Oude! Weblog van Henk Medema

mei 21, 2013

Europa – en nu eens vanuit christelijk perspectief

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:34 pm

Christenen hebben vaak een probleem met Europa. Enerzijds is het onmiskenbaar dat vooral (katholieke) christenen aan de wieg van het Europese denken en later de EU hebben gestaan. Anderzijds bestaat er vanuit reformatorische zijde een grote argwaan tegen het Europese centralisme, waardoor – dat is tenminste het gevoelen – de ruimte voor de nationale staat in de knel dreigt te komen. Zelfs de trits God, Nederland en Oranje wordt aangevoerd om te strijden voor het behoud van het nationale gevoel tegenover de druk van Europa. Er is ook een denkstroming die bijbels wil waarschuwen tegen de opkomst van de antichrist in het extreme eenheidsdenken van Brussel, Luxemburg en Straatsburg. Er is kritiek op het economisme, er wordt gewaarschuwd tegen het democratisch gat in de politieke structuur van de EU. De razend snel voortgaande machtsusurpatie baart velen zorgen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de Europese economische crisis waar wij ons middenin bevinden. (De oplettende lezer zal hebben opgemerkt dat de genoemde argumentatie langzamerhand verschuift van christelijk tot breed seculier…)

Wie probeert dat nu eens allemaal in kaart te brengen? Wie helpt ons achter deze – en nog veel meer aspecten – te kijken, en een heldere blik te krijgen op een steeds ingewikkelder wordend Europa? Dat is langzamerhand wel dringend noodzakelijk, niet alleen om te verhinderen dat de verwarring omslaat in lethargie, maar ook omdat er in mei 2014 weer Europese verkiezingen aan komen, en we uiterlijk op dat moment een helderder inzicht niet meer mogen missen.

Dr Sander Luitwieler, politicoloog, gepromoveerd op de invloed van de Nederlandse regering tijdens de totstandkoming van het verdrag van Nice, heeft daartoe een poging gedaan in zijn boek ‘IN VERSCHEIDENHEID VERENIGD: een positief-kritische visie op de Europese Unie’ (Amsterdam 2013). Luitwieler heeft verscheidene publicaties op zijn naam staan over de Europese integratie, gezien vanuit christelijk perspectief, en was o.a. verbonden met het Wetenschappelijk Instituut van de ChristenUnie, en ECPF (European Christian Political Foundation).

In dit boek overstijgt de auteur de afgesleten discussiefronten van het legal argument (juridisch) en de economic know-how (economisch), en verdiept zich in de levensbeschouwelijke tradities en de waarden van de Europese cultuur. Op basis van het denken van vooral Herman Dooyeweerd en Charles Taylor trekt hij conclusies voor o.a. de publieke gerechtigheid, de globalisering en integratie van de Europese gemeenschap.

Bij de presentatie van Sander Luitwielers boek op 9 april j.l. in ProDemos in Den Haag waren aanwezig als co-referenten Arie Slob, voorzitter van Tweede Kamerfractie van de ChristenUnie, Piet Hein Donner, vice-voorzitter van de Raad van State, die onlangs een rapport over het democratisch tekort van Europa publiceerde, en voormalig EU-commissaris Frits Bolkestein.

Het is ondoenlijk in dit korte formaat het boek samen te vatten. Laat gezegd zijn dat de inhoud nodig en belangrijk is, en de lezing meer dan waard voor iedereen die ‘iets’ met Europa heeft, en dat zijn we zeker allemaal, of we dat willen weten of niet. Meer dan leesbaar – lezenswaardig!

Advertenties

mei 19, 2013

EERSTE PINKSTERDAG, OM ZEVEN UUR: EEN RANDLOZE KERK

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:56 am

Eerste pinksterdag (nee: écht de eerste, niet de dag vóór de tweede pinksterdag!), zeven uur ‘s morgens. Nog wat slaperig, maar toch dapper sluipen honderdtwintig mannen en vrouwen naast elkaar en achter elkaar de Bovenzaal in. Vrijdag, zaterdag, zondag, maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag – en nu is het alweer de eerste dag van de nieuwe week. Het programma vandaag? Bidden, de hele dag. Je weet wél zeker dat de Heer zal doen wat Hij heeft beloofd, maar wannéér, dat heeft hij er niet bij verteld: het zou zo nog maar eens wat dagen, weken of zelfs maanden kunnen duren.

