Oude! Weblog van Henk Medema

juni 25, 2011

Rob Bell: Who Wins? – eerbiedig nadenken over de kern van het geloof

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:34 pm

Het boek van Rob Bell LOVE WINS (San Francisco: HarperOne, 2011) heeft zowel concurrentie als bestrijding gevonden in Mark Galli, GOD WINS (Wheaton: Tyndale, 2011). Er was voordien al een vloed van blogs en recensies over Bell’s boek verschenen, die ik in deze blog in de verste verte niet compleet kan behandelen. Het gaat me nu alleen om de manier deze theologische discussies leiden tot godsverduistering in plaats van godsverlichting.

‘Je denkt toch niet dat Ik ben zoals jij?’ (Psalm 50 vers 21, NBV) zegt God tegen de eigenwijze mens. Dat gaat over het gevaar van pogingen om God in kaart te brengen. Je mag de scherpste vragen stellen, zelfs als je daardoor zelf in verlegenheid wordt gebracht, want de verlegenheden (aporieën) van de theologie zijn juist vaak de openingen naar God. Bell doet dat: hij verplaatst zich met ongedachte scherpte in het denken van een ongelovige, en redeneert dan verder als gelovige. Stel je maar eens voor, zegt hij ergens, dat je het evangelie aan je buurman brengt. Je vertelt hem dat God hem eindeloos liefheeft en hem ontzettend rijk wil maken. Maar tegelijk: dat als hij een kwartier later tegen een boom rijdt zonder zich bekeerd te hebben, God Zich tegenover hem zal opstellen als een tegenstander, die hem voor eeuwig bij volle bewustzijn zal straffen in de hel. Doet die gedachte pijn, of doet die gedachte pijn?

Zulke vragen mogen en moeten gesteld worden, en in alle scherpte tot ons hart doordringen. Maar theologie wordt godsverduisterend juist als ze probeert die vragen op te lossen.

Ik noem een paar aspecten.

 

1. God ‘in beeld brengen’ met behulp van theologische modellen. In de discussie rond Love Wins is dat bijvoorbeeld het model van rechtvaardiging tegenover het model van vergeving in de heilsleer. Het forensische model is al door Anselmus uitgewerkt, en met recht en reden kun je daarvoor aanknopingspunten vinden in de Romeinenbrief; het gaat daarbij over onze positie als gerechtvaardigde mensen. Het vergevingsmodel vind je in de Efezebrief, en in de gelijkenis van de verloren zoon (Lukas 15); daarin is (ondanks wat onder andere Kenneth Bailey erover zegt) geen woord over rechtvaardiging te vinden.

Een ander voorbeeld is het wijsgerige vrijheidsbegrip dat Bell hanteert, maar dat van een heel andere categorie is dan de keuzevrijheid waarover het arminianisme spreekt. Hier spreken Bell en zijn opponenten op geheel verschillende golflengten.

 

2. God ‘in kaart brengen’ op basis van lexicografische analyse, zoals Bell doet door woorden als ‘hel’ en ‘eeuwigheid’ met behulp van een concordantie te onderzoeken. Niet alleen kun je zo nooit tot een compleet begripsmatig inzicht komen omdat er soms ook synoniemen of andere omschrijvingen gebruikt worden, maar de eindconclusies blijken vaak simpelweg niet de kloppen: als de eeuwige straf niet eeuwig is, is dan het eeuwige leven (zelfde woord) ook niet meer eeuwig?

 

3. God proberen te begrijpen op basis van een ‘psychologische’ reconstructie van zijn gedachten. Zo zegt bijvoorbeeld Thomas Talbott, De onweerstaanbare liefde van God, (In Perspectief / Merweboek: Amersfoort, 2006), blz 150, doelend op de spanning tussen Gods liefde enerzijds en Gods toorn anderzijds: ‘Zo [d.w.z. in de orthodoxe leer] lijkt het bijna alsof Christus niet gestorven is om ons te redden, maar om een ernstig geval van schizofrenie bij de Vader op te lossen’ (150). Waarom evenwel zou Gods natuur niet kunnen (of soms zelfs moeten) worden beschreven in termen die voor ons logisch incoherent zijn? Onze terminologie kan niet altijd het gewicht dragen waaraan ze wordt blootgesteld als Gods heerlijkheid ermee beschreven wordt.

