Oude! Weblog van Henk Medema

december 20, 2013

Kijk: medema is zichzelf weer, nu ook virtueel!

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 10:37 am

Probeer niet op ieder slagveld te strijden. Doe niet mee aan elk spel. Wordt geen deelnemer in elk debat. Zing en dans niet in iedere wedstrijd.

Een goede raad die mijn goede vriend @stephanjoubert uit Zuid-Afrika in een tweet aan z’n volgers gaf. Om er in een andere blog nog weer aan toe te voegen: ik wil niet op zoek gaan naar aantallen volgers, maar ik wil Jezus volgen.

Zo is het, ik sluit me daarbij aan. En als je me wilt volgen…

Beetje later dan verwacht, maar na driekwart jaar is www.medema.nl weer in de virtuele wereld te vinden. Niet meer als website van ‘de’ uitgeverij, die nu door Arie Kok als uitgever wordt bestuurd, binnen Jongbloed Uitgeversgroep. Op deze website ben ik gewoon mezelf, niet meer en niet minder.

 

Lees welke wegen ik vermoed. Een punt: netwerken. Een lijn: media. En een cirkel: de kring van Gods Geest.

Kunnen we samen iets doen? – let’s go4it!

 

In ieder geval: let’s go. Als God een groen verkeerslicht op je weg plaatst, moet je niet blijven wachten.

 

http://www.medema.nl

Advertenties

december 15, 2013

Zonde. Onrecht. Mensenhandel. Slavernij. En zo.

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:03 pm

Wij weten het een en ander van de zonde in ons hart, en van de collectieve zonde die de hele wereld in z’n greep heeft. Jezus, het Godslam, is de enige die deze zonde wegneemt. Wie Hem als Verlosser kent, hoeft niet meer tegen de zonde te strijden, maar is ervan gereinigd.

Maar behalve dat innerlijke bederf is er ook een uitwendige macht, waar wij als christenen wel degelijk tegen moeten strijden. ‘U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet’ (Hebreeën 12 vers 4). Alles op alles zetten in deze strijd tegen de macht van de duisternis! Strijden tegen het systeem van de zonde, het onrecht, en tegen de jammer die erdoor wordt veroorzaakt. Je inzetten met alle energie, in de kracht van de Heilige Geest.

 

Onrecht

Voor de helderheid, dit eerst: juridische regels bestaan naast, maar zijn ook anders dan ethische en theologische normeringen. Iets kan verboden zijn, omdat in de wet staat of uit buitenwettelijke rechtsnormen volgt dat het niet mag. Hetzelfde, of iets anders, kan ethisch (moreel) verkeerd zijn, zonder dat er enige juridische regel over bestaat, bijvoorbeeld je eigen lieve vrouw in het bijzijn van anderen belachelijk maken. En bijbels-theologisch kan iets ‘zonde’ zijn: God spreekt Zich in zijn Woord krachtig tegen allerlei dingen uit die niet altijd juridisch of moreel verkeerd zijn – afgodendienst, bijvoorbeeld.

Wat is zonde? ‘Zondigen is Gods wet overtreden’ (1 Johannes 3 vers 4). Zonde is wetteloosheid. Zelfs meer dan over een streep heen stappen, het is doen alsof er geen streep ís. Het is de corruptie van een leven zonder God en zonder meester, een boosaardige aandrang die sinds Adam diep in het hart van elk mens wortelt, en waarvan verlossing alleen maar mogelijk is door de Verlosser, wiens naam Jezus is.

Wat is moderne, 21e-eeuwse slavernij? Het is mensen behandelen als dingen, die je in eigendom kunt hebben. Wat niet kan, bijbels-theologisch niet, ethisch niet, juridisch niet.

 

De verrotte pijplijnen van de gerechtigheid

Met deze onderscheidingen kan ik uitleggen waarom gerechtigheid een spade dieper steekt dan we meestal denken. Van ‘gerechtigheid’ hebben we vaak een te oppervlakkig beeld gehad. De juridische normen stonden in wet en jurisprudentie. Met een beetje scherpzinnigheid kon je die helder in beeld krijgen. Daarna was het alleen nog maar een kwestie van toepassen.

Ja. Dat had je gedroomd. In die droom kun je leven als je onderdaan bent van een geciviliseerd land als Nederland. Iemand wil me iets boosaardigs aandoen, maar gelukkig, ik ontwaar aan de overkant van de weg een politieman, en ik begin hard te roepen. De boosdoener rent weg, natuurlijk.

Zeker. Zo gaat het in Amsterdam, en in Apeldoorn, en in Abbekerk. Als wij vanuit die plaatsen naar Afrika of Azië reizen, hebben we nog niet eens in de gaten dat het daar heel anders is, want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast.

De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen – trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover één op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven.

Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers’ (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’

december 11, 2013

Mandela en Jezus: verlangen om een beter mens te worden

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:38 am

De regen stroomde met bakken uit de hemel, in het enorme voetbalstadion in Johannesburg, op de herdenkingsdag voor Nelson Mandela’s leven, 10 december 2013. Koningen, regeringsleiders, presidenten, beroemde artiesten vulden de skyboxen, en gewone mannen en vrouwen van allerlei huidskleur dansten dwars door alles heen.

Vrijwel iedereen was het erover wat de beste speech was: die van de Amerikaanse president Barack Obama. Zijn vergelijking van Mandela met de grote helden van de wereldgeschiedenis maakte indruk, maar vooral ook de nadruk op de bescheidenheid en menselijkheid van de ex-president van Zuid-Afrika. ‘Mandela roept in mij het verlangen op een beter mens te worden’  (Mandela makes me want to be a better man), zei Obama.

In Zuid-Afrika ben ik meermalen geweest. Deze ‘regenboog-natie’ fascineert me, met de enorme tegenstellingen die je er vindt, de spanningen en de hoop. Nelson Mandela heb ik nooit persoonlijk ontmoet. Als ik nu, bij zijn overlijden, hoor van de messias-achtige eigenschappen die hem worden toegeschreven, verbaas ik me, en tegelijk herken ik er iets van. Waarbij we natuurlijk ook weten dat deze man een zeer bekwaam politicus was, en daar hoort de combinatie bij van openheid enerzijds, en anderzijds het weten te verbergen van minder ideale aspecten. Bij Mandela was die levensopenbaring zo indrukwekkend, omdat ze verbonden was aan een hoge mate van persoonlijke integriteit. Hij meende het echt, toen hij zei dat hij wel wilde sterven voor zijn volk.

Mensen zoeken naar een verlosser. Als er dan geen Mandela meer is, wie zal ons dan verlossen? In ieder geval maakte Mandela iets wakker in mensen, een sluimerend verlangen naar echt mens-zijn.

Bij wie heb ik dat eigenlijk nog meer? Eerlijk gezegd kan ik er niet zoveel noemen. En degenen bij wie ik iets dergelijks heb, hebben voor mijn gevoel allemaal iets van Jezus.

Het houdt het me wakker, vroeg op de morgen van de dag na die bijeenkomst in Jo’burg. Het is nog donker en koud. Ik lijk echt niet op Nelson Mandela, en bij Christus Jezus blijf ik helemaal mijlenver achter. Maar dat verlangen, dat kriebelt.

Ik blijf doordenken, vandaag en morgen – over Mandela en over anderen, maar vooral over Jezus.

P.S.: je mag me gerust laten weten wat je denkt over die messias-vergelijking, over Nelson Mandela en over Jezus Christus – graag zelfs!

december 5, 2013

ONVOLTOOID: geloofsgesprekken – een recensie

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 11:33 am

Wat als niemand meer weet bij welke kerk hij hoort? Dat is het uitgangspunt van de what-if-story die de verhaallijn vormt van het boek van Heerco Walinga , ONVOLTOOID (helaas identieke titel als het bij Gideon vrijwel tegelijk verschenen boek van Richard Stearns). De auteur heeft z’n boek mogen presenteren op 25 oktober op de Nationale Synode in Dordrecht. Ik zat toen naast hem, en beloofde het te zullen recenseren. Het is een thema, kerkelijke eenheid en verdeeldheid, dat wel zeker past bij deze landelijke bijeenkomst in de stad van de Reformatie.

Een scenario dat bewust ver van de werkelijkheid staat: op Tweede Kerstdag worden de protestants-christelijke inwoners van Rijndam wakker met een collectief geheugenverlies. Ze weten niet meer bij welke kerk ze horen, en dat blijkt later een landelijk gebeuren te zijn. Hoe moet dat verder?

Je kunt het hart van de auteur voelen kloppen, door het hele boek heen, en dan ook nog eens speciaal in het nawoord. Zijn verlangen is dat er een einde komt aan de verdeeldheid in de Nederlandse kerken, speciaal in het protestantse deel daarvan. Het loopt (zonder dat ik het verhaal verder wil weggeven) uit op de oprichting van een plaatselijke OCK, de Ontoerekeningsvatbaar Christelijke Kerk, of de Onschuldigverklaarde Christelijke Kerk, of de Onvoltooide Christelijke Kerk (184).

