Oude! Weblog van Henk Medema

april 27, 2012

De hel was dit ECHT niet

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:44 pm
Terugrijdend vanuit Utrecht, donderdagavond, snel manoeuvrerend tussen de obstakels van de A28, denk ik terug aan het debat over de hemel en de hel, in de Geertekerk. Het was ‘eigenlijk’ een mooie avond. Spektakel bleef uit. Theologische ruzie ook, geen onderlinge verkettering. Misschien had het hier en daar wat scherper gekund, dacht ik, maar de meeste belangrijke dingen waren wel aan de orde gekomen. De organisatoren, uitgevers en debaters gingen uiteen, en zeiden tegen elkaar: het was goed.
Dat wás het ook, maar toch krielbelde het. Ergens.
Wat was dat toch? Intermenselijk was het óók goed. Heel wat mensen had ik de hand gedrukt en kort gesproken. Eén was er niet, had afgezegd, hij moest naar een begrafenis. Twee anderen vertelden iets méér, nadat ik gevraagd had hoe het ging: één over zeer ernstige, plotseling opgekomen ziekte van z’n schoonmoeder. Een ander over een vechtscheiding van z’n kinderen.
Wat zat me nu dwars? Er was iets waarover ik me inwendig kwaad maakte, en tóch was het een goede avond geweest. Het was moeilijk te formuleren, net zoals die drenkeling waarover Godfried Bomans vertelde, die telkens weer kopje onder ging en nog nét even de hand boven het wateroppervlakte uitstak: help! En toen wist ik het weer, ineens, scherp en helder.
DEZE AVOND WAS NIET DE HEL.
Dat bedoel ik niet als een grapje. Alles wat die avond tot iets moois en goeds maakte, zal er niet meer zijn in de eindeloze gescheidenheid van God, waarin mensen terechtkomen – dat beeld komt me uit de Bijbel tegen – die zich van Hem afkeren. Vriendschap. Troost. Koffie, thee, wijn, die met een glimlach wordt uitgedeeld. Kracht, moed, warmte, broederlijke liefde. Gebed, en zelfs verhoring van gebeden. Helderheid in de argumentatie, waardering voor elkaar. Van dit alles zal niets aanwezig zijn in de gescheidenheid van God, waarin mensen eindigen die de nabijheid van de Heer afwijzen.
Wij (de debaters, de gespreksleiders, de uitgevers, Rob Bell, Mark Galli, Francis Chan & Preston Sprinkle) hebben ons met tal van bijbelteksten bezig gehouden. Maar er is een algemene bijbelse lijn waaraan we moeten denken: de royale genade waarmee God ons nu onmgeeft, maar die ophoudt bij de randen van ons tijdelijke leven. Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, en doet het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.
Nú is het leven – zo vatte Johan ter Beek aan het slot Rob Bell’s visie samen – en het zal ooit goed komen. Nú is het leven – in de samenvatting van Chan volgens ds. Mirjam Kollenstaart – en je moet niet speculeren op kansen na dit leven. Of, zoals cabaretier Tim van Wijngaarden aan het slot zong: ‘Speel dus mooi weer in de regen’ – want alles komt uit Gods genadige hand voort.
Daarom voelde ik me op die donderdagavond 26 april dankbaar, werd bemoedigd, kon voor anderen bidden, mocht iets goeds van de Heer ontvangen. En tegelijk had ik dat onrustige gevoel diep in m’n hart. Thuisgekomen bladerde ik weer in mijn bijbel. Ja, dit is het beeld dat daarin te vinden is. Ik zou het graag anders zien, maar dat lukt niet. Een bestaan zonder een spatje van Gods genade, dat wil ik me niet eens voorstellen. Deze avond was ernstiger en ingrijpender dan ik had gedacht. Ermee klaar zijn we nog echt niet.
Advertenties

