Oude! Weblog van Henk Medema

februari 29, 2012

The Tweethood of All Believers

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 10:12 am
Op Twitter heb ik ruim 1100 volgers, maar ik heb niets over ze te zeggen Op FaceBook en LinkedIn zijn het er samen nog wel meer, maar met nóg minder gezag. In het bedrijf waar ik als uitgever werkzaam ben, kennen we een matrix-organisatie, wat inhoudt dat precies nul personen ‘onder mij’ vallen. In het dorp waar ik woon, maak ik graag eens een praatje op straat, maar heb er geen enkele formeel gezag. En op zondag schuif ik de bank in van m’n geloofsgemeenschap, óók zonder enige officiële autoriteit, en groet mijn broeders en zusters hartelijk.
Wat voor relatie heb ik dan met al die mensen? Heb ik iets over ze te zeggen? Moet ik ze iets proberen te verkopen? Je zou in zekere zin zeggen: ja, dat laatste doet een uitgever wel. Maar in de digitale wereld, en zelfs (als je heel goed oplet) in de fysieke wereld gaat het om iets anders. Niet om wat je voor gezag over iemand hebt, niet wat je aan iemand kunt verkopen, maar om wat je voor iemand bent. Zoals wij allemaal als gelovigen zijn: allemaal, de een niet meer dan de ander, priesters: mensen die elkaar de weg naar God kunnen wijzen.

In de nieuwe, eenentwintigste eeuwse digitale wereld kunnen wij opnieuw, en radicaler, leren wat dit priesterschap betekent. The Tweethood of All Believers leert ons wat we zijn voor elkaar. Het gaat niet om de organisatie, maar om de verbindingen; om een beeld uit de recente film Hugo te gebruiken: niet om de radertjes, maar om de relaties. Niet gezagslijnen, maar om netwerken.
Binnen de meer institutioneel georganiseerde kerken wordt het leiderschap vanuit meer formele lijnen beschouwd: een dominee, een kerkenraad; een voorganger, oudsten. Maar het is de moeite waard eens te kijken naar het Griekse woord presbuterion, dat in 1Tm4:14 ‘het oudstenschap’ aanduidt, ‘het oudstenteam’ dat aan Timotheüs gezamenlijk de handen heeft opgelegd, zich eenmakend met zijn bediening, zodat zijn genadegave (Gr. charisma) bevestigd werd. Dit woord komt nog maar twee keer elders in het NT voor, namelijk in Lk22:66 en Hd22:5, waar het doelt op de verzamelde oudsten van Israël.
In een organische geloofsgemeenschap lopen hier geen formele lijnen. Het leiderschap staat niet tegenover de gemeenschap maar is er een centraal deel van. Het is zelfs niet een raderwerk in de gemeenschap, maar een van de vele (misschien wel een van de meest centrale) knooppunten in een relatienetwerk. Laat me deze metafoor mogen verbinden met twee centrale bijbelse concepten.

(1) Kracht
In het leiderschapsteam is kracht gelocaliseerd (een centraal begrip voor de werking van de Geest, waarvoor de Gr. woorden ischus, kratos, dunamis worden gebruikt).
Zoals Robert Doornenbal zegt (in Sophie 1/2012, 46): de motor van de (organische) gemeenschap is zélf een kleine gemeenschap. De kracht van de kleine gemeenschap is de bevestiging die van haar uitgaat, zoals blijkt uit het voorbeeld van Timotheüs. Er worden kanalen gegraven (facilitering) en de waterstromen worden daar doorheen gestuwd (inspiratie)
Als die kracht vleselijk wordt gebruikt, kan de uitwerking vreselijk zijn: sterke persoonlijkheden kunnen een organische gemeenschap duwen en trekken in een richting die zij zélf willen, niet noodzakelijk passend bij de identiteit van de gemeenschap.
Als evenwel diezelfde kracht geestelijk wordt aangescherpt, is het heel anders: mensen van God weten wie zij zélf zijn voor Gods aangezicht, en zijn samen door geestelijke oefening in staat de identiteit te herkennen van de gemeenschap (‘de kennis van zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, Ko1:10)

