Oude! Weblog van Henk Medema

juli 29, 2013

Q – Oefening in vragen over jouw ‘New Wine’-missional church

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 12:16 pm

Een nadronk van New Wine: daar word je blij van. Misschien ook weer een beetje tipsy. Daarna moet echt het moment van de nuchterheid komen. Gisteren een aantal prikkelende gedachten en stellingen over missional church, nu een nuchtere poging om vragen te inventariseren. We kunnen er makkelijk tien bedenken, waarbij ik me vooral baseer op het slothoofdstuk van Graham Hill (Salt, Light and a City: Introducing Missional Ecclesiology).

Dan aan het eind de vraag aan mijn lezers om er samen nóg eens tien te verzinnen…

1. Veranderen of hetzelfde blijven? Wil je als gemeente de status quo zoveel mogelijk handhaven, of wil je confronterende vragen toelaten (of zelfs zoeken)? Bij de eerste optie ben je gauw klaar, bij het alternatief gaat het pas echt beginnen.

2. Hoe kom je van doen tot denken, van pragmatisme tot missional ecclesiology? Dat klinkt vreemd, want meestal hoor je de omgekeerde vraag: komaan, niet zoveel abstracte theologie, praktisch en concreet worden graag! Maar ik suggereer met deze vraag dat je eerst moet komen tot een levendige missional conversation in en rondom de kerk. De vraag is: hóe doe je dat dan?

3.  Nog een heel spannende vraag: hoe komt de Geest van God tot zijn doel in en na die conversatie? – wát zou Hij willen, en hoe kan Hij dat duidelijk maken? hoe ontvangen wij samen de charismata (de genadegaven) van wijsheid, kennis, geloof? (1 Korinthiërs 12:8), en hoe kan dit door de vijfvoudige bediening (Efeze 4) worden toegedeeld aan alle leden van het Lichaam, zonder dat we er over gaan hakketakken?

4. Van de denkers naar het denken: hoe kom je tot verbreding van de conversatie over missionaliteit? Die wordt meestal gevoerd door westerse mannen uit de middenklassem, boven de veertig (ja, ik kijk in de spiegel…). Kunnen we daarbij ook net zoveel vrouwen betrekken? ook mensen uit andere culturen? ook mensen van een lager sociaal niveau? ook jongeren?

5. Hoe kunnen we geraken van de eigen cirkel naar de volle breedte van de Kerk, hoe komt je visie voorbij de eigen parochie, naar de una catholica, de ene algemene christelijke Kerk? Het is al een hele stap als je de andere kerkelijke gemeenten in je eigen regio erin kunt betrekken…

6. Een stap de diepte in: van het vragen stellen naar de manier waarop je vruchtbare vragen creëert (hermeneutica). Dieper doordenken over wat de boodschap van het evangelie precies inhoudt. Is dat het evangelie van de genade van God? Is het het evangelie van het Koninkrijk? maar wat is dát dan weer precies?

7.  Hoe wordt de gemeente zélf een generator van vragen, én een begin van de beantwoording daarvan? Hoe worden wij zélf het evangelie? (Dat heeft vast wel wat te maken met het beleven in de gemeente van een trinitarische gemeenschap met God, met Vader, Zoon en Geest, in openheid naar buiten.)

8. Vragen bij mensen genereren is niet denkbaar als een geloofsgemeenschap niet zélf een vragende houding naar God zichtbaar laat worden. Dat hebben we in de christelijke traditie ‘gebed’ genoemd. Hoe staat het daarmee in onze kerkelijke gemeente? Gebed met name voor de wereld, en voor de rol die de gemeente in die wereld heeft: het verlangen naar het Koninkrijk. (Hoe begint het ‘Onze Vader’ ook weer?)

9. Vermenigvuldiging, deling, kerkplanting: het zoeken naar mogelijkheden om nieuwe cirkels te vormen rond de HEER. Daar raak je al gauw de vraag wat zo’n church plant dan wel is: een nieuwe kerk, of een celgroep, of een missional community, en of dat allemaal verschil maakt.

10. Voorlopig de laatste vraag is: de gerichtheid van het leiderschap niet alleen op de broeders en zusters die eral bij horen, maar ook op unchurched people, en zelfs op de hele kosmos van Johannes 3 vers 16. Daarachter ligt de totaalvisie op de belichaming van Christus in de gemeente, de vijfvoudige bediening van Efeze 4, met name de apostolische en profetische elementen in de actualiteit – zij zorgen misschien wel voor (wat Alan Hirsch genoemd heeft) een permanente revolutie.

