Oude! Weblog van Henk Medema

juni 27, 2013

Eén. Maar anders dan je dacht.

Filed under: Uncategorized — Tags: — henkmedema @ 6:37 am

Eén. Maar anders dan je dacht.

 

In een Brabants klooster hebben we dinsdag en woensdag met zo’n vijftig christenen een vol etmaal bijeen gezeten, een gezelschap dat ongeveer representatief was voor de kerken in ons land. We gaan dit Nederlands Christelijk Forum noemen. Mannen en vrouwen, van verschillende huidskleur en leeftijd, ouder en wat jonger, behorend bij vrijwel alle denominaties die ons land rijk is. We spraken over ons geloof in Jezus Christus, onze Heer, en vertelden elkaar de verhalen – het luisteren daarnaar was vaak ontroerend. En we kregen de vraag voorgeschoteld: hoe denken júllie nu dat de Geest van God in deze tijd aan het werk is in Nederland?

Sommigen hadden het over krimp, of crisis, en zagen daarin een uitzuivering door de Geest. Anderen spaken, veel hoopvoller, over onbevangen christen-zijn. Enkelen wezen op de urgentie van ons eenheids-zoeken. Sommigen, de toenadering ziende, waarschuwden ons: neem de verscheidenheid ernstig. Er werd gesproken over dialoog tussen de kerken, maar ook over openheid voor de samenleving.

En wat ik ervan dacht? Terwijl we daar zatern en genoten van elkaars aanwezigheid en elkaars bijdragen, bekroop me steeds meer dit gevoel: dat eenheid er in de eenentwintigste eeuw anders uitziet dan in de twintigste. Het is dezelfde eenheid, het lichaam van Christus, de familie van al Gods kinderen, de éne woonplaats van God in de Geest. Maar die Geest werkt nu nét even anders dan in de vorige eeuw.

Eenheid in de 21e eeuw bestaat niet uit het overstijgen van wat er was, maar uit Geestgewerkt verlangen naar wat komen gaat. Het is niet langer een kwestie van: kerkmuren zien, er verdrietig van worden, er dan nieuwsgierig overheen kijken of ijverig eroverheen klauteren. Het is meer, het is echt anders.

Dit meen ik te ontwaren: de Heilige Geest werkt niet meer vanuit de oude verbanden, maar beweegt Zich in de nieuwe netwerken. Daarmee zeg ik niet dat er IN die verbanden niets gebeurt, maar dat de Geest dat niet als vertrekpunt neemt, en dat Hij Zich juist richt op de nieuwe netwerken. Misschien heeft Hij wel nooit zoveel op gehad met al dat oude, of misschien alleen toen het nog nieuw was, wie zal het zeggen. Ik denk in ieder geval dat de generatie van de twintigers en dertigers hierin een veel helderder perspectief heeft dan die van de vijftigers en zestigers.

Laat me er een paar aspecten noemen: daar zijn allereerst digitale netwerken, waardoor we elkaar tegenwoordig ‘virtueel’ ontmoeten. Dan denk ik aan digitale kerken, zoals in Zuid-Afrika www.ekerk.org. Stephan Joubert komt ons er volgende week in Nederland iets over vertellen – hoe laagdrempelig de toegang wordt tot de plekken waar God aanwezig is en werkt, en hoe dat z’n uitstraling heeft in de ‘gewone’ wereld. In Nederland hebben we trouwens ook al het begin van zoiets, www.mijnkerk.nl, maar er is veel meer mogelijk. Het ís er al, on-line evangelieverkondiging, via Jesus.net (van Agape Media) – waar de drempel ook verbazend laag blijkt te zijn.