 

4. Op Gods wezen én op het wezen van de mensen als voorwerp van Gods heil een rationeel denkschema toepassen. Theologische argumentatie is noodzakelijkerwijze van rationele aard, maar moet zo eerlijk zijn af en toe haar eigen grenzen te erkennen. Dat geldt zowel het Godsbeeld als het mensbeeld. Een verstandig mens zegt, in Bell’s visie, tenslotte tegen God: ach ja, U hebt eigenlijk gewoon gelijk, stom dat ik dat niet inzag, sorry, ik wil toch wel naar de hemel. Maar is dat de mens die wij in onze eigen ziel kennen, en rondom ons ontmoeten, en waarover wij in de Schrift lezen?

Een mens wordt op deze manier niet serieus genomen, maar wordt uiteindelijk (na eventueel een ernstige schrobbering te hebben ondergaan) door God ‘doodgeknuffeld’: hij zál en móet het heil deelachtig worden.

 

5. Het zicht op God door onze redeneringen blokkeren. Hier heeft Bell een prachtig punt, als hij iets zegt over Lukas 15, de gelijkenis van de verloren zoon. Er lopen hier verschillende verhalen (‘narratieven’) door elkaar. De jongste zoon was thuis gekomen, met zijn eigen verhaal van verlorenheid en ellende. Daarop had de vader gereageerd met zíjn verhaal: de open armen, het gemeste kalf, de ring, de sandalen, het huis vol rijkdommen. En waar de oudste zoon nu, al mopperend, mee aankomt, is zijn eigen geconstrueerde verhaal, dat hij als een luik ertussenin wil schuiven, vóór de liefde van de vader: een bokje, verwijten, verwijdering van ‘die zoon van jou’.

Wat blokkeren wij met onze theologie, linksom of rechtsom, niet vaak de magnifieke, warme goddelijke liefde, de stralende volheid van de Godsopenbaring! We zijn toch eigenlijk niet goed wijs dat we onze theologie toestaan als mechanisme van godsverduistering te functioneren, in plaats van godsverlichting. God is liefde, en dat is Hij voor honderd procent. Gods is licht, en dat is Hij ook voor honderd procent. Als het ons niet lukt de spanning daarvan weg te nemen, moeten we de pijn ervan ten diepste voelen, maar niet een hek om Hem heen plaatsen waardoor het zicht op Hem wordt geblokkeerd.

 

Hoe dichter je bij de kern van de zon komt, hoe gloeiender en stralender, en des te meer houdt alle analyse op. Hoe dichter je bij de kern van de Godsopenbaring komt, de Zoon, des te terughoudender moet het theologische vakmanschap worden. Eerbiedig samen vragen, eerlijk samen denken,  en aanbidden – (misschien) onbegrepen.

 

 

Pinksteren2011

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:58 am

Wat er met mensen gebeurt als ze door de Geest vervuld worden.

juni 3, 2011

GutenbergII en de nieuwe aandachtseconomie

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:28 am

Dit was een week vol discussie over media. Over verdienmodellen. Over (jawel: terugopende!) omzetten. Over veel wat we nog niet weten, over het weinige dat we vermoeden. Over de GutenbergII revolutie – en we spraken de hoop uit dat die, net als GutenbergI, een voorspel is van een geestelijke reformatie. Het wordt, denk ik, tijd om deze blog van eind april nog eens te herhalen, en een nieuw debat uit te lokken.

