Oude! Weblog van Henk Medema

september 22, 2013

Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:00 pm

Kijk, water! Waarom zou ik niet gedoopt kunnen worden?

[Handelingen 8:36]

 

Wat is dat, de doop? Waarom zou je gedoopt moeten worden? En áls je je dan laat dopen, wat gebeurt er dan met je?

Je mág er een getuigenis bij geven. Maar het hoeft niet, want de doop zelf is óók al een soort getuigenis. Je ‘zegt’ met je doop iets waarvoor je misschien niet eens de goede woorden kunt vinden. De mensen komen staan erbij, en als ze heel goed kijken, zien ze wel zo’n zeven aspecten. Die vind je terug in de Bijbel – en nu brengen we ze wel onder woorden:

 

1. Een daad van revolutie (Mt28:18-20, Hd17:7). Temidden van een wereld die z’n eigen heersers heeft en daarin gelooft, zeg je: nee, er is een ándere Koning, en dat is Jezus. Aan Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Bewaren alles wat Hij gebiedt, dat is het hoogste wat ik wil.

 

2. Een deur waar je door gaat (Hd2:36) om in een ander gebied te komen. Vanuit het ‘verdorven mensengeslacht’ stap je door die deur heen Gods koninkrijk binnen. Daar staat de wereld op z’n kop, en is alles anders: Jezus is de Heer, Hij is daar koning.

 

3. Een bad (Hd22:16) waarin je zonden worden afgewassen. Natuurlijk wast het letterlijke water alleen je lichamelijke huid schoon, maar de doop is een symbool van wat er gebeurt als je gedoopt wordt: schoon sta je nu voor God en mensen.

 

4. Een grenswater (1Pt3:21, Hd8:36) – want dit water wast je niet alleen symbolisch schoon, maar het is ook (zoals de zondvloed in Genesis en de Rode Zee in Exodus) een water waar je doorheen moet om in een ander gebied uit te komen, waar je echt vrij bent.

 

5. Een begrafenis (Rm6:4): je oude bestaan houdt op, en gaat het graf in: weg ermee! Dat is niet je eigen (water)graf, maar symbolisch voeg je je in het graf van Christus, in zijn dood voor jou.

 

6. Een start van een nieuwe weg, een nieuw leven(Rm6:4). Als je na de doop weer druipend op de kant staat, mag je je afdrogen en aankleden – en dan begint er een weg van discipelschap. Die is totaal anders dan de oude weg. Niet dat je er niet meer kúnt struikelen, maar je wílt in dit nieuwe leven niet meer zondigen.

 

7. Een keus voor Jezus op aarde: ‘gedoopt in [tot] Christus’ (Rm6:3).  Bij Hem te horen als je naar de hemel gaat, dat kost je niets; je bij Hem te horen op aarde, dat kost je álles.

 

Advertenties

september 20, 2013

Tien gemeenten: één

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:25 am

Een beetje opgewonden ben ik erover: aanstaande zaterdagavond gaat het gebeuren! Tien evangelische gemeenten uit Apeldoorn e.o. hebben samen al hun leden uitgenodigd om bijeen te komen, de Heer te aanbidden, samen zijn aanwezigheid te zoeken, het avondmaal te vieren. Het is niet echt voor het eerst, we hebben al eerder iets dergelijks beleefd, maar morgen is het toch wéér nieuw.

Ik weet wel dat er ook nog andere kerken zijn (allerlei vormen gereformeerd, protestants, katholiek) – al hun leden vallen evenzogoed onder het gebed van de Zoon tot de Vader: ‘opdat zij allen één zijn’ in Johannes 17. Ze zijn van harte welkom, meer dan dat. Van het een komt het ander…

En we weten natuurlijk óók dat die tien gemeenten en al die andere kerken na morgenavond niet gaan fuseren. Kom nou. Dat is nergens voor nodig.