april 25, 2012

Hoop op eerbiedig hemel&hel debat

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:30 pm
Stel: je bent een hollandse heiden. Op een mooie zondagmorgen stap je een kerkportaal in. Het is er een drukke, levendige bedoening. Je begrijpt er niet veel van: hemel? hel? Sommige mensen zijn blij, anderen kijken bezorgd, er zijn er ook die zich kennelijk opwinden. Je luistert, en je merkt: deze mensen hebben allemaal gelijk. Of dat denken ze.
Zou je blijven rondhangen, in die kerk? Afgezien van de vraag of die mensen je vriendelijk tegemoet treden – maar waar gáát dit in ‘s hemelsnaam over? Mensen die allemaal hun eigen gelijk willen binnen halen…

‘Is God groter dan de hel?’ Aan de vooravond van het debat over hemel en hel hoop ik vurig op een eerbiedig debat, en breng daarbij een paar postmoderne noties in. Ik snap wel dat die óók ‘heet’ zijn – maar waarom zouden we bang zijn om een beetje meer te leren van postmoderne denkers?
Ronald T. Michener (docent aan ETF, Leuven en aan Tyndale Theological Seminary in Badhoevedorp) enkele basis-kenmerken van een postmoderne houding die ons als christenen zeker niet zouden misstaan. Gods waarheid is te groot voor ons, zegt hij: onze gebroken systemen kunnen nooit de werkelijkheid omvatten van alles wat God is en wat Hij openbaart. En ik citeer dan Arnold Toynbee: onze (waarheids-)systemen zijn niet meer dan gebroken lichtschijnsels van God Zelf. Hij is oneindig veel groter. Hoe gaan we in dat licht donderdagavond met elkaar in discussie? Aan Michener ontleen ik twee belangrijke aspecten.
Ten eerste: een debat wordt door macht gauw bedorven doordat claims van kennis in een discussie machtsclaims worden, vóór je het zelf in de gaten hebt; juist je scherpzinnigheid (een prima eigenschap in dit verband!) kan je gesprekspartners verhinderen open te kijken naar een veelheid van perspectieven.
Ten tweede, daarbij aansluitend: niiet competitie, maar community moet de basis van een goed gesprek zijn. Waarheid wordt niet bepaald door wedijverende individuen, maar is een aspect van de gemeenschap – concreet: de christelijke gemeenschap die juist in haar veelvuldigheid de afspiegeling is van God.
We gaan straks – ik hoop met zeer velen – in de Geertekerk in Utrecht aanschuiven. Ik hoop: in het besef dat wij, met al onze theologische standpunten en bekwaamheden, niet meer zijn dan aarden kruiken. Of, in een beeldspraak die dr. Maarten Dekker gebruikt in zijn recente boek Provocatie: wij zijn de plastic tasjes van de Heer, waarin Hij de mooie, maar vaak gebroken dingen opbergt die Hij in deze wereld vindt, zoals een zwerver z’n bezittingen met zich meedraagt.
Alle reden om eerbiedig bij de Heer te zijn. En elkaar, welk standpunt we ook huldigen, met het grootste respect aan te spreken. Misschien kan deze debatavond dan nog een kerkportaal zijn waar ook hollandse heidenen. Méér dan een kerkportaal, de gemeente van de levende God.