(2) Macht
Leiden is het uitoefenen van macht, en een leiderschaps-kern is een groep van mensen met gezamenlijke gezagsuitoefening (Gr. exousia – ‘gezag’, ‘volmacht’, ‘bevoegdheid’). Het is boeiend te zien dat in het NT dit woord wordt gebruikt van God en van Christus, en (2Ko10:8; 13:10) van het apostolisch gezag over de gemeente. Maar het wordt nergens gebruikt voor gezagsuitoefening binnen de gemeenschap, terwijl het wél (bijvoorbeeld in Mk14:34) het gezag aanduidt dat is toegekend aan de gemeenschap. Dat er binnen de gemeenschap een team van gerijpte, ervaren, geestelijke mensen moet zijn, is al aangeduid. Er zou over deze ‘oudsten’ en ‘opzieners’ veel meer gezegd kunnen worden, maar het is in ieder geval een team binnen de gemeente, niet over de gemeente, zoals Petrus uitdrukkelijk zegt (1Pt5:3).
Als dit team teveel wordt geformaliseerd, ontstaat er weer een ‘tegenover’, waarin de gemeenschap zich alleen moet onderwerpen aan de leiders. Als het leiderschap anderzijds juist sterk wordt opengelegd, nemen constant andere kernen buiten het eigenlijke leiderschap deel aan de besluitvorming. Dat is niet verkeerd, maar wel lastig, en het vereist veel (geestelijke) wijsheid om daarin constant wegen te vinden.
Noch de geslotenheid enerzijds, noch de openheid is op zichzelf vleselijk of geestelijk. Beide modellen kunnen samengaan met de werkzaamheid van de Geest. Maar van de aanwezigheid van macht- c.q. gezagskernen moet je je constant bewust zijn, en daarin moeten op een geestelijke (Geest-geleide) wijze ‘politieke’ beslissingen worden genomen.

Weet iemand eens-voor-altijd hoe het moet, met die Tweethood of All Believers? Nee, vermoedelijk niet. Maar wie er een idee over heeft, mag dat laten horen…

februari 22, 2012

Vasten is als je schoen zetten

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:41 am

Aswoensdag, begin van de veertigdagentijd, die zich uitstrekt tot aan de viering van Jezus’ dood en opstanding.

Vastentijd. Een roomse aangelegenheid, waarover Godfried Bomans, een van mijn favoriete auteurs, boeiend wist te vertellen. Dit hoorde bij het rijke roomse leven.

Ook protestanten doen het tegenwoordig, en zelfs evangelicals, misschien wel juist in die laatste groep groeit het verschijnsel. In de social media kun je dan vertellen hóe je dat doet.

Van vasten heb ik geen verstand. Ik doe het wel eens, zoals ik ook wel wat aan hardlopen doe, en zoals ik graag zing – maar dat betekent nog niet dat je er met enig gezag iets over kunt vertellen.

Vanmorgen evenwel – bij de voorbereiding van m’n preek voor zondag – werd ik me iets bewust  dat ik graag wél wil delen. Vasten is als het zetten van je schoen voor Sinterklaas.

Vasten is niet een prestatie waarmee je voor God punten kunt verdienen. Precies het tegenovergestelde: het is de Heer gelegenheid geven om zijn genade aan  ons kwijt te kunnen.

Vasten is, in de termen van 2 Korinthiërs 12 vers 9, jezelf bewust te maken van je zwakheden. In onze door en door consumptieve maatschappij nemen we een heleboel dingen tot ons, niet omdat we ze stuk voor stuk nodig hebben, maar om onze nood af te dekken. Nou ja: nood is misschien een zwaar woord. Maar toch: de zwakheden waarop Paulus in de tweede Korinthebrief doelt, onze beperkingen als schepselen, zijn de dingen die pijn doen in ons leven. Je kunt daarvoor bidden dat God ze (‘alstublieft, Heer!’) mag wegnemen. Maar zijn antwoord is anders. Het luidt: genade.

Dus zetten wij, zoals de Sunamietische vrouw in 2 Koningen 4, onze kruiken en bakken en tobbes open neer, opdat de olie daarin gegoten kan worden. Gods Geest. Gods genade. Wij hebben de moed om onze wonden open te leggen voor Hem. Zijn genade en zijn kracht, daarin komt Hij ons nabij.

februari 17, 2012

Evangelicals: toekomst, zes jaar geleden

Filed under: Uncategorized — Tags: , — henkmedema @ 7:26 am

 

Bijna zes jaar geleden geschreven in ELLIPS, en ik was het bijna vergeten. Een vriend attendeerde me erop. Ik zocht het op, en ja: daar was het artikel over ‘De toekomst van het evangelicalisme’. Terwijl die toekomst al lang en breed is begonnen, herlees ik het, en blog de kern ervan, ongewijzigd. Nou ja – een paar regels aan het slot.

