Oude! Weblog van Henk Medema

december 31, 2011

Midden in de Apocalyps

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 2:44 pm
Deze blog heeft niet de bedoeling de jaarwisseling van 2011 op 2012 te plaatsen in het midden van de Apocalyps. Het is veel eenvoudiger: Openbaring 12 ligt vrijwel in het centrum van alle hoofdstukken van het boek dat door Johannes is geschreven, en waarin Jezus Christus wordt geopenbaard. Mijn goede vriend Jos Strengholt kondigde op twitter aan dat hij voor een belangrijke exercitie stond: een preek over dat hoofdstuk. Vervolgens ging ik de uitdaging aan van een exegetische exercitie. In deze eerste blog beginnen we bij de basis.

Na een aantal inleidende thema’s worden we nu ingevoerd in het Boek van de Tekenen: in de hoofdstukken 12-19 komen we zeven semeia (tekenen) tegen, net als in het Evangelie naar Johannes.
Dit centrale deel van de Apocalyps gaat over een zwangerschap, maar staat zelf ook zwanger van bijbelverwijzingen, zoals in het algemeen het hele Boek. Net als op veel plaatsen wordt teruggeblikt van het laatste Bijbelboek naar het eerste, naar Genesis. Het toneel is de hemel (vs1) en de aarde (vs4) de zon en de maan en de sterren (Gn1:1v; 14v.). Maar ook een overduidelijke verwijzing naar een beeld uit het laatste der toledot dat verwijst naar de komende Koning in het eerste Boek van Mozes (Gn37:9v). En een verwijzing naar de slang, de draak, in de zwartste bijbelbladzijde waarin de zondeval is beschreven (Gn3), met herkenbare quotes uit
Js7:14 en Mi4:10-5:1. Het gaat over de zwangere vrouw die een zoon baart. Vanuit de Psalmen, het grootste en middelste Bijbelboek, wordt ons iets getoond over de Zoon die de volken zal hoeden met een ijzeren staf (Ps2). We worden geconfronteerd met het ultieme symbool van het kwaad, tegenover het ultieme symbool van zwakheid: vrouw en kind, nota bene tijdens de bevalling waarin beiden kwetsbaarder zijn dan ooit.
Wie is nu deze vrouw? Ik ga in deze eerste blog uiteraard nog niet voluit in de discussie, maar noem enige alternatieven en overwegingen daarbij:
(1) Zou het kunnen gaan om een concrete vrouw? En wie dan? De geboorte-scene lijkt terug te wijzen op het begin van het NT; zou deze vrouw dan Maria zijn? Maar wat er verder van de vrouw wordt gezegd, maakt dat wel lastig, namelijk dat zij ná de confrontatie tussen de slang en de Zoon ontkomt naar de woestijn en daar bescherming vindt (vs6). En wat er wordt gezegd over ‘de overigen van haar nageslacht’ (17) kan alleen maar symbolisch worden opgevat, en dan klopt de symboliek nog niet.
(2) De Kerk wordt meermalen als een vrouw voorgesteld: 2Ko11:2; Ef5:25, maar zij is nimmer de moeder van Christus, steeds zijn vrouw of zijn bruid.
(3) Israel wordt in het hele OT op allerlei plaatsen gezien als de vrouw van JHWH, en als de moeder die de gezalfde Koning baart (Js54:1v, Mi4:10v). Maar uitlegkundig wordt het een probleem als wij moeten verklaren hoe heel Israel in dit beeld ten dode toe vervolgd zou worden door de slang (de satan), op grond van en onmiddellijk volgend op zijn geboorte.
(4) Als we aan de gelovige Joodse gemeenschap denken, is dit een stuk minder moeilijk te verklaren: sinds de Gezalfde is ‘weggerukt’ naar God en aan zijn rechterhand op de troon zit, is het Koninkrijk Gods vol spanning. Constant zet Gods tegenstander de ‘zonen van het koninkrijk’ onder druk, en ze hebben geen andere kracht dan in diezelfde Christus.
Er blijft dan een probleem over dat voor een vervangingstheologie (waarin de Kerk de opvolger en vervanger is van Israel) niet bestaat. Maar het is precies dit probleem dat in het boek de Openbaring moet worden opgelost: hoe kan het dat Israel nog steeds (al is het ‘in de woestijn’, in de diaspora) nog bestaat, als het geen functie en geen toekomst meer heeft? En dat temeer omdat de belangrijkste gebeurtenis uit de heilsgeschiedenis, de komst van de Messias, aan haar te danken is (Rm9:5)? Nóg sterker: als Israel niet als geheel ongelovig is gebleven, maar altijd een overblijfsel heeft behouden ‘naar de verkiezing van de genade’ (Rm11:5)?

Advertenties

december 21, 2011

Simple Church: erin, eruit

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:22 pm
… als iemand de deur opent, zal Ik ook bij hem binnenkomen en de maaltijd met hem houden, en hij met Mij.
Openbaring 3:20

Samen eten, eenvoudiger kan het haast niet. Het brengt je dicht bij elkaar. Je deelt samen, je praat met elkaar. Kan een kerk zó eenvoudig zijn, zonder muren en verordeningen? Eigenlijk moet ’t kunnen. Toch?
Misschien is dit de kern van de kerk.

[1] Samen (aan)bidden – je richten tot God in gebed en aanbidding. Bidden en aanbidden is niet precies hetzelfde, maar het kan wel heel goed samengaan en afgewisseld worden. Bidden: met lege handen komen om van Hem te ontvangen. Aanbidden: met gevulde handen komen om Hem iets te brengen.
‘Als je bidt, zeg: Vader, mag Uw naam worden geheiligd!’ (Lukas 11:2). Meer dan een liturgisch gebed in een volle kerk, waarin de voorganger voorgaat en wij allen amen zeggen. Dit is een persoonlijk gebed in de gezamenlijkheid, de community; het kan op ieder moment van de week gebeuren, daar waar twee of drie bijeenkomen en alleen maar aan de Naam denken. Om die te verheffen boven alle namen: vreugdevolle aanbidding. Om in die naam royaal te ontvangen: afhankelijk gebed.