 

Voorlopig! Want ik ben erg benieuwd naar de toevoeging van nóg eens tien vragen, of zelfs nog meer…

Advertenties

juli 28, 2013

Nadronk van New Wine: missional thinking niet voor oude zakken

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:48 pm

‘Deze mensen zijn niet helemaal dronken!’ – een ernstige drukfout maakte me opnieuw vrolijk. Hij stond in één van de eerste drukken van HET BOEK kwam me bij een dagje New Wine Zomerconferentie in herinnering. Wat een geweldige veelheid en variëteit aan mensen, bedieningen, gaven, gebeden en lofprijzingen – wat een veelheid van GOD!

Eén dagje is natuurlijk lang niet voldoende om een totaalindruk te krijgen, laat staan er met enig gezag over te spreken. Dan maar zónder gezag: het hoofdthema, BREAK OUT, gaf me genoeg te denken, en ik deel een paar van die gedachten met mijn lezers.

De mix van discipelschap en de Kerk is, dat is mijn sterke overtuiging, precies waar het over moet gaan in het tweede decennium van de eenentwintigste eeuw. Zoals Mike Breen zei: denk nou niet dat je er bént, als je een gebouw op zondag weet te vullen met een heleboel mensen – want dan weet je nog helemaal niet of je dan wel discipelen krijgt. Het is is het paard achter de wagen spannen. Of nog erger: het paard IN de wagen zetten, en dan kun je alleen nog maar bergaf gaan. Begin liever bij mensen, en maak van mensen discipelen, precies zoals Jezus dat zei in Mattheüs 28 vers 18 tot 20.

Het deed me wat. Het bracht me in meer dan één opzicht in beweging.

Mijn denken begon te bewegen, want ik werd opnieuw herinnerd aan wat ik o.a. van Christopher Wright en Graham Hill geleerd heb, namelijk dat drie disciplines van theologie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn:

– de ecclesiologie: hoe ons denken en handelen ten aanzien van de Kerk wordt gevormd;

– de missiologie: hoe de Kerk in de missio Dei staat, de zending van God, daarvan een onderdeel is, wat ons in de plaatselijke gemeente iedere dag tot discipelen maakt;

– de eschatologie: hoe de gerichtheid van dat discipelschap bepaald wordt door het Koninkrijk Gods, als einddoel van Gods plannen. Als er geen stipje te zien is aan de horizon, gaat er niets gebeuren. De vurige bede om de komst van het Koninkrijk van de Vader maakt pas echt het verlangen los naar het volbrengen van zijn wil in de hemel en zo ook op de aarde.

Maar ook: als je hevig verlangt naar de Voleinding, en je je intensief bezig houdt met discipelschapsvragen, maar als je daarbij de kerk onveranderd laat, dan zul je vrijwel niks zien gebeuren.

Oeps. Die drie theologische disciplines zetten niet alleen mijn hersens in beweging, maar ook mijn hart. Want het is niet alleen maar theologie. Er zal écht iets moeten gaan gebeuren, niet alleen maar met de kerken van mijn buren en overburen, maar met ‘mijn’ kerk.

Is dat denkbaar, een kerk die in beweging komt? of is het een gotspe?

De kerk is een geloofsgemeenschap, maar veel meer dan een gemeenschap van gelovigen in God. Ze is de gemeenschap waarop de drie-ene God zijn stempel zet. De onderlinge liefde, het licht, het leven, de heerlijkheid van de Vader, de Zoon en de Geest vullen haar. Je wordt niet een ‘kerklid’ (laat staan een discipel!) als je je als menselijk individu tot een monotheïstische geloofsovertuiging bekeert. Je gaat deel uitmaken van de goddelijke communitas, wanneer je daarin met huid en haar wordt opgenomen. Zoals God beweegt, en in liefdevolle relaties bestaat van Vader, Zoon en Geest. Zo is Hij – de Drie-ene, relationeel en dynamisch, niet in een monotheïstisch en statisch schema te vatten.