De toekomst is open, maar ook onzeker. Daarmee is gezegd dat er heel veel opties zijn wat onze eigen keuzes en verantwoordelijkheden betreft, maar dat er aan de kant van Gods soevereiniteit heel veel voor ons onzeker is. Als ik dan in de volgende beide paragrafen toch iets van de toekomst van het evangelicalisme schrijf, doe ik dat uitsluitend op eigen verantwoordelijkheid. Wie dit artikel over tien jaar nog eens leest, hoeft zich niet te verwonderen als niet alles is uitgekomen. Wat ik hier zeg is: sommige vormen zijn nu al bij ons, en te voorzien is dat zij zullen blijven. Wat ik tevens zeg is: sommige inhouden zijn er nu al, en als ze blijven dan wel zich verdiepen, dan zal de groei en ontwikkeling van het evangelicalisme zich voortzetten.

Verschijningsvormen
Er doen zich diverse verschijningsvormen van evangelicale kerken voor, wereldwijd maar meer speciaal ook in Nederland, die een goede kans hebben te overleven. De megakerken. Het is merkwaardig dat dit verschijnsel nog steeds bestaat en vermoedelijk ook zal overleven.

Oorspronkelijk als navolging van Amerikaanse kerken als Willow Creek en Saddleback bedoeld, hebben ze ook in de polder wortel geschoten: Bethel in Drachten, De Meerkerk in Hoofddorp, de Vrije Evangelisatie ZwolIe, enzovoorts. Het zijn vaak regionale kerken, die vaste bezoekers hebben maar ook (juist) openstaan voor christenen die gewoon maar langskomen op zondag.

De huiskerken. Ze zijn er nog steeds, georganiseerd in http://www.indehuizen,nl , of bij Church Without Walls, of, zoals ook voor de hand ligt, helemaal niet georganiseerd maar in tal van losse vormen te vinden. Hun kracht ontlenen ze natuurlijk juist aan wat anderen wél, maar zij nu juist niet hebben: muren, identiteit, structuren, confessies, vormen.

De kerk als water, of The Liquid Church, zoals het boekje van Pete Ward heet.
Heel eenvoudig gezegd komt het hierop neer: waarom zouden we niet op de inhoud letten in plaats van op de vorm? De kerk is tenslotte niet het glas, maar het water; niet de kade, maar de haven; niet de oever, maar de stroom. Dit zijn niet per se allemaal huiskerken, maar wel gemeenten die zich vooral concentreren op de inhoud in plaats van op de vorm, zodat er ook maar heel weinig ‘vorm’ dan wel ‘kerk’ zichtbaar is. Boeiend wordt de discussie natuurlijk zodra je je afvraagt wat het nut van het glas, de kade en de oever is: zou dat soms zijn om het water te kanaliseren?

De opkomende kerk, beter bekend als de Emergent Church, niet veel verschillend van de Liquid Church, maar het is toch net even iets anders. De nadruk ligt hier op de beweging (of, zoals sommige van haar leiders zeggen, ‘het gesprek’) waarin op een bepaalde manier de tijd waarin wij leven wordt ‘gelezen’. Dit is vooral een gebeuren in de Verenigde Staten, en het is eigenlijk een zeer individualistisch gebeuren: afzonderlijke mensen gaan hun eigen weg en zoeken daarin wat God voor hen heeft. Men leze de beschrijving van Michael Moynagh, en de kritiek van Carson.

De uitwonende kerk is een term die ik zelf heb verzonnen, en waarmee ongeveer hetzelfde is bedoeld als Fresh Expressions in de evangelische hoek van de Kerk van Engeland: je verzint voortdurend nieuwe vormen voor evangelisatie, samenzijn, samenleven, woordverkondiging, geestvervuldheid, enz., en die worden dan op een website gepubliceerd (www.freshexpressions.org.uk) om anderen ook op een idee te brengen. Dat wordt in Groot Brittannië gepraktiseerd, maar ook in Nederland hebben we zo’n verschijnsel, alleen nog niet samengebracht in een website. Wel gaan we overal naartoe en we laten ons door geen enkele fysieke, kerkelijke, geestelijke of geografische grens tegenhouden, en al zeker niet door denominationele beperkingen. Wat je vandaag doet, doe je morgen niet meer, in ieder geval niet met dezelfde mensen, en je blijft nooit op dezelfde plek hangen, je bent uitwonend.