april 18, 2012

Ver-lezing

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:22 am
Stampvol was het zaaltje op de London International Book Fair bij een seminar over Writing for a Digital Age. Het bleek voor een belangrijk deel te gaan over literatuur in China in de digitale tijd, die daar nu ook echt is begonnen. Mijn Chinees is een beetje zwak, maar het oprapen en verzamelen van letters en woorden vind ik al van jongsaf machtig interessant. En wat hier aan de orde was, dat zéker: lezen als poort naar een digitale wereld.
Kun je schrijven terwijl je internetverbinding wijd open staat, en je van alle kanten daarin plugt en communiceert? Nee, corrigeerde één van de panel-leden, de schrijfster Naomi Alderman, de vraag – het is juist andersom: kun je je wel afsnijden van de virtuele wereld? Ze vertelde dat ze als kind orthodox-joods is opgevoed; zichzelf wegsnijden van een deel van de realiiteit is een bekende ervaring voor haar. Op de sabbat doe je in de joodse traditie een fors aantal dingen niet, ze bestáán vierentwintig uur gewoon niet. Maar deze negatie van (een deel van) de werkelijkheid wilde ze nu niet meer, vertelde Naomi. Alle poriën van haar bestaan wilde ze open zetten om de communicatie tot zich te laten komen.
De nieuwe media kun je gewoon náást de oude media gebruiken, en in elke soort ‘lezen’, tot je nemen zoals dat medium vraagt. Je kunt ze cross-mediaal inzetten en tot je laten komen, om door de combinatie van media hetzelfde te zeggen en zo de boodschap te versterken. Maar je kunt ook mensen op transmediale wijze binnen een verhaal leiden, waarbij het éne element het andere aanvult. The Passion in Rotterdam is daarvan een prachtig voorbeeld, maar er zijn ook andere, bredere ‘verhalen’. Ze monden uit in een wereld die je enerzijds overkomt, maar waarin je ook weer je eigen keuzes maakt. The Matrix, Lord of the Rings, StarTrek zijn van die werelden. In www.pottermore.com is zo’n experiment momenteel gaande.
Ontlezing is dus eigenlijk – voorzover het al bestaat – het punt niet. Mensen lezen niet ‘ont’, ze lezen ánders, zoals Timo Boezeman in een veelgelezen column heeft uitgelegd http://bit.ly/HQz9AQ – ze lezen ook niet crossmediaal, maar transmediaal. Ze kiezen hun eigen media, laten het verhaal tot zich komen, en maken keuzes. Ze ver-lezen. Daar is niets mis mee, zoals bij ver-gissen; het is gewoon ver-anderen. Misschien kom je er zelfs wel ver(der) mee.
Hoe moet je je hierbij een business model voorstellen? Dat is helemaal niet zo makkelijk. Dit is een nieuwe wereld waarin niet alleen maar boeken, maar álle media staan te dringen om aandacht. We zijn in die wereld allemaal starters (zoals in een ander seminar in London werd beklemtoond), dus de sleutel is samenwerking en delen, en communiceren naar je community (communitycation).
Twee basis-regels blijven, zo werd beklemtoond in dat propvolle zaaltje. Content is king. Customer is king. Het volle zaaltje knikte. Maar één meneertje van ietwat gevorderde leeftijd keek nadenkend voor zich uit, en mompelde: Christ is KING. Dat meneertje was ik.
De inhoud. De klant. Kernpunten van een businessmodel voor ieder communicatiebedrijf – maar vanuit een christelijke visie komt er een uitdaging bij: de prioriteit van het Koninkrijk. Niet in plaats van de inhoud of in plaats van de klant, maar daar óverheen.
Ik ging nog even kijken in de uiterste hoek van de hallen van Earls Court, waar een gebedsruimte was. Totaal leeg. Geen boeddhist, geen hindoe, geen moslim. Helemaal leeg, zelfs geen christen. Weet je wat: we gaan in Nederland zo’n ruimte vullen. Er is alles voor te zeggen.