Oeps, nogmaals! Als dat zo is, dan gaat er in ‘mijn’ kerk (en in de jouwe…) iets gebeuren. Het zou zo maar kunnen uitlopen op chaotische, onvoorspelbare veranderingsprocessen. Op die manier komt de Geest in beweging in ons, en komt Christus in beweging op aarde. Je bent er dan nog lang niet, maar je gaat de brug bouwen waarop je wandelt (naar de titel van het boek Building the Bridge as you walk on it, door Robert Quinn).

Dat komt er nou van. Dat gebeurt er allemaal met je als ouwe vent, als je maar één dag op de New Wine Zomerconferentie te gast bent. Laat de nadronk van de nieuwe wijn niet in de ouwe zakken terechtkomen…

 

MORGEN: EEN RIJTJE RELEVANTE VRAGEN VOOR MISSIONAL CHURCH

juli 11, 2013

De stilte van God: geloof als twijfelende zekerheid

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:47 pm

DE STILTE VAN GOD – waarom geloven moeilijk is, door Reinier Sonneveld

Uitgeverij Buijten & Schipperhein / Motief: Amsterdam – € 17,90

 

We don’t believe instead of doubting; we believe while doubting. We’re all Thomas now.

James K.A. Smith

Het bovenstaande citaat las én twitterde ik juist toen ik aan het laatste hoofdstuk was gekomen van Reinier Sonnevelds boek. De bijna vierhonderd bladzijden zijn weerbarstige lectuur, vooral omdat je constant moet nadenken. Wie daarin (zoals ik ;-)) af en toe met z’n eigen luiheid geconfronteerd wordt, heeft het moeilijk.

Waar nog bij komt dat de titel me had laten vermoeden dat er een flinke dosis spiritualiteit in zou zitten – in de zin van stichtelijke en geestelijke overpeinzingen, die je tussen de diepe academische overwegingen door wat rust geven. Zoiets als wat je kent uit C.S.Lewis, of John Stott, of Eugene Peterson, of J.I.Packer. Maar dat is in dit boek, zeker in het begin, niet aanwezig. Je wordt constant rondgeleid door een scherpzinnige gids, die z’n terrein kent – en die zorgvuldg elke oase weet te vermijden.

Geloof, ongeloof, twijfel – zeven beschermheiligen van de twijfelaars en de worstelaars, die je voeren naar de Grote Twijfel Test (40). Er komt een intermezzo over de stilte van God (42), uit The Chosen van Chaim Potok, maar daarna komen we midden in de drukte van de chaotische stad terecht (51), Rome, en vervolgens wordt de cultuur van toen vertaald naar de cultuur van onze tijd, waarin mensen als kuddedieren (85) hun keuzes en beslissingen maken. De functies van twijfel  (99) en van schuld (109vv) in het naderen van God lijken wat meer op te leveren, totdat je merkt dat God tóch nooit iets van Zich laat horen (139vv). Oeps. En dan blijkt dat dit geen stichtelijke spiritualiteit is, want het gaat nog erger worden: God doet niks op momenten waarop je toch wel hoognodig iets van Hem te verwachten hebt (175vv). Daar kunnen vaderloze atheïsten en holocaust-overlevenden (181) van meepraten, en dat dóen ze dan ook, op hoge toon. Met korte antwoorden die niet helpen (202) – en dat geldt net zo goed voor de antwoorden van gelovigen, want overal betekenis ervaren en alles zeker weten, dat gáát gewoon niet (206).

Tot zover bevinden we nog in een discussie waarvan de toon wordt gezet door het menselijk intellect, aangescherpt door existentiële ervaringen. We gaan een hele stap dieper als het gaat om de geestelijke strijd, de machten der duisternis, die reëel blijken te zijn (212vv).

We zitten nog steeds op het binnenterrein, we zijn er niet vanaf, want de echt ernstige intellectuele debatten moeten we van de auteur nog onder ogen zien (243vv). Maar er is een troost in de woestijn: die is zo mooi omdat er ergens een put verborgen is (279).

Dan komen we eindelijk bij de rand van de cirkel, en die blijkt te bestaan uit geloof én twijfel. De manier waarop je interactie beleeft tussen wat zich binnen je eigen levenskring bevindt, en de eeuwige, onzichtbare wereld van God die zich daarbuiten bevindt, bestaat niet alleen maar uit geloof, maar uit geloof én twijfel.