Maar ten tweede juist ook de persoonlijke ontmoeting, gewoon door samen aan tafel te zitten en met elkaar te delen in de gewone dingen van het leven, en óók in de dingen van God. En dan hebben we het niet over de vergadertafel, maar over de ontbijt- of lunch- of dinertafel, of een wankel tafeltje in een bruine kroeg – het kan zomaar bijna een avondmaalstafel worden. Het is boeiend om te zien dat er enerzijds juist door alle druk van internet-activiteiten aan je tijd wordt gevreten, maar dat mensen anderzijds juist het kostbare goud van de persoonlijke contacten meer leren te waarderen.

En ten derde – wat ik zou willen noemen – de onbemuurde netwerken, waarin je met je buren, buurtgenoten, collega’s of sportmakkers onbevangen deelt in alles, en van alles en nog wat samen doet, of je nu gelooft of niet, en wat je ook gelooft, zonder de angst die we vroeger hadden voor de ongelovige mensen-van-de-wereld. Het is op zichzelf niks nieuws, maar we lijken het nu te ontdekken: daar heb je geen officiële organisaties voor nodig!

Deze ‘doealoog’ (de uitdrukking is van Martijn Arnoldus in ‘Eén maar anders: de volgende generatie en de toekomst van de Kerk’. www.eenmaaranders.nl) wérkt, op een ongekende maniier.

Dit is allemaal niet echt modern. Het zelfs nogal postmodern. Maar daar hoef je echt niet bang voor te zijn – want terwijl je de weg van discipelschap vindt die de Heer voor jou persoonljk heeft, kruisen deze wegen elkaar, door de Geest geleid, in het centrum van eenheid, Christus Zelf.

juni 18, 2013

Jean Pierre, Rwanda genocide & Tyndale teaching

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:52 pm

Jean Pierre’s story

My name is Jean Pierre M. Rukundo. I was born in Rwanda on Tuesday, 7 December 1971. My parents divorced when I was 4 years old. My mother was not economically capable to take care of us. I grew up in very hard conditions without enough food, clothes, love… I dropped out of primary school and spent one year as a street boy in 1981. My hope was gone and my future was really uncertain. My grandmother picked me from the street and gave me a Second Chance to study. I used this opportunity to study seriously and became a bright pupil. On October 1, 1990 the Rwandan civil war broke out from where I was doing my secondary school. The school stopped and all our items were lost. The same year my father died of AIDS. In 1991, I got another chance to study again, but in 1992 my mother also died of AIDS.

On April 6, 1994 the Genocide broke out in Rwanda and one million people were killed and around three million ran away to refugee camps in neighboring countries. My two aunts were killed, and many other family members ran away. We have never met since. After the Genocide many people who were accused and jailed and some others died in sporadic revengeful assaults. In all these tragic situations God protected me miraculously and spared my life and gave a Second Chance to live.

I am blessed to have married Jeanne d´ Arc and we have three kids. God called me to minister to his people through the Anglican Church of Rwanda as priest, and I had a chance to study at Tyndale for these last three years.  I experienced genuine love from the Tyndale Community and Christ Church Amsterdam. My life has been restored, my faith strengthened, my calling affirmed.  All these achievements have been possible due to the opportunities that have been given to me after all those failures and miserable experiences.  My best way to show my gratitude to God and to all the people who invested in me, is to initiate a ministry “Second Chance Rukundo Ministry.” The ministry seeks to give a second chance to people who have gone through hardship and failures as happened to me. Instead of looking for a more comfortable life here in Europe, I felt Jesus calling me to go back to Africa and use my skills and resources to serve the Rwandans in their process of healing, reconciliation and poverty reduction. It will not be an easy task, but the one who is calling is invincible and with Him we are more than conquerors.

And Jesus says to Peter ‘But I have prayed for you…that your faith may not fail. And when you have turned back, strengthen your brothers.’ Luke 22:32.