april 15, 2012

Hel

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:44 pm
Hel – een heftig thema. Is Noord-Korea, en speciaal een daar gelegen concentratiekamp, ‘een’ hel? Het lijkt er wel op, het is in ieder geval gruwelijk wat ons verteld werd door Shin Dong Hyuk (‘Vlucht uit Kamp 14’). Duizendvoudig is op 15 april opnieuw voor dit land gebeden, aangemoedigd door Open Doors.
Auschwitz, ‘een’ hel? Maar nog belangrijker: ‘de’ hel, bestaat die? – vraagt Francis Chan in zijn nieuwste boek. Hoe kom je daar terecht, als ongelovige heiden of zelfs als christen (jazeker!)? De kwestie was opgeworpen door Rob Bell: hoe kan het evangelie (zo vraagt hij in zijn boek LOVE WINS) in ‘s hemelsnaam de deur naar de hel open zetten? Is dit de God die wij in Christus Jezus hebben leren kennen? Zou God écht mensen naar de hel sturen? Vrijdagavond zag ik een stukje van de film Stranger than Fiction (Marc Forster, 2006): over een man die merkt dat zijn leven door een auteur wordt ‘geschreven’, terwijl die schrijster geen andere keus meer lijkt te hebben dan haar hoofdpersoon dood te laten gaan. Doodsangst bij de hoofdpersoon. Is de hel een situatie die God, als auteur van alles wat gebeurt, uit de hand gelopen is?
Wat goed dat die discussie eens hardop gevoerd wordt! We hebben dat eigenlijk te danken aan Rob Bell, die zulke indringende vragen kan stellen. Wie zich van zijn boek afmaakt omdat hij geen goede of zelfs heldere theologische antwoorden geeft, heeft niet in de gaten dat zijn vragen dieper gaan. Ja, zegt iemand, hij gaat op de emotionele tour. Nee – denk ik – Bell snijdt veel dieper, zijn vragen zijn van existentiële aard. Ze raken de diepste vezels van ons bestaan.
Als ik er eentje mag noemen: stel nou eens (zegt Bell) dat je met je buurman een gesprek voert over het evangelie. Je legt het met warmte en gloed uit. Je vertelt hem dat God van hem houdt, zelfs zozeer (‘chapter & verse’, Johannes 3 vers 16) dat Hij zijn eigen Zoon heeft gegeven om jou, buurman, en mij te redden! God is er álles aan gelegen om je niet in de hel te laten belanden. Je hebt die buurman nog iet overtuigd, maar wel tot nadenken gestemd, en hij stapt in z’n auto, naar een volgende afspraak. Een kwartiertje later komt er een verschrikkelijk telefoontje: de buurman heeft een ongeluk gehad. Dood. Kun je je – vraagt Bell – voorstellen dat diezelfde God die een kwartiertje geleden álles wilde doen om je buurman te redden, hem nu verwijst naar de hel?

In deze blog kan ik zelfs geen begin van een theologische uiteenzetting over dit thema geven, maar ik verwijs naar Francis Chan, en naar Rob Bell, en ook naar Mark Galli, van wie een derde boek over dit onderwerp deze maand verschijnt. De discussie is nu al losgebarsten, en op 26 april wordt er in Utrecht een open symposium over gehouden (zie http://bit.ly/HGQeYP ).
Dit debat is van dringend belang. De hel is geen grapje. God meent het dodelijk ernstig met zijn wereld en met zijn mensen, met zijn mensenwereld waarin het kwaad van alle kanten groeit en woekert, zich vastbijt in mensen, en mensen zich in het kwaad vastbijten. De aardbodem, vol van bloed, schreeuwt om gerechtigheid. Maar als Gods gerechtigheid mensen treft met het vuur van de hel, wíe dan?
Elke dag leven we temidden van honderden, duizenden, miljoenen mensen van wie er een aantal naar de hel gaan, als ik de moed heb om de Bijbel eerlijk te lezen.  Wij leven in een wereld waar we dat niet kunnen zien, en dat is maar goed ook. De mensen om ons heen hebben de hel niet op hun gezicht, en wij hebben niet de bevoegdheid hun zo’n sticker op te plakken. God heeft besloten mensen op geen enkele manier te stigmatiseren, en dat mogen wij dus ook niet doen. Integendeel, we kunnen het beeld van God, hoezeer ook vervormd door zonde en dood,  op alle mensen zien. Maar dat maakt het fenomeen ‘hel’ nog erger: dat daar heel veel beelddragers van God terecht zullen komen.
Ik ben, nogmaals, blij dat deze discussie is losgebarsten. We worden erdoor (opnieuw) geconfronteerd met de vlijmscherpe kant van het evangelie. En daardoor ook met de ernst van het verlossingswerk van Jezus aan het kruis, Miljardenvoudig droeg Hij de straf van helse godsverlatenheid voor zondige mensen. Echt: ik hoop dat velen deze drie (!) boeken gaan lezen, en op 26 april naar Utrecht komen.