En daarmee heeft Reinier Sonneveld wat mij betreft de verbinding gelegd, van het binnenste van de cirkel tot aan de grens van de transcendentie, met een magistrale vertelling: het zelfverzonnen verhaal van de doofblinden (284vv). Ik kan dat hier niet citeren vanwege de ruimte, maar ook omdat je het echt zelf moet lezen. De vraag die de auteur stelt: in welk verhaal wil je staan? – is dé vraag van de postmoderne, eenentwingste eeuw. Het is niet langer, zoals in de moderne twintigste eeuw, een keuze van argumenten en conclusies, maar de keuze van verhalen, waarin je jezelf laat opnemen. Geïllustreerd wordt dat onder andere door de verhalen van Duizend-en-één nacht, met ‘het oneindige verhaal’ van Michael Ende (van wie ik altijd dacht dat-ie nét wat te weinig gevoel voor humor had, anders had hij z’n boek ‘Die Geschichte ohne Ende’ kunnen noemen…), het leven van Pi, en nog veel meer. Heel indrukwekkend vond ik het verhaal van Haing Negor (314): er zijn eigenlijk twee medaillons – één is een paar suffe dollars waard, en het andere is de enige en laatste herinnering aan de liefde van je leven. Nee, dat verhaal moet je zélf maar lezen, op het gevaar af dat je het boek moet kopen…

Dit is niet een boek met makkelijke antwoorden of simpele uitwegen, zoals bijvoorbeeld een zondaarsgebed. Je wordt niet geleid van absolute twijfel naar absolute zekerheid, maar naar (als ik die metafoor weer mag gebruiken) de rand van de cirkel. Waar je uitzicht hebt op de Onvindbare.

 

Dit boek is meer dan een boek; het neemt je mee naar videostreams via QR-codes, en in negen gesprekken (323vv) naar negen filmavonden (349). Een enorme hoeveelheid literatuur, van verschillende aard, zet je aan het lezen. Er staan tal van suggesties in over hoe je het materiaal moet hanteren. Er zit niets anders op: kopen, lezen, gebruiken – en vooral: gaan denken, met je hele hart.

 

juli 8, 2013

Echt, heus, serieus: To Hell With Church!

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:23 am

‘Ik zal Mijn kerk bouwen op de rots, en de machten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen’ (Matteüs 16:18).

 

Dit is zo’n bekend bijbelwoord, dat je er bijna bij in slaap zou vallen. Op een dag werd ik helder wakker toen iemand me op een paar aspecten attendeerde. Vannacht en vanmorgen hielden ze me opnieuw bezig, en ik deel ze met wie maar wil.

Wie gaat de Kerk bouwen? Jezus, de Christus, de Zoon van de levende God. De één denkt dit over Hem, de ander dat, maar rots-mensen met levend geloof weten wie Hij echt is, en durven daarvoor uit te komen. Wie gaat succes hebben in gemeente-stichting? Van church-planting experts hoef je het niet te verwachten, maar wel van Hem.

Wat is de geestelijke strijd? De strijd tegen de machten van het dodenrijk. ‘Ons gevecht is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden en de gezaghebbers, de wereldbeheerser van deze duisternis, de geestelijke machten van de boosheid in de hemelsferen’ (Efeze 6:12). Het gaat niet tegen lastige gemeenteleden, of tegen hardnekkig ongelovige mensen. Het is zelfs niet een ontwarren van moeilijke problemen, of het oplossen van verlegenheden. De strijd gaat tegen de poorten – dat wil zeggen de machten – van de Satan zelf.

En let op: het is een aggressieve oorlog, een aanval, niet alleen een verdediging. Van de geestelijke wapenrustig in Efeze 6 wordt vaak ten onrechte gezegd dat de wapenen bijna allemaal verdedigend zijn. Niks daarvan: je moet zelf op de vijand af! En dat is trouwens niet te vermijden, want als je de kleuren van Christus toont, komt de tegenstander (dat is de betekenis van ‘satan’) vanzelf.

Ik heb vaak gedacht dat dit vers in Matteüs 16 betekent de Heer ons wel in een rustig hoekje bewaart, in zijn liefde en macht, en dat je moet blijven zitten waar je zit en je niet verroeren. Maar dat is écht niet zo. In de woorden die onmiddellijk daarna volgen, spreekt nota bene diezelfde Rotsman, Petrus, die suggestie uit, waarempel tegen Jezus als Hij over het kruis spreekt: ‘Heer, dat gaat écht niet gebeuren, dat mág niet…’ Zonder enige aarzeling confronteert Christus hem direct: je voegt je nu precies in de linies van de satan, Petrus!