Op 20 april 2011 bracht ik een prachtige zonnige dag binnen door, bij Theater Spant in Bussum, op InCTformatie, hét Nederlandse innovatiecongres voor uitgevers. Op het puntje van m’n stoel, en ijverig notities makend op de iPad, want dit was werkelijk interessant. Tien jaar geleden ging dit congres over CDi of CD-rom, en braken we er ons allemaal het hoofd over de mediadragers in de net begonnen eenentwintigste eeuw. Nu is het een heel andere wereld: tablets, smart-phones, iPods, iPads, digital content, apps, en o ja, e-readers, die intussen al weer bijna out zijn. Over de komende tien jaar zullen we maar beter geen voorspellingen doen.

De toekomst is wat we kunnen kopen, het verleden niet. Maar de toekomst is, uit de aard van de zaak, onzeker.

Wat is uitgeven? Niet per se: boeken maken, of tijdschriften vervaardigen, in folio of digitaal. Maar: mensen bereiken met content, en jawel, Hyves of nu.nl en buienradar.nl hoort daar net zo goed bij als bedrukte bladzijden. Uitgeven is: content vervaardigen die naar de consumenten gestuwd wordt. O nee, zelfs dat niet meer, want de markt wordt niet meer benaderd via product push, zoals vroeger, maar via demand pull. Want bereik op internet is geen schaars goed. Relatie wel, maar de verbruikers bepalen zélf wel of zij die relaties willen aangaan. Wat telt is de aandacht die deze gebruikers hebben: we leven in een aandachtseconomie, en pas secundair in een door geld gereguleerde markt.

Dat maakt een verdienmodel per definitie heel onzeker. Professionals willen betalen, eindverbruikers niet – en de beroepsmatige bereidheid tot betalen is alleen gebaseerd op het vermoeden dat daaráchter wel een publiek zal zitten dat op zijn beurt bereid is er geld voor neer te tellen.

Alleen de toekomst is te koop, het verleden niet. ‘Koop waarheid en verkoop (‘verkwansel’, NBV) ze niet’, zegt Spreuken 23 vers 23. De werkelijkheid en de waarheid is in Hem die ook de Weg en het Leven is.

Het lijden van de Heer maakt ons indringend duidelijk dat de toekomst niet voor voor niks of op een koopje te krijgen is: met alles wat Hij had betaalde Hij ervoor. De opstanding van Christus roept ons op om heel ons bestaan in te leveren bij de opgestane Heer, en dan krijgen we Gods waarheid en werkelijkheid voor terug.

Dit is de vraag: hoe ziet deze nieuwe aandachtseconomie eruit voor christelijke media? Benieuwd…

 

juni 2, 2011

Twohannes

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:14 pm

Hoe lang is het ook alweer geleden dat ik in mijn dagelijkse stille tijd begon in het Johannes-evangelie te lezen? Herfst 2009, na een experiment in Genesis 1, weet ik nog.

Vanaf toen heb ik me voorgenomen elke ochtend niet alleen een vers te lezen per dag, maar daarover elke ochtend vroeg op Twitter te vertellen, in de bekende 140 tekens.

Het is gelukt! Ik ben dankbaar. Eigenlijk was het heel eenvoudig: je mocht gewoon ’s morgens vroeg even over m’n schouder meelezen. Voor mezelf was het ook een goede discipline, het dwong me telkens in korte woorden te formuleren wat God in dat ene vers leek te zeggen.

Het evangelie van de Geliefde Discipel, dat hoef ik je niet te vertellen, is heel diep en heel hoog. En gewoon mooi. Buitengewoon mooi zelfs. De beperkingen die ik mezelf had opgelegd, hielpen bij het vinden van een focus. Geen preek. Geen theologie. Geen exegese buiten dat ene vers.

Nu dus het laatste vers. Dan ga ik gewoon verder, met 1 Johannes 1 vers 1. Lees maar mee, welkom! Ik ben net zo benieuwd als jij…

juni 1, 2011

Mijn zondagsschool onderwijzer is overleden

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:54 am

Tweeënnegentig jaar is hij geworden: Wichert Petrus van Ommen. Een evangelist in hart en nieren, tot op het allerlaatst van zijn leven actief.