april 10, 2012

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:49 pm

Oude! Weblog van Henk Medema

The first full week of April saw a not-too-huge number of Christians assembled in one of the buildings adjacent to St.-Michael’s Church in Heliopolis, Egypt, to study the Apostolic Fathers, by way of introduction. Americans, Dutchmen, Egyptians and others sat down under the teaching of e.g. dr. Jos Strengholt, Anglican priest and ardent student of early church history. The atmosphere was warm, and the discussions lively. We went through texts that some of us had hardly seen beforehand: Polycarp, Barnabas, Hermas, the Epistle to Diognetus, fragments of Papias, First Clement, Ignatius.
Allow me to share a few elements of the studies that struck me. In a later stage I hope to come back on a few pertinent topics.

1. What actually made these days so worth while? The surprising experience of approaching the New Testament, not from some twenty centuries after the time, but being parachuted into it, viewing things…

View original post 409 woorden meer

april 9, 2012

The Apostolic Fathers – and some of their sons & daughters in the 21st century

Filed under: Uncategorized — Tags: , , — henkmedema @ 2:28 pm
The first full week of April saw a not-too-huge number of Christians assembled in one of the buildings adjacent to St.-Michael’s Church in Heliopolis, Egypt, to study the Apostolic Fathers, by way of introduction. Americans, Dutchmen, Egyptians and others sat down under the teaching of e.g. dr. Jos Strengholt, Anglican priest and ardent student of early church history. The atmosphere was warm, and the discussions lively. We went through texts that some of us had hardly seen beforehand: Polycarp, Barnabas, Hermas, the Epistle to Diognetus, fragments of Papias, First Clement, Ignatius.
Allow me to share a few elements of the studies that struck me. In a later stage I hope to come back on a few pertinent topics.

1. What actually made these days so worth while? The surprising experience of approaching the New Testament, not from some twenty centuries after the time, but being parachuted into it, viewing things from the insights of people who were close contemporaries. I had been reading a bit into the Apostolic Father, using the classic Dutch edition of A.F.J. Klijn, but was never triggered as much as I experienced in this course.

2. The strength of Christian tradition was something else that also struck me. Being from a Brethren and evangelical background, I was always quite a bit critical of Christian tradition, though not formally opposed to it. But breathing the air of these apostolic fathers made me see two things: their own self-consciousness, and their reverence for the Scriptures. They were deeply aware that they had points to make and things to say, and they did. On the other hand, they did not put themselves on a par with the Apostles or the other writers of the Scriptures.

3. Revence for Divine revelation: there are a few things here and there that some of us might not agree with in the writings of these Apostolic Father. By and large, though, we could shout a loud AMEN! – or, for that matter, give our signature to their views. They were obviously aware that they were living in just one or two generations from a time where God had shown His intervention in the course of history, through Jesus and the Spirit, and they were in deep awe about that.

4. Compare with the Apostolic Fathers, our thinking is full of theology on the one hand side, and biblicism on the other. Their firm attitude against gnosticism and docetism anticipated on the great confessions that would be framed in words several centuries after them, but did not have such a paradigmatical infrastructure. Their reading of Scripture frequently did not really take an observing distance from the text, but I was struck how in comparison many of us (including myself) tend to think in a much more biblicist way.