For more information http://www.jean-pierre-second-chance-rukundo-ministry.com/

juni 16, 2013

Stefan Paas en het hoekje waar je geestelijke ambitie vindt

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:17 pm

Tijdens het Impact-congres van 14-16 juni heeft Stefan Paas als hoofdspreker nogal wat kringen in de vijver veroorzaakt met zijn toespraak over ‘ambitie’. Een verkorte versie werd geplaatst in het ND van zaterdag 15 juni, en er ontstond onmiddellijk discussie over op Twitter. Remmelt Meijer respondeerde in zijn blog  http://wp.me/pq3q2-vv  – en nu respondeer ik weer op beiden.

Stefan Paas hééft het niet zo op ambities. Niet zonder ironie eindigde hij zijn toespraak met de woorden: ‘Mocht je bij jezelf een meer dan gemiddelde ambitie opmerken, ga dan ergens heel stil zitten, haal diep adem, en wacht tot het overgaat.’ Want, betoogt hij: ‘onze betekenis ligt juist áchter ons’. We leven in een uiterst gecompliceerde wereld, waarin wij ons lot niet in eigen handen kunnen nemen, en dus moeten we ons niet zozeer richten op doelen, ‘targets’, maar ons leven inhoud geven door waarden.

Ik héb wel iets met deze overwegingen van Stefan. Het was aan het begin van de moderniteit dat Macchiavelli een lans brak voor wat hij beschouwde als ‘gezonde ambitie’, maar na zoveel eeuwen kunnen we de rat race van het moderne leven wel herkennen voor wat ze is: aardig voor ratten en muizen, maar zeker niet voor menselijke relaties.

Maar wat Remmelt zegt, heeft ook mijn hart: mensen die iets teweeg brengen in deze wereld, blijken (achteraf gezien…!) altijd een brandende passie in hun hart gehad te hebben, en dan niet zomaar in het algemeen, maar voor iets dat ze zeker wel scherp konden aangeven.

Noem het dan geen ‘target’. Stel dan niet de vraag waar jij over vijf of tien jaar wilt zijn. Maar laat het dan déze vraag zijn: welk niet te stillen verlangen zit er in je hart? Andy Stanley formuleerde het in zijn boek Visioneering als volgt: ‘Visions are born in the soul of a man or woman who is consumed with the tension between what is and what could be’. Dat is het precies.

Bij het streven naar ‘doelen’ ga je ervan uit dat je weet WAT je wilt hebben of zijn, bij het uitgaan van ‘waarden’ vind je ‘t het belangrijkste HOE je wilt zijn – in die zin begrijp ik de bedoeling van Stefan Paas. Er ligt een toekomst vóór ons, waarnaar wij ons mogen uitstrekken: ‘ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af!’ (zoals Paulus het zegt in Fil.3:13v).

Met ambitie is op zichzelf niets mis. Maar het gehalte aan ‘spiritualiteit’ is juist heel belangrijk. De apostel zegt elders (1Kor.3) dat we geestelijke mensen moeten worden (Gr. pmeumatikoi), geen vleselijke mensen. Het verschil zit ‘m in de gerichtheid van ons hart: op onszelf (vleselijk) of op de Heer (geestelijk).

Brian Stiller, in zijn boek Find a Broken Wall, neemt een bijbels voorbeeld dat ik, voordat ik z’n boek las, beschouwde als tot op de draad versleten: Nehemia. Maar hij doet er iets verrassend nieuws mee: hij zegt dat het verlangen naar verandering in de status quo waarschijnlijk bepalend is voor wie je zelf bent, hoe je in elkaar zit, waar je voor gemaakt bent. Vind een gebroken muur, zegt Stiller, en daarachter vind je iets waar je naar verlangt, en wat correspondeert met wat God in jou gelegd heeft. Laat ik mezelf als voorbeeld mogen nemen: ik heb volstrekt geen verlangen om iemand te helpen in het oplossen van een wiskundig of technisch probleem, zelfs al zou ik dat kunnen. Maar waar een vacuum is in de persoonlijke kennis van God en van Christus, dat kan worden weggenomen door het Woord van God uit te leggen, dan gaat mijn hart sneller kloppen. Het is maar een voorbeeld.