Ik ken ze bijna allemaal, die gemeenten in Apeldoorn. Grote en kleine. Sommige zijn een beetje traditioneel, en bij anderen gaat het vrolijk toe. Klanktaal of ‘ministry’-gebed is bij sommige gemeenten wél te vinden, bij andere niet. Er zijn er bij wie de liturgie al een week of meer van te voren tot in de puntjes geregeld moet zijn, er zijn anderen die royaal ruimte laten voor persoonlijke bijdragen die de heilige Geest in de harten van gemeenteleden legt. Sommige gemeenten zijn erg actief en ‘open’ in evangelisatiewerk naar buiten, andere tobben er behoorlijk mee. Er zijn er waar een krachtige band het dreunende ritme ondersteuning geeft bij ‘hoge’ Opwekkingsnummers (en als je niet weet wat dat is, ben je niet echt evangelisch ;-)), terwijl bij andere een gewone piano de samenzang begeleidt. So what? Nou, én?

In alle ernst: ik weet ook dat ‘t niet allemaal glorie en hallelujah is. Irritatie. Inhoudelijke meningsverschillen. Oud zeer. Bitterheid, soms. Binnen de gemeenten, of over de gemeentegrenzen. Ai, dát doet er wél toe. Als je wat ouder geworden bent, weet je daar tevéél van. Verdriet, pijn, tranen – je kunt niet doen alsof het niet bestaat.

Misschien – wie weet! – vinden sommige mensen elkaar die hiervan óók weten. Misschien omarmen ze elkaar, eindelijk. Wie weet is er heling, genezing, vergeving.

Het begint bij de eerste stap: de deur binnengaan, en zijn waar je wezen moet, allemaal dicht bij de Heer.

Dat is echte vrijheid: niet doen alsof er geen grenzen zijn, maar van elkaar houden met onbegrensde liefde.

 

[in Apeldoorn, gebouw van De Basis, Oude Beekbergerweg 41-45, 19.00, inloop vanaf 18.30]

 

september 15, 2013

Heitink, golfslag, tijd & Taylor: een laat compliment

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:42 pm

GOLFSLAG VAN DE TIJD:

Europa’s niet te stillen verlangen naar God

Gerben Heitink (Kok, Utrecht: 2012)

 

Pas nu heb ik dit circa 350 bladzijden tellende boek gelezen – en dat terwijl het onderwerp me hevig interesseert, en Heitink met dit boek de Publicatieprijs in de Nacht van de Theologie 2012 won, als ‘het beste theologische boek van het jaar’. Peccavi, mijn fout, nu na ruim een jaar hersteld.

Volgens de blurb is dit ‘een tot debat uitnodigend boek over de religieuze roots van onze samenleving’. Dat is gedeeltelijk waar, want er staat teveel in om tot een aangescherpt debat uit te nodigen. En ook weer te weinig, want het bevat een samenvatting in grote lijnen van twee lijvige en niet gemakkelijk te lezen boeken van de Canadese (rooms-katholieke) filosoof Charles Taylor. In de Nederlandse edities: Bronnen van het Zelf (2009, aantal blz. 773), en Een Seculiere Tijd (2010, aantal blz. 1192). Het boek nodigt uit om Taylor te lezen. En terecht, zou ik zeggen – nadat ik een paar jaar geleden me moeizaam door de Engelse editie van beide boeken had geworsteld. Daarná kan eigenlijk pas het debat beginnen.

Heitinks boek is ook meer dan een verhandeling over de religieuze roots van onze samenleving, eenvoudig omdat Taylors boeken veel meer zijn dan dat: ze bevatten een cultuurfilosofische geschiedenis van Europa. Ongeveer in de zin zoals van (zeer) seculiere signatuur Bertrand Russell’s Geschiedenis van de Westerse filosofie, en van (esoterisch-)christelijke richting de boeken van dr. Frank de Graaff.

Net als bij Taylor komt er een persoonljke geloofbelijdenis aan het slot (348), maar telkens als het onderwerp de schrijver kennelijk te nauw aan het hart ligt, is er onmiskenbaar iets uit zijn eigen warm kloppende hart te merken, bijvoorbeeld bij de thema’s verinnerlijking (140), verlangen (264), en de bredere uitweiding over het Zelf (265), en het geloven (271vv.). Op die momenten treedt hij ook inhoudelijk buiten de Tayloriaanse paden, en stijgt hij – niet in de kwantiteit van zijn aantal pagina’s, maar in de kwaliteit – soms uit boven de beschrijving van de Canadese auctor intellectualis van zijn gedachten. De grote lijn, herbronning van de westerse cultuur in geloof, hoop en liefde, is duidelijk te retraceren.