‘De Geest was er nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven’ – dat wist Johannes zich nog te herinneren – het leek al weer een hele tijd geleden, die laatste dag, het hoogtepunt van het feest. ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken!’ had Jezus geroepen, en: “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.’ Ze voelden zich dorstig als nooit tevoren: wanneer zou de beloofde stortregen en zegen nu komen?

 

Eerste pinksterdag, écht de allereerste, zeven uur ‘s avonds. Ze waren er intussen totaal beduusd van. Honger en dorst voelden ze niet of nauwelijks. Heel precies wisten ze het niet, maar zo’n drieduizend man hadden ze minstens geteld, die vandaag aan de Heer waren toegevoegd. En de tongen als van vuur, de klanktaal waarmee ze God prezen, de oplaaiende vreugde en vrijheid als een uitslaande brand! Het profetische woord, gesproken door Petrus, in volle vrijmoedigheid, met kracht! Naar bed gaan, daar waren ze nog niet aan toe.

Rivieren van levend water, de Heilige Geest in alle leden van Christus’ lichaam, hen samenvoegend en levend makend, vol vreugde in Jezus, de Heer, Christus! Wie ging er die avond nog aan het uitvlooien: binnenkerkelijk, buitenkerkelijk, randkerkelijk? Wie werkte er tot in de late uurtjes aan een lijst van lidmaten? Niemand. Allemaal waren ze overdonderd, flabbergasted.

 

Eerste pinksterdag 2013, vele pinksterdagen later, in de lage landen aan de zee. Wij hebben een boel uit te vlooien: binnenkerkelijk, buitenkerkelijk, randkerkelijk.

Juist een paar dagen voor pinksteren is iemand zo stoutmoedig geweest om te spreken over een randloze kerk. Misschien (ik weet het niet…) onder de indruk van de rivieren van levend water, de heilige Geest van God. Binnen de kortste keren zijn er ingezonden stukken in de krant verschenen, en een hele discussie op twitter. (Wat dat is, dat leggen we straks wel aan Petrus en Johannes en de anderen uit :-))

Een randloze kerk: over wat voor kerk hebben we het dan? Een gebouw? Een denominatie? Een lokale parochie? En wat is binnen en wat is buiten, en waar zit de rand? Waar zit de Geest? Het antwoord is niet zo erg moeilijk: de Geest zit niet, de Geest beweegt, en vult duizenden mensen tot overvloeiens toe, Rivieren van levend water stromen over alle randen.

Maar moet er dan geen antithese zijn, geen tegencultuur? Moet je dan geen grenzen aangeven: niet alles kan zomaar!? ‘Het is hier geen duiventil’, placht mijn grootvader te zeggen. Nee, dat klopt. Dit is het lichaam van Christus, en wij zijn er leden van. Dat klopt: ons hart voor Hem.

We verplaatsen ons naar die ene echte eerste Pinksterdag, ‘s avonds om zeven uur. Niet alleen dat we onder de indruk zijn van alles wat er gebeurd is. We praten tot diep in de nacht met deze en met gene, en we weten eigenlijk niet of onze gesprekspartner, vanuit het perspectief van God, deel uitmaakt van het Lichaam. En stel dat we dat wél zouden kunnen weten, wat schieten we daarmee op? – want de Geest gaat door, en misschien is buiten zomaar binnen geworden, nog vóór de nacht voorbij is.

Een randloze kerk. Het doet me denken aan de eerste pinksterdag. Ik verlang ernaar, en ik geloof zelfs dat ‘t gewoon al die eeuwen al werkelijkheid is geweest, en vandaag niet anders.

mei 11, 2013

Morie, een gezicht – Arie Kok [boekbespreking]

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:50 pm

Arie Kok

MORIE

Een boekbespreking

 

Morie is een naam. Een mens. Een kind. Een jongen, voluit geheten Moshe Ben Avraham Joseph, met als achternaam De Liever, een broertje van Celia en Berthie, een zoon van Joop en Rika. Morie de Liever heeft echt geleefd, en aan dat leven is op 11 juni 1943 een einde gekomen in het vernietigingskamp Sobibor.

De roman Morie, debuut van Arie Kok, draagt als ondertitel: ‘Het waargebeurde verhaal van een joodse jongen die probeert te ontsnappen aan de greep van de nazi’s’. Ik weet niet of er een internet-zoekmethode is die me zou kunnen vertellen hoeveel boeken aan deze beschrijving voldoen. Vele boeken zullen het zijn. Tientallen, honderden, misschien wel duizenden titels, in tal van talen, ontelbaar. Een aantal ervan heb ik gelezen, en een ander aantal heb je als lezer van deze recensie gelezen.