Wat moet je dan, volgens mij, doen als je een meer dan gewone ambitie in je voelt opkomen? Precies: zoek een stil hoekje op in de stad van God, waar de muren bovenmate stuk geraakt zijn. Laat de puinhopen die je daar aantreft op je hart inwerken. En ga dan buitensporig verlangen naar het Koninkrijk van God, ga bidden, zoeken, kloppen. Als dat ambitie heet, dan mág dat van de Geest. Pas wel op: het gaat niet makkelijk weer over.

 

juni 8, 2013

Evangelisch-dogmatische reeks van @wjouweneel – bijbels?

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:00 pm

Juist in het jaar waarop voor het eerst een mens zijn voet op de maan zette, schreef een jonge man een viertal artikelen in de ‘Bode des Heils in Christus’, een blad dat werd uitgegeven door uitgever Medema in Apeldoorn. De titel was: ‘De toestand in de wereld van vandaag, gezien in het licht van Gods Woord’. Hij ondertekende zijn schrijfsels met ‘W.J. Ouweneel Ezn’. One small step for a man.

Zelfs nu, vierenveertig jaar later, voegen we er niet aan toe ‘one giant step for mankind’. Maar van de ruim hondervijftig boeken die Willem Ouweneel intussen geschreven heeft, is de Evangelisch Dogmatische Reeks wél een bekroning, een magnum opus. Ik prijs me gelukkig dat ik als uitgever de hele totstandkoming van deze serie heb mogen meemaken, vanaf het oorspronkelijke plan (dat vijf delen behelsde) tot de twaalf complete delen die het nu geworden zijn.

In het Reformatorisch Dagblad is de auteur uitgebreid geïnterviewd door dr. Klaas van der Zwaag. Een dag later mochten enkele reformatorische theologen kort hun beoordeling geven, en spraken daarbij over de ‘verbluffende belezenheid’ en ‘fabelachtige bijbelkennis’ – maar tekenden óók aan dat ze zich niet in alle opzichten lekker in hun reformatorische vel voelden bij de manier waarop Ouweneel op verschillende punten zijn dogmatiek formuleerde. Geen wonder, want dit is vooral een bijbelse dogmatiek (zoals de auteur in het genoemde interview beklemtoonde) ‘in het licht van Gods Woord’.

Er zit iets in Willem Ouweneel dat je er nooit uit haalt. Zoals men zegt: als je eenmaal temidden van de ‘broeders’ van de Vergadering van gelovigen hebt verkeerd, dan ben je voor altijd bedorven, hoe gereformeerd én evangelisch je later ook wordt.. Willem begon als een jonge broeder die onder de broeders óók wat mocht zeggen, en hij haalde het uit de Bijbel. In de jaren daarop is er veel meer bij gekomen – met name theologie, en filosofie – maar voor de kern bleef hij altijd in de Bijbel graven.

En klópt het nu allemaal, wat er in deze duizenden pagina’s staat? Kunnen wij ons hierop voor de eeuwigheid verlaten? Is dit de laatste, absolute waarheid?

Ik citeer uit het boek van Tim Grass (F.F.Bruce, A Life, Grand Rapids, Eerdmans 2011, p. 223) enkele woorden waarvan ik vermoed dat Ouweneel het er mee eens is:

‘… de centrale leer van het christendom is van oneindig groot belang; maar onze interpretaties en verfijningen van die leer zijn lang niet zo belangrijk als we denken. Of, om het anders te zegggen: de leerstellingen die Christenen bijeen brengen zijn van uitnemend belang; de leerstellingen die hen scheiden behoeven onderzoek om te zien of ze in werkelijkheid echte christelijke leerstellingen zijn, of dat ze alleen maar gedeeltelijke appreciaties daarvan waren.’

Met dankbaarheid heb ik vandaag, 9 juni 2013, dit laatste deel aan de schrijver overhandigd.

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.