Het verhaal tussen het begin en het einde is intrigerend. Even heb ik me afgevraagd wat de auteur nu eigenlijk wilde, maar toen dacht ik: dat doet er eigenlijk ook niet toe. Het beeld, in ieder geval, is dat er kort na die Tweede Kerstdag een lange reeks kerkelijke vergaderingen en bijeenkomsten wordt gehouden. Er wordt een moderamen ingesteld, er worden microfoons georganiseerd, er wordt koffie gedronken, er worden agenda’s en stukken opgesteld. Zo zoekt men in Rijndam gezamenlijke wegen in dit collectieve kerkelijke geheugenverlies. De besprekingen gaan in een opvallend goede harmonie, dat zeker. Maar toch…

Hoe zou het nu écht gaan, als zich zo’n ‘catastrofe’ zou voordoen, dat iedereen z’n eigen kerkelijke identiteit kwijt is?

Zou je dan een paar maanden gaan vergaderen, in de beslotenheid van het eigen kleine stadje, en de eigen kleine (hoewel nu onduidelijk geworden) kerkelijkheid?

De gesprekspartners constateren het soms zelf: dat er zoveel theorie naar voren wordt gebracht (123), dat ze teveel naar de verschillen kijken, en te weinig naar de verbindingen (158). Ze realiseren zich dat niet de pluriformiteit, maar de eigen kring, de muren van binnenuit de verdeeldheid veroorzaakt hebben (84). Maar zou je niet denken dat het vergeten van de kerkelijke scheiding wel eens een werk van de Geest zou kunnen zijn? En zou je niet verwachten dat de Geest doet wat Hij altijd doet: alle betrokkenen richten op de Ene, Christus, de Zoon, en door Hem op de gemeenschap in de éne God en Vader? Het frappeerde me dat er bij de afsluiting (214) wel een dominees-gebed is, terwijl je op dat moment én bij eerdere fasen zit te wachten op een gezamenlijk, spontaan zoeken van Gods aangezicht.

Het geheugenverlies lijkt een verdwijnen van kerkelijke informatie te zijn – maar waar je naar verlangt, is het realiseren van een echte christelijke gemeenschap. Die gemeenschap is in dit scenario naar binnen gekeerd: de ‘ramp’ is kennelijk van nationale aard, maar de Rijndammers denken niet verder dan hun eigen woonplaats. En daar hebben ze nauwelijks aandacht voor de wereld buiten de kerk. De schrijver eindigt in zijn nawoord wel met dat accent: ‘Als we als christenen die vrucht van de Geest meer aan de wereld zouden kunnen laten zien…’ (220).

Maar de discussies, hoe goed van toon ook, gaan vooral over theologie en kerkrecht: over enerzijds de plaatsbepaling ten aanzien van de dingen van God, en anderzijds de ordening van de dingen binnen de kerk. Inderdaad zijn dat precies de thema’s waar wij het als christenen constant over hebben – maar dan is de ‘catastrofe’ van het collectieve geheugenverlies nog lang niet radicaal genoeg. We komen pas ergens als we er wakker voor worden dat ‘het geloof’ alleen maar werkt als het relationeel is: ‘geloof dat door liefde werkzaam is’ (Galaten 5 vers 6, HSV).

Is dit een negatieve, kritische recensie? Nee, want het verlangen naar eenheid van de Rijndammers en van hun bedenker, de schrijver van het boek, is echt. Juist dat laat je verlangen naar méér, naar wat  zowel bij de Nationale Synode als bij het Nederlands Christelijk Forum is aangeduid als ‘geloofsgesprekken’: het delen van de diepste betrokkenheid op elkaar, op de wereld, op de Heer. Want dat project is zéker onvoltooid.

december 1, 2013

Wereld-aidsdag: de kleren hebben geen keizer

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:51 pm

Het beeld kent iedereen: een stoffige verkeersweg in Afrika, waar aan beide kanten jonge vrouwen lopen. De meesten aids-weduwen, onderweg om op allerlei manieren voeding voor hun kinderen te krijgen.

‘Na de dood van m’n man heeft mijn buurman me het leven moeilijk gemaakt, door beledigingen en bedreigingen voor mij en mijn gezin. Maar het ergste was toen hij zijn koeien op mijn boerderij liet om al mijn oogsten te verwoesten. Er bleef niets over voor mijn kinderen om te eten: werk heb ik niet, geen andere bron van inkomsten.’ Het zijn de woorden van Florence, een 34-jarige boerin en moeder van drie kinderen uit Kitui, ten zuid-oosten van Nairobi, de hoofdstad van Kenya. ‘Ik was alles kwijt, en ze bleven maar tegen me zeggen dat ik niet één – ze bedoelden: geen man – had om voor mijn rechten op te komen’. (Lees meer verhalen bij http://www.unwomen.org/en/news/stories)

Je reist vanaf Amsterdam, Apeldoorn en Abbekerk naar Afrika of Azië, en dan hebben we niet in de gaten dat de rechtsbescherming daar heel anders werkt. Want de Nederlandse overheid strekt z’n beschermende hand via ambassades en consulaten daar ook over je uit. Waar we geen of nauwelijks oog voor hebben, is dat in de woonplaats Armoede het recht geen veiligheid biedt. De pijplijnen zijn verrot. Ze vormen geen sluitend juridisch systeem, maar ze zijn ook door de zonde aangetast.