[2] Samen discipelschap oefenen – je voeten richten op de weg van de vrede. Je hele leven voor Hem, van Hem leren, Hem volgen. Er samen voor gaan.
‘Vader, mag Uw naam worden geheiligd, mag Uw koninkrijk komen!’ (Lukas 11:2). Dat is het Koninkrijk zoeken en de gerechtigheid die daarbij hoort, en over de rest hoef je je dan niet meer druk te maken.
In je dooie eentje op zoek naar het Rijk, dat is geen leven. Samen zoeken, dát is pas een belevenis! Dit is de kerk: een ingewikkeld, veelvoudig, prachtig netwerk waarin discipelen elkaar aanscherpen in liefde en goede werken, en daarmee vrijmoedig de wereld in stappen. Waar je niet alleen op zondag een uurtje of wat op bezoek komt, maar je constant afvraagt en je laat bevragen over wat de wil en de weg van de Heer voor jouw leven is. ‘Wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die Mij liefheeft’ (Johannes 14:21). Concreet: dat ene, grote liefdesgebod dat Jezus ons op het hart heeft gedrukt, en dat weer uiteen valt in een rijk spectrum van alle mogelijke kleuren. Die stralen naar buiten toe. Missionair: sorry voor het woord.

Dan gaat de deur weer open, en ga je met Hem mee naar buiten.
‘… de Amen, de trouwe en waarachtige getuige, het begin van de schepping van God’
Openbaring 3:14
– een nieuw getuigenis, een nieuwe schepping!

Is dit de kern? Het zit hier in de buurt, en hier blijf ik dus zoeken.

De ontmuring van het christelijke geloof

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:22 am

Een halve eeuw geleden was de kerk een instituut, met muren en een dak (dogma’s, belijdenisgeschriften, ambten), en binnenin zaten de gelovigen. Als sommigen van deze gelovigen verlangden naar meer ‘moderne’ inviduele vrijheid, konden ze óf uit hun dak gaan, ófwel de muren openbreken, of eventueel zelfs allebei. Ze deden beiden, en zo zagen we de vrijzinnige stroming aan de ene kant er uit breken, en de evangelische stroming aan de andere kant. Met de toekomst van vergrijzing en versterving aan de vrijzinnige kant, en met de belofte van herleving aan de evangelische kant. Van die laatste belofte is niets gekomen, zegt Remco van Mulligen, en het zal er ook niet van komen – om de eenvoudige reden dat vrijzinnigheid en evangelicalisme van hetzelfde laken een pak zijn. Te ruim, te open, te breed, zonder muren, dak of fundament. Ziehier mijn ietwat populaire samenvatting van zijn artikel, als ik dat goed begrijp. De moraal van z’n verhaal lijkt te zijn: hou de structuren in stand, hou de muren overeind.

 

Van Mulligen heeft een punt waar hij waarschuwt voor het gevaar van de individualistische trends van de moderniteit. Dat is evenwel niet de héle evangelische beweging: er zijn ook vrije, ‘ontmuurde’ gemeenschappen met Jezus in het middelpunt die vaak een echt alternatief biedt voor het seculiere postmoderne denken.

De vrijzinnigheid, eigenlijk horend bij de ‘ouderwetse’ moderniteit, is inderdaad op sterven na dood. Als je alleen de camera’s laat inzoomen op het evangelicalisme, zie je inderdaad láng niet de herleving waarop je zou hopen. Weer een punt voor Van Mulligen – maar je treft er zeker niet alleen maar een (wat hij merkwaardigerwijze noemt) subjectief christen om aantreft ‘waarbij het geloof in dienst staat van zelfontplooiing, geluk of genezing’. Het is wel een veel meer relationeel geloof, maar dat is wat anders, en dat is goed.

Terug naar die muren en dat dak: helpen ze, of moeten we ze kwijt? Het fundament blijft, een ander kun je niet leggen – maar als je een herleving wilt, een beweging richting Christus, staan dan muren  heel veel beweging niet in de weg? Verhindert het dak niet een blik naar de hemel? Ik weet best dat er een heleboel mis is met de evangelische beweging. Maar dít is wat – minstens een deel van – de evangelischen goed in het oog hebben gevat: dat er muren weg moeten. Zonder ontmuring van het christelijk geloof is het niet mogelijk naar Jezus toe te rennen. Vergeef me de ietwat populair klinkende uitdrukking, maar het zal een beetje begrijpelijk worden als ik verwijs naar het laatste deel van de klassieke Narnia-reeks van C.S. Lewis, Het Laatste Gevecht, het hoofdstuk ‘Hogerop en dieper naar binnen’. Allen beginnen te rennen op het moment dat ze iets gaan vermoeden van het nieuwe Narnia en van de macht en de kracht van Aslan, de leeuw. Ze rennen hem tegemoet ‘en ze merkten tot hun stomme verbazing dat ze [de ander] makkelijk bij konden houden. (…) Sneller en sneller renden ze voort, maar niemand kreeg het er heet van of werd moe of raakte buiten adem.’

Hoger op en dieper in. Alles wat rondom en in de christelijke kerk als barricade wordt opgeworpen, moet weg. Voor de herleving waar wij naar verlangen, hebben we een forse ontmuring van het christelijke geloof nodig. En de kracht van de Geest die onze voeten snelheid geeft, zónder competitiedrang, eenparig gericht op Jezus.

 

Blog op WordPress.com.