Het zou de moeite waard zijn om meer in detail Taylor en Heitink met elkaar te vergelijken. Op sommige punten – en laat dat nu juist gebeuren in een thematisch onderwerp dat mij érg interesseert, het institutionele Europa (274)! –  is hij nog maar nét met z’n onderwerp begonnen, of hij laat het al weer los. Het moge duidelijk zijn dat dit alleen maar zegt dat het boek uitlokt tot verder denken – en het zijn inderdaad de beste boeken die dat doen.

september 5, 2013

Gesprek tussen joden en christenen

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 11:27 am

[Proloog bij het boek van Lody van de Kamp en Willem J. Ouweneel, JODEN EN CHRISTENEN: EEN VERDIEPEND GESPREK]

Henk P. Medema

 

Sommige ontmoetingen vergeet je niet. Omdat het om bijzondere mensen ging, bijvoorbeeld, Of om het element van verrassing. Misschien ben je in een ander land daarvoor nog eens extra gevoelig. Of alle drie, of nog meer.

Het gebeurde in de nadagen van de eerste intifada, in 1988. Ik had juist een studiereis naar Israel achter de rug, samen met een Amerikaanse vriend, hoogleraar biologie. Na een afsluitend bezoek aan het Weizman Institute in Rehovoth had ik hem vroeg in de morgen op Ben Goerion Airport afgezet. Mijn vlucht ging pas aan ‘t eind van de dag, en ik had me voorgenomen nog wat rond te wandelen in de oude stad, en ik koos niet de snelweg, maar de oude weg, beroemd van de zware gevechten in 1948 door de Palmach. Ergens halverwege was een tentje langs de kant van de weg, waar ik een cola dronk.

Op het moment dat ik m’n huurauto weer startte, zag ik de jonge student met z’n keppeltje, de duim geheven in het internationale gebaar: lift? Natuurlijk. Hij bleek ook in Jeruzalem te moeten zijn, en in de resterende tijd, nog geen half uur, raakten we in een boeiend gesprek over het Jodendom en het Christendom.

Wat ik hier in Israel deed? Bijbellezingen houden in Galilea, antwoordde ik – en vermeldde er maar niet bij dat dit plaatsvond bij congregaties van Arabische christenen; had ik dat wel gedaan, dan had het tot een heel ander gesprek kunnen leiden.

Hij woonde en studeerde in Jeruzalem (en hij noemde de naam van een opleiding die ik helaas wel vergeten ben). Torah en Talmoed, en hij legde me beknopt maar zorgvuldig uit hoe die beide volgens hem met elkaar samenhingen. En vroeg me direct, zonder omwegen wat ik dan van de Bijbel vond.

Tja, zei ik, dat kan ik beter aan jou vragen, want jij maakt deel uit van het volk aan wie de woorden van God zijn toevertrouwd! Zo kwamen we stapje voor stapje dieper in het thema, en toen we alleen het laatste stukje nog moesten rijden, nu wel over de snelweg, vroeg hij me op de man af – ik was er  niet zelf over begonnen – wat ik van Jezus vond.

We hadden maar weinig tijd, en wisselden snel onze visies uit. Bij de Hebreeuwse universiteit liet ik hem uitstappen, en ik had alleen nog tijd voor één citaat van Hans-Joachim Schoeps: ‘De Joden verwachten hun Messias. De Christenen verwachten hun Christus. Kan het zijn dat ze hetzelfde gezicht zullen hebben?’

