analyseren. Nu gaat het voornamelijk over de vraag welke van de genoemde denkers ons iets in handen geven om met een on-line community te komen tot een virtuele én real-life gemeente-vorm, die niet alleen ‘gemeente is’, maar ook ‘zending IS’, niet alleen zending als één van haar activiteiten beoefent. Kortom, een virtuele gemeenschap waarop een missional ecclesiology past. En ik denk dat Miroslav Volf’s gemeente-model hier de meeste mogelijkheden biedt. In de volgende blog gaan we hier verder over denken.

 

november 14, 2013

Zonde (niet) zien is zonde

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 9:11 pm

Doe ’s gek, Lien! – zeiden Jip en Janneke tegen de werkster die bij hen thuis de boel schoon hield. En Lien dééd gek.

Ik ga ook gek doen. Heel gek, maar wel serieus gek, met elf anderen. Vierentwintig uur lang ons laten opsluiten, en schrijven of ons leven ervan afhangt. Dat ís natuurlijk niet zo, maar het leven van andere mensen is wél in het geding.

Er is een heleboel rottigheid in deze wereld. Nu ben ik een keurig opgevoed jongetje van ruim zestig jaar oud, en het is me altijd geleerd dat je weg moet kijken als je iets zondigs ziet. En ik vrees dat ik het zelf ook weer aan mijn kinderen heb overgedragen.

Niettemin heb ik genoeg gezien: van de rosse buurt in Den Haag (waar wij jaarlijks doorheen moesten om er een bijbelstudieconferentie te bezoeken), tot aan de Wallen in Amsterdam (waar ik later als bestuurslid van Tot Heil des Volks kwam), van de slums in Chayalitsa bij Kaapstad, tot aan de circa twaalfjarige meisjes die me in Pattaya uitnodigden om mee te gaan, toen ik daar ‘s morgens om zes uur m’n hardlooprondje liep.

Maar er is véél meer. En het is véél erger.

Is het goed om ernaar te kijken? Nee, niet als je dat doet uit onmenselijke, begerende wellust. Ja, wel om het tot je door te laten dringen wat er gebeurt. Wil je die rottigheid zien, horen, ruiken, voelen? Wil je je de verhalen laten vertellen, wil je de plaatjes zien, zou je er ook maar even willen zijn?

Goeie vragen, en die gaan we in ons boek indringend aan de orde stellen. Wegkijken is niet goed. Maar kijken en luisteren naar de verhalen is niet voldoende: het gaat er ook om er scherp over na te denken. Te zien wat hier gebeurt, wat ongerechtigheid is, en hoe het Koninkrijk van God zich daar falikant tegen keert – en dus ook de discipelen van dat Rijk, de volgers van Jezus.

Ik ga verhalen vertellen. Maar ik merk ook dat ik teruggeleid wordt naar m’n oude beroep, dat van jurist, en zo weer wil leren zien. Ik denk dat jij en ik samen een haarscherpe blik nodig hebben op het kwaad in deze wereld. Luister, want het is echt. Huiver, want het is erg. Heb ze lief, die mensen waar het om gaat. En doe wat. Niks doen is eeuwig zonde.

••••

SCHRIJVERS VOOR VRIJHEID

 

Deze week, van vrijdag 22 op zaterdag 23 november, laat ik me met 11 anderen een etmaal opsluiten – om te schrijven over vrijheid. Met z’n twaalven zijn we: doet je dat ergens aan denken? Maar we hebben geen pretenties van apostelschap. We willen wel je aandacht, en je medewerking.

Het gaat over vrijheid. Een prachtig geschenk, dat God graag aan alle mensen gunt, maar dat ze helaas maar al te vaak niet aan elkaar gunnen. Mensenhandel, moderne slavernij, prostitutie: in allerlei vormen worden mensen op een gruwelijke manier tot ‘dingen’ gemaakt en verhandeld.

Voor 24 euro heb je een boek, of als je dat liever hebt: een e-book. Voor 48 euro wordt je naam er zelfs in geprint. En je helpt daarbij mee aan de financiering van het reddingswerk uit deze rampzalige toestanden.

Kijk op http://www.schrijversvoorvrijheid.nl – en doe mee aan het werk van International Justice Mission, http://www.ijmnl.nl

 

 

Older Posts »

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.