Precies hóe uniek dit boek is, kan ik niet in harde gegevens zeggen, maar wel mijn mening geven. Ik vind het een bijzonder boek, vooral door het perspectief waarin de schrijver zijn verhaal vertelt: eigenlijk juist níet bijzonder, en juist daarom uniek. Dit is niet een opsomming van gruwelijkheden die de hoofdpersoon zijn overkomen, waardoor je emotioneel geraakt wordt, of minstens van schokkende informatie voorzien. Dit boek is een levend portret van een jongen en z’n leefomgeving. Hij is normaal, voorzover je dat kunt zijn, en hij merkt ook – zoals wij allen dat merken – dat hij toch ook weer anders is dan anderen. Maar de schok komt pas als hij op een bepaald moment begint te merken dat z’n omgeving hem niet als gewoon ‘anders’ beschouwd, maar… als wat eigenlijk? Als jood. Net als andere joden. De angst groeit rondom zijn hart.

Het proces waarin de hele situatie aan Morie steeds duidelijker wordt, gaat langzaam en wordt door ‘gewone’ en ongewone gebeurtenissen doorspekt; dat alles laat de auteur ons volgen, van buiten maar vooral van binnen, in de psyche van Morie. Het wordt steeds beklemmender, zodat je als lezer er stil van wordt, alsof je een speld in je eigen ziel kunt horen vallen. Als de familie De Liever tenslotte met de trein vertrekt (‘enkele reis’, bestelt vader bij het loket) wordt het bittere einde niet vermeld, behalve in een Nawoord. Maar je weet het, en je zwijgt. Zoals dit hele ‘normale’ verhaal – het leest haast als een gewoon jongensboek – vanaf het begin omgeven is van een steeds duisterder wordende ommuring, tot het donker zich om Morie en zijn familie sluit.

Een gezicht, een zoon van Gods volk. Eén van de circa zes miljoen, huiveringwekkend gewoon. Je durft er geen vragen aan de hemel meer bij te stellen.

God zij geprezen: wij hoeven onze eigen kerk niet te wezen!

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:04 am

Als je als christen een bijdrage levert aan het Generatie-Ik-debat (in De Balie op 9 mei), en je doet dat intelligent en met lef, dan mag dat gehoord worden. Karel Smouter deed dat, en hij verdient lof door – niet voor het eerst – zonder omwegen een bijdrage te leveren in een seculiere discussie.

‘Ik blijf geloven in een  gemeenschap gedragen door individuen,  in plaats van een gemeenschap die individuen draagt,  met alle bedilzucht van dien’, zegt Smouter. Terecht maakt hij hier tegenover een seculier individualisme een sterk punt. Toch denk ik dat hij een wezenlijke stap verder zou moeten gaan, en ik heb de hoop dat hij dat ook wel wil: geloven in een gemeenschap,  gedragen door een andere (trinitarische) gemeenschap. De basis van de Kerk is de gemeenschap van interactieve liefde binnnen de Godheid. Eerlijk gezegd ben ik (in het voetspoor van o.a. Charles Taylor) niet zo onder de indruk van het individualisme dat teveel Verlichtingsdenken herbergt.

De theoloog Miroslav Volf in zijn boek After Our Likeness: The Church as the Image of the Trinity beklemtoont dat de kerkgemeenschap een genadevolle en glorieuze uitbreiding is van de Goddelijke gemeenschap tussen Vader, Zoon en Geest.

Het voorbeeld dat Karel Smouter, van heel dichtbij, aanhaalt: een kind dat in een gezin geboren wordt, is treffend. Want een kind hoeft zelf z’n portie liefde niet mee te brengen. Die liefde is er al, in de warme band die bestaat tussen de ouders waaruit dat kind juist is voorgekomen, en mee gedragen door eventuele andere kinderen – die liefde verlangt ernaart zichzelf te delen met de nieuwgeborene.

Zo is ook de Kerk veel meer dan een verzameling van individuen. Niet een dergelijk individueel concept ligt eraan ten grondslag, maar de liefdesgemeenschap van de drieëne God. We mogen herhalen van Karel Smouter zei, maar zelfs in het meervoud. God zij geprezen: wij hoeven onze eigen kerk niet te wezen!

 

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.