Al deze verschijningsvormen, en er zijn er veel meer, zijn en blijven en groeien. Is het de toekomst? In die richting zal het zeker gaan. 

 

Inhouden
Laat me ten slotte een paar uitdrukkingen van het evangelicalisme noemen die staan voor kenmerkende inhouden. Als die dingen blijven, of blijven komen, dan zal het evangelicalisme ook in Nederland bloeien. Ik heb voor de lezers vier ‘kreten’.

Het woord opluchting ontleen ik aan Govert Buijs (in: Van Bekkum, 2004): het is een woordspeling die doet denken aan de wind, de Geest (pneuma, roeach). Wat we nodig hebben is de ruimte van de Geest, en er zijn nogal wat tekenen die in die richting wijzen.

Heiliging hangt daarmee samen, want het moet gaan om de Geest, maar dan wel concreet de Heilige Geest. De kritiek van Sider is buitengewoon ernstig, en trekken we de schoen niet aan waar die ons past, dan gaan we ten onder in zeer troebel water.

Wereldvormend christendom (‘world formative Christianity’) ontleent Govert Buijs in hetzelfde artikel aan Wolterstorff (1983). Een mooie uitdrukking! Niet wereldgelijkvormig, passief gevormd door de wereld, maar wereldvormend, actief de wereld knedend en vormend, zó moet het christendom zijn.

En ten slotte: openbaring, zoals Arnold van Heusden terecht reageerde op Gabriël van den Brink, in het ICS cahier (2005). Als we het licht van Gods openbaring constant nieuw door onze transparante levens laten stromen, dan valt Gods machtige waarheid verticaal als een bliksem in onze levens. Daar zit zoveel elektriciteit in, dat ik de werkzame kracht daarvan niet meer in voltage durf te voorspellen.


Zes jaar later. Wat is er nu veranderd? Ik ben erg benieuwd naar de respons van anderen, maar ik kan zelf al direct iets onderkennen. Het woord ‘uitwonend’ dat ik in 2006 had verzonnen, moet vervangen worden door ‘uitgaand’. Met andere woorden: ‘missionair’. Dat is misschien wel het sleutelwoord voor de evangelicale kerken en groepen in 2012, of sterker nog: voor álle kerken en gemeenten. De kerk van 2013 zal missionair zijn, of ze zal niet zijn.

februari 16, 2012

God is goed

Filed under: Uncategorized — Tags: — henkmedema @ 7:47 pm

God is goed? Als je mensen wilt opwinden, blij wilt maken, kwaad wilt maken, bitter bedroefd wilt zien worden, of welke hevige gemoedsstemming ook wilt zien krijgen, dan moet je alleen even het vraagteken weghalen en vervangen door een punt.

Ik heb hier een boek in handen dat deze uitspraak onbeschaamd op het omslag vermeldt: GOD IS GOED: God leren kennen zoals Jezus Hem openbaart. Een paar jaar geleden – ik heb het nog scherp voor ogen – stond ik voor het eerst met de Amerikaanse editie in handen, geschreven door James Bryan Smith. Het was in de Verenigde Staten, en ik weet nog hoe ik aarzelde. Het ging om drie delen, waarvan mijn gewaardeerde collega Gerhard Rijksen van Gideon nu het eerste heeft uitgebracht. Ik vond drie delen teveel en durfde niet. Maar gelukkig kwam het er tóch.

Tot zover een onderonsje onder uitgevers: zo gaat dat soms. Maar nu lees ik het opnieuw, en ik realiseer me wat een heftig statement de titel eigenlijk is. Toch gaat de auteur niet een rondgang maken door de ellende van de wereld. Het wordt veeleer een wandeling door je eigen hart. Beginnend bij de kern (hoofdstuk 1): waar ben je naar op zoek? En vervolgens naar het thema zelf (hoofdstuk 2), ronduit de stelling van de titel van het boek herhalend: God is goed.  Om dan nog specifieker te worden in de hoofdstukken daarna: God is betrouwbaar. God is vrijgevig. God is liefde. God is heilig. God offert zichzelf op. God herschept.