De arbeiders in Qatar die de stadions en de wegen construeren voor het wereldkampioenschap voetbal in 2022, hebben geen rechten en kunnen nergens terecht. De kinderen in de kobaltmijnen in Oost-Congo, waar grondstoffen voor onze mobieltjes vandaan komen, hebben zelf geen mobieltjes om een advocaat te bellen, en al zouden ze die wel hebben, dan kunnen ze ‘m niet betalen – trouwens: in Congo is maar één advocaat op ruim 11.000 inwoners (tegenover een op de 666 in het moederland België), en die ene advocaat woont ‘toevallig’ niet in de buurt van de kobaltmijnen. De werkers in de textielindustrieën in Bangladesh hebben zelfs bij dodelijke catastrofes (zoals de ramp in Rana Plaza in mei 2013) geen toegang tot een rechter, simpel omdat ze dood zijn of zwaar gewond, of anders omdat de rechters voor zulke dingen geen interesse hebben, en dus geen thuis geven.

Gary Haugen, directeur van International Justice Mission, heeft dit verschijnsel in 2010 op een symposium in Den Haag (met o.a. ex-defensieminister Joris Voorhoeve) aangeduid als ‘de gebroken pijpleidingen’ van het rechtssysteem. Wat er ook maar in de wet staat, wat de jurisprudentie van een land ook aanduidt, je hebt er niks aan als het systeem verrrot is. Een duivelse mix van juridisch onrecht en ethische vuiligheid. Ik citeer Haugen: ‘Aan micro-leningen voor nieuwe naaimachines hebben de armen niets als de plaatselijke politie hun winsten steelt. Beroepsopleidingen bieden geen hulp aan mensen die in de gevangenis gegooid zijn omdat ze een omkoopbedrag niet wilden betalen. Landbouwgereedschappen hebben geen nut voor weduwen van wie het land is gestolen. Plaatselijke medische klinieken kunnen geen hulp bieden aan werknemers’ (slaven!) die geen toestemming krijgen om de fabriek te verlaten, zelfs niet als ze ziek zijn.’

De kleren hebben geen keizer. Dit is het omgekeerde van de titel van het sprookje van Andersen uit 1837, over de keizer die geen kleren had. Met de rechtssystemen van deze wereld is het vaak hetzelfde: ze zijn een soort vogelverschrikkers zonder dat er een persoon onder zit.  Een lege huls. Als je ermee in gesprek wilt komen, word je teleurgesteld: nik, nop, niemendal.

De apostel Johannes spreekt in 1 Johannes 3 over liefde en gerechtigheid. Liefde staat tegenover haat, een fenomeen dat zich vaak verstopt in onverschilligheid. Gerechtigheid staat tegenover zonde of wetteloosheid. Sinds kort na het begin van de wereldgeschiedenis is zonde in de wereld geweest, zegt Johannes, en hij noemt Kain en Abel. De ene broer, Kain, gunde de ander, Abel, het licht in z’n ogen niet, en hij sloeg hem morsdood. Soms wordt de ander nog nét niet doodgeslagen, zodat we kunnen doorgaan met geld uit hem te wringen.

Wat zet je daar nu tegenover? Gerechtigheid en liefde.

Liefde is niet genoeg. Als ongerechtigheid niet krachtig en radicaal wordt ontmaskerd, heb je nieuwe kleren zonder keizer.

Gerechtigheid is ook niet genoeg. Streng rechtvaardig te denken en zelfs te handelen – dat is nodig, maar God is niet alleen rechtvaardig. Hij houdt ontzettend veel van ieder mens, zelfs van hen die wij helemaal niet zien zitten.

Als iemand zelf een goed leven heeft, en daarbij z’n medemens gebrek ziet lijden, en hij doet de deur van z’n hart op slot, dat kan toch nooit? – zegt Johannes. Gods liefde is een geweldige kracht, een enorme stormwind, die móett van binnenuit je hart toch open blazen?

Dan denk ik aan de vrouwen die zich dag in dag uit afbeulen voor hun pooiers. Aan de kinderen die lange uren zwoegen in de steengroeves – van de leeftijd van m’n kleinkinderen die elke dag vrolijk naar de basisschool gaan.

De kleren hebben een Koning. Zijn naam is Jezus. Als wij onszelf met Hem bekleden, wordt Hij door ons zichtbaar.

Dit is een iets bewerkte voorpublicatie van mijn hoofdstuk uit het boek dat wij als 12 auteurs hebben gemaakt voor International Justice Mission. Kijk naar http://www.schrijversvoorvrijheid.nl

 

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.