5. Shared reading is a joyful experience! There was a lot of interactivity during the sessions, which brought out some differences in thinking models. For example, some of us had rather clear views on the Millennium, while others, from a different theological background, had hardly spent thoughts on that topic, and they had to be explained what a-mill, pre-mill or post-mill positions would mean. My presumption, by the way, is that many of the Apostolic Fathers would not have had a clue either… In a later blog I hope to pay some attention to that.

april 4, 2012

Jaap Fijnvandraat – broeder, vriend

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:31 am

Een IN MEMORIAM voor Jacob G. Fijnvandraat moet echt wel met een stukje nostalige beginnen, dat is onontkoombaar.

Als een soort geestelijke vader, zo kende ik Jaap in mijn jonge jaren: in de bijbelstudiekampen in Doetinchem, in de Zomeravond-acties in Friesland, waarin hij, samen met z’n broer Johan en Bé Ottens, ons als jonge kerels meenam om ons te trainen in bijbelstudie en evangelisatie. Nog kan ik nauwkeurig de plek aanwijzen in Beetgumermolen waar ik voor ’t eerst voor een volle zaal het evangelie mocht verkondigen, of de weg tussen Leeuwarden en Aldeboarn: ik zat naast hem in het Volkswagenbusje en hij legde me de Romeinenbrief uit.

Toen mijn eigen vader plotseling overleed, zo’n vierendertig jaar geleden, was het vrijwel direct vanzelfsprekend dat we hem zouden opbellen om op de begrafenis te spreken – want mijn vader en hij waren goede vrienden. Maar ook omdat ik zélf wat met hem had, meer dan ‘wat’: een speciale band.

Al spoedig daarna werd hij voor mij een oudere collega in de dienst van de Heer, bij wie je te rade kon gaan als zich moeilijke situaties voordeden. En in de jaren ’80  en ’90 trokken we als vrienden nauw met elkaar op. In tal van situaties in de ‘vergaderingen’ werkten we samen, schouder aan schouder, op de conferenties in Winschoten, Den Haag en Alphen aan den Rijn. Vaak logeerde hij bij ons. Maandelijks hadden we de redactievergaderingen van de ‘Bode’, en dan ging het niet alleen over de kopij, maar ook over de zorgen die er waren over de gemeenten. Later zaten we ook bijeen in de samenstelling die internationaal bekend werd als The Dutch Five.

Wat was nu het bijzondere van Jaap? Zijn onvermoeibare ijver. Zijn anecdotes. Zijn ‘gewoon’-zijn: hij had nooit kapsones.

Toch was het méér. Dat alles, bedenk ik, kun je ook van veel anderen zeggen. Was het de combinatie van zijn gewoonheid, zijn helderheid, en zijn geestelijke gezag? Dat komt al een beetje in de richting. We waren het niettemin ook wel oneens, soms behoorlijk oneens. Toch bleef de aantrekkingskracht, en terwijl zijn geest al heel wat van z’n kracht verloren had, heb ik hem nog eens opgezocht in het bejaardentehuis in Eindhoven. Wat was het goud dat in de grond verstopt zat? Ik denk: zijn integriteit, zijn zuiverheid. Zijn liefde voor de Heer. De ruimte die hij in z’n drukke leven maakte voor mensen.

In de loop van de jaren heb ik heel wat manuscripten met hem en voor hem doorgenomen – daar zaten steevast veel foutjes in: hij was weliswaar schoolmeester, maar in dat opzicht wel een beetje slordig. We peuterden ze samen uit de kopij en de drukproeven, zodat de boel naar de drukker kon. Zelden of nooit heb ik hemzélf echter onder handen hoeven te nemen, wegens onzuiverheden jegens mensen of in situaties.

Nu is zijn aardse leven ten einde. Zoals het van Benjamin Franklin, de Amerikaanse staatsman die oorspronkelijk drukker was, werd gezegd: wij sluiten deze drukproef van zijn leven af, om straks in de opstanding een nieuwe editie van hem te ontmoeten, en dan zullen álle onzuiverheden, zelfs de kleinste, eruit verwijderd zijn. Aan Jezus gelijk.

Blog op WordPress.com.