Waarom wordt ik nu opnieuw getroffen door dit boek? Omdat ik me opnieuw realiseer dat het antwoord op de vraag naar Gods goedheid niet te vinden is in de buitenwereld, maar in een hart dat door Hem Zelf wordt aangeraakt. We noemen dat wel eens, met een moeilijk woord, spiritualiteit. En omdat de spiritualiteit van dit boek precies (denk ik) de weg is om je hart gevoelig te maken voor die aanraking. Elk hoofdstuk wordt aan het slot voorzien van oefeningen. Pas op: dat zijn geen exercities om punten te verzamelen, om Gods liefde te verdienen. Het zijn wegen om de antenne van je hart te richten op de Heer.

Een voorbeeld? Nou vooruit, ééntje dan. Uit hoofdstuk 1, en ik verklap alleen de titel van de oefening: Slaap. Beetje gek? Lees de rest dan maar zelf, en laat het maar met je gebeuren. God is goed.

Later zal ik nog wel eens wat vertellen over een boek van dezelfde auteur, dat we wél durfden uit te geven. Maar dat komt nog. Voorshands is dit genoeg om te lezen. Ik ben benieuwd naar wat je vindt van de geestelijke disciplines als een manier om je hart op Gods goedheid te richten.

februari 9, 2012

Wij kiezen voor eenheid

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:10 am
Een vijftig, zestig christenen waren  bijeen in bezinningscentrum Emmaüs in Helvoirt, voor de derde keer, om iets te zoeken wat er is, maar wat er soms ook helemaal niet is: eenheid onder gelovigen. Het was een soort geestelijke oefening, een spirituale elfstendentocht, want er was nog een lange weg te gaan. Maar we gingen die weg gezamenlijk.
Er waren allerlei soorten katholieken, gereformeerden, evangelischen, charismatischen, protestanten. Mannen (de meesten) en vrouwen. Blank (de meesten) en zwart. Ouderen (de meesten) en jongeren. Kerkleiders (velen), mensen uit de politiek, de zorg, christelijke organisaties. Het was net als bij de vorige en de voor-vorige retraite: met hartelijke openheid elkaar ontmoeten, kennis maken, naar elkaar luisten, naar Gods Woord luisteren.
Er was lofprijzing en gebed. De Naam boven alle namen was op onze lippen, maar ook – in een ‘conversatiegebed’ – de namen van tientallen mensen, organisaties, landen en wat niet meer, die wij voor de Troon in herinnering brachten, opdat de Almachtige zou doen wat Hij alleen vermag.
Er was een ‘biechtspiegel’ – en als je niet weet wat dat is: een lijst van veel voorkomende zonden, een checklist waarmee je je leven kunt vergelijken, en in dit geval het leven van je kerk of gemeente.
Vierentwintig uur later namen we weer afscheid van elkaar, startten onze auto’s en verlieten het bezinningscentrum. Bezonnen, en ons nog verder bezinnend. De eenheid hadden we een beetje ervaren, en die smaakte naar meer. De pijn hadden we gevoeld, en die blijft ons bij. Het is niet zo simpel dat je gewoon maar ‘kiest’ voor eenheid.

Ergens achter in m’n hoofd en diep in mijn hart bleef Psalm 42 hangen: een verlangen naar God, zoals een hinde smacht naar stromend water.
Terugkijkend naar het verleden, en écht wel ‘met weemoed vervuld’ (vs5) als je bedenkt hoeveel catastrofes er in en met onze kerken en gemeenten gebeurd zijn.
Toch ook: nú de eerlijke confrontatie zoekend, jezelf ernstig toesprekend: ‘Wat ben je bedroefd, mijn ziel, en onrustig in mij?’ (vs6a).
En hopend uitzien naar wat God kan doen in de toekomst: ‘Vestig je hoop op God, eens zal ik Hem weer loven!’ (vs6b).
Thuisgekomen hoorden we dat de elfstedentocht niet doorging. Nou ja. Maar vriezen of dooien, we blijven gaan voor de eenheid.

Blog op WordPress.com.