[H.J. Schoeps, Die Theologie des Apostels im Lichte der jüdischen Religionsgeschichte, Tübingen 1959, p.274 – De Kerk van Jezus Christus heeft van haar Heer en Heiland geen beeld bewaard. Wanneer Jezus Christus morgen zou wederkomen, zou geen christen Hem van gezicht herkennen. Maar het zou goed kunnen zijn dat Degene die aan het einde der dagen komt, die de verwachting van de Synagoge zowel als van de Kerk is, hetzelfde aangezicht heeft. (vertaling HPM)]

Nu, precies een kwart eeuw later, publiceer ik een boek over dit thema, Jodendom en Christendom, en wel in de vorm van een ontmoeting. Dat is inderdaad, zoals we dr. G. Cohen Stuart in de epiloog zullen horen zeggen, de beste uitdrukking, beter dan een discussie, of zelfs het veel gebruikte woord dialoog. Een ontmoeting neemt de ander serieus, en behandelt hem niet als een invals- en uitvalspoort van standpunten. Dat is wezenlijk. Iemand als Karen Armstrong (De strijd om God: een geschiedenis van het fundamentalisme, Amsterdam 2000) zou ongetwijfeld de discussie tussen twee grote monotheïstische godsdiensten beschouwen als de laatste gevechtslinies van een strijd die in de eenentwintigste eeuw al niet meer relevant is. Maar in een ontmoeting als dit boek gaat het erom hoe mensen elkaar in de ogen kijken, en hoe zij zich verhouden tot de allergrootste Werkelijkheid, tot Degene die voor elk van hen meer betekent dan wat dan ook.

Dat mijn beide auteurs een gewaardeerde status hebben in hun eigen gebied, behoeft volstrekt geen betoog. Lody van de Kamp (1948), als rabbijn, schrijver, publicist, politicus. Willem Ouweneel (1944), als drievoudig gepromoveerd wetenschapper, docent, auteur, publicist, spreker. Het gaat echt boeiend worden als je als lezer dit boek in handen hebt. Hoe dicht zullen ze elkaar kunnen naderen?

Dat beide schrijvers het prima met elkaar kunnen vinden, is al gauw merkbaar, want de sfeer begint goed en blijft goed. Maar dat is natuurlijk niet het enige dat telt. Van de Kamp wijst er op dat wederzijdse empathie ook een valkuil kan worden, en daarmee heett hij een punt. Zorgvuldig het heen-en-weer volgend houd je de adem in: toch geen toenadering? Of toch wel?

Ik houd het maar even spannend, want als lezer wil je niet een ‘spoiler’ horen, iets wat bederft waar je juist naar wilt gaan luisteren.

Wat ik in deze proloog al wel mag doen, vind ik: de lezer attenderen op een of twee punten waar de spanning echt ten top zal stijgen. Met grote ingetogenheid, ingehouden en inhoudelijk, arriveren de auteurs bij dit punt en kijken elkaar in de ogen. Dit is één vraag: is er een ‘christelijke’ messias? En dit is een andere vraag, of misschien toch wel deels dezelfde vraag: past de lijdende Christus – de middelaar, die verzoening bewerkt voor de mensheid, die tegelijk zowel God als mens is, die zijn functie vervult ook wanneer er nog geen sprake is van dat grote Vrederijk – binnen het Messiasbeeld van het jodendom?

Er zijn uiteraard meer momenten die niet zonder slag of stoot gepasseerd kunnen worden. De vraag of de Joodse Tenach zo maar identificatie toelaat met het Oude Testament, het eerste deel van de christelijke Bijbel. De vraag hoe twintigste-eeuwse Joodse theologen als Lapide en Flusser ons voort kunnen helpen in het slaan van bruggen tussen Jodendom en Christendom, met name in beider kijk op Jezus. De positie van de messiasbelijdende Joden, in en buiten het land Israel.

Op die dag die ik nooit vergeten ben, een kwart eeuw geleden, parkeerde ik de auto juist buiten de Damascuspoort. En zag – onzichtbaar voor fysieke ogen – temidden van de duizendvoudige toeristenstroom hoe diep en pijnlijk de ontmoeting was áchter dit gesprek van nog geen half uurtje. De al bijna twintig eeuwen durende ontmoeting tussen Israel en de Kerk.

In dit boek volgt een poging om die ontmoeting nog eens in woorden te gieten. Dat iedereen leze die een hart heeft voor Israel, maar vooral voor de God van Israel.

 

Blog op WordPress.com.