Zeker, ik heb ‘m ook gekend als bouwkundige: we hebben hem meer dan eens ingeschakeld voor technische vragen op dat gebied. Niet te vergeten: als jongeman mocht ik mee voor de Open Lucht (zoals de evangelisatie-activiteiten in het Beekpark en later in het woonwagenkamp aan de Zwolseweg werden genoemd). Inderdaad, ik heb heel wat bijbelstudies met hem samen gedaan. Jazeker – en dat is nog niet eens zo vreselijk lang geleden – we hebben jaren samengewerkt als oudsten in De Ontmoeting.

Over dat alles hebben we het nog wel eens, maar nu wil ik me even beperken tot de bijzondere herinneringen aan Zondagsschool Timotheüs, aan de Julianalaan nummer 35 in Apeldoorn.

Wij kwamen in maart 1957 in Apeldoorn wonen, ik was nog niet eens zeven jaar, en zat in de eerste klas van de Grote School, zoals dat toen heette. Iedere zondag, na de samenkomst in de ‘Vergadering’, gingen wij naar de Julianalaan. In het begin gingen we nog naar de Kleine Klas, waar een juf de scepter zwaaide. Iets ouder geworden was het de Grote Klas, en daar was – naar mijn herinnering van het allereerste begin af – Meneer van Ommen.

De banken waren bruin, de deuren naar de Kleine Klas ook, de planken vloer ook. In mijn herinnering had Meneer van Ommen een bruin pak aan, maar dat zal wel geen vaste regel geweest zijn.

Er waren ook andere zondagsschoolmeesters, en die waren ook wel indrukwekkend, maar eigenlijk vond ik ze te jong. Meneer van Ommen was dat niet. Hij is, in de meer dan een halve eeuw dat ik hem nadien kende, voor mijn gevoel ook helemaal niet van leeftijd veranderd; hij had een onbestemde leeftijd, die nooit aan wijziging onderhevig was.

De Lichtbeeldenavond! Op donderdag, volgens mijn herinnering. Stampend vol, die zondagsschool, het zou niet meer mogen van de brandweer. Eindeloze dia’s van bijbelse geschiedenissen, en In de Soete Suikerbol. Ver voor de tijd van televisie en internet.

Kon hij vertellen? Nou en of. Was hij er goed in, vertellen? Dat weet ik niet. Heel eerlijk gezegd waren er anderen die het spannender konden brengen, maar op de een of andere manier hield hij je constant geboeid.

Kon hij zingen? Met alle macht die hij in zijn stem had! En met het traporgeltje, waarboven zijn zwoegende gezicht ons enthousiast aankeek. Ik ken nog veel van die ‘Christelijke Kinderliederen’: ‘Heil het kind / heil het kind / dat Jezus als zijn Heiland mint. / Het volgt dien goeden Herder na / leert Hem te vrezen vroeg en spâ’ – waarna hij uitlegde dat ‘spâ’ betekende ‘laat’. Of: Als g’in nood gezeten / geen uitkomst ziet / Wil dan nooit vergeten…’ – een lied dat helaas voor altijd bedorven werd door de tekst die de jongen naast me mij in het oor fluisterde: ‘Als g’in de sloot gezeten… kikkers bijten niet’. Of ook de ‘nieuwere’ liederen, uit de Klaar Over (zo heette dat, toch?) zoals ‘Blij, blij’ en ‘Jezus is de weg / naar het Vaderhuis’.  Zwoegend aan het harmonium, luid en blij zingend.

Meneer Van Ommen. Later: broeder van Ommen. Weer later: Wichert. Honderd heeft hij niet mogen worden, maar ’t scheelde maar acht jaar. Nu hij in de hemel is, wil ik het nog wel een keer zeggen: hij is één van degenen die mij heeft geleerd de Heer ‘te vrezen, vroeg en spâ’. En ‘Jezus te minnen’ – het is diep bij me blijven zitten, een halve eeuw, en weg gaat het nooit. ‘O wat vreugd / o wat vreugd / den Heer te kennen in zijn jeugd. / Gij jonge harten! zoekt Hem vroeg / want Jezus mint men nooit genoeg.’

 

Wij zien elkaar weer, Wichert!

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.