Sorry, je moet er op af. Nee, de Heer excuseert zich er zelfs niet voor, het moet echt. Geen gemeentevisie is compleet, geen kerkenraad of leiderschapsteam kan het stellen zonder regelrechte aanvallende strategie. Wie rotsvast de Christus belijdt, gaat op een confrontatie met de hel af – maar met de zekerheid dat je die strijd niet kunt verliezen.

juli 5, 2013

Digitaal: evangelieverkondiging op z’n kop

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:19 pm

Jezus heeft nooit een boek geschreven. Hij heeft een gemeenschap gevormd. (Lesslie Newbegin)

 

‘Je mag er trots op zijn’, werd me gezegd bij m’n afscheid als uitgever, een paar maanden geleden. Waarop dan? Nou ja: enkele tientallen boeken die je zelf geschreven hebt; vele honderden boeken die je hebt uitgegeven; duizenden artikelen gepubliceerd in allerlei bladen. O ja? Onze Heer heeft never nooit één regel op papier gezet of laten uitgeven. Van wie moesten we ook weer discipelen zijn??

Wat deed Jezus dan wel? Brieven, die schreef de opgestande Christus. Levende brieven, geen stenen tafelen – maar hij schreef op de warme plekken van de menselijke existentie. Of om nauwkeuriger aan te sluiten op 2 Korintiërs 3: de Heilige Geest schreef (schrijft) de persoon van Christus in de harten van mensen van vlees en bloed. In hun leven kan iedereen op aarde lezen wie Hij is – zodat de kerk van Christus ‘missional’ wordt, deelt in de missie van Christus.

Er was al genoeg discussie over de kerk van nu, van de eenentwintigste eeuw. Nu komen ook de tongen los over digitale kerken, www.mijnkerk.nl en over www.ekerk.org – en misschien zijn er nog wel meer plaatsen waar je de kerk van God levend en wel in de digitale wereld kunt vinden. Deze week is http://www.mijnkerk.nl online gegaan, en een dag eerder kwam de Zuid-Afrikaanse Stephan Joubert, oprichter van eKerk.org, z’n aanstekelijke verhaal houden bij de Evangelische Alliantie in Driebergen. In dezelfde week kondigde www.ikzoekgod.nl de bouw aan van een grote community via social media. Allemaal fascinerend nieuws!

 

Wat is nu het nieuwe van al deze digitale vormen van kerk-zijn? Laat me het simpel mogen zeggen, in de bewoordingen van Clay Shirky’s boek IEDEREEN (‘Here Comes Everybody’): het is een omgekeerde wereld. In de oude wereld moest je eerst samenkomen, en dan kon je van allerlei met elkaar delen. De wonderbare spijziging bijvoorbeeld (weet je nog? die vijf broden en twee vissen?): eerst bijeen komen, dan delen. Of iedere samenkomst van een geloofsgemeenschap: die moet je eerst wel hébben, voordat je brood en wijn in het avondmaal kunt delen, of voordat je alle aardse goederen onder de daklozen kunt verdelen. Maar in de digitale wereld wordt de boel omgedraaid. Eerst delen, dan samenkomen.

Hoe komt dat? Nou. Gewoon. Omdat het kán. Voor het eerst in de geschiedenis kunnen we digitaal (via websites, blogs, mail, sms, whatsapp, whatever) zómaar beginnen uit te delen. We hebben zelfs geen flauw idee wat de gevolgen van dat ‘delen’ zijn. Er zijn tal van voorbeelden dat de respons zodanig uit de hand liep, dat websites niet meer bereikbaar waren (of er ook voorbeelden zijn waarin bekering bij die respons noodzakelijk was? dát weet ik niet…!). Om Yogi Berra te citeren: ‘Niemand gaat daar ooit meer heen, het is er veel te druk.’

De interessante vraag is: hoe wordt het interessant? hóe worden deze hotspots zo hot? Over dat onderwerp is heel veel te zeggen. Ik zeg nu alleen dit: niet door digitale preken of andere virtuele wonderverschijnselen, maar door échte mensen van vlees en bloed, die digitaal ook gewoon zichzelf zijn. Na negen jaar Facebook en zeven jaar Twitter enzovoorts konden we dat langzamerhand wel ontdekt hebben. De digitale wereld zet de evangelieverkondiging op z’n kop, maar de mensen gewoon met beide benen op de grond. Toch?

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.