Oude! Weblog van Henk Medema

mei 26, 2011

Het grote gebod: lief zijn voor elkaars partij?

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:25 pm

In het Nederlands Dagblad heeft Koert van Bekkum gisteren de christelijke politiek failliet verklaard. Dat was eerst even schrikken, maar bij nader inzien gaat hij er niet over.  Aan de rechtenfaculteit waar ik ooit mijn meesterstitel behaald heb, leerden wij artikel 1 van de Faillissementswet uit het hoofd: faillissement is de situatie waarin je bent opgehouden je schulden te betalen. (De rechter spreekt dat uit, niet de hoofdredactie…) In dezelfde tijd, maar op een andere plek, leerde ik nog meer ‘wetskennis’, in Romeinen 13 vers 8 – ‘Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld.’ Als je daarmee ophoudt, ben je inderdaad failliet.

Wat was ook weer het Grote Gebod? Wat zei Jezus ook weer? Wees lief voor elkaars partij, vooral als je allebei een christelijke identiteit hebt? Ga zo eerbiedig met elkaar om als kerken, dat je geen theologische meningsverschillen meer hebt maar je allemaal aan hetzelfde kader bindt? Wees aardig als scholen voor alle leerlingen die in de buurt wonen, zodat alle regels hetzelfde zijn als die van andere scholen?

Nee. Ik dacht het even niet. Het Grote Gebod gaat niet over de verhouding tussen partijen, al is het vervelend als die herrie hebben. Ook niet over de concurrentie tussen scholen, al zijn de opgeworpen verschillen soms een beetje onnodig. Zélfs niet over de relaties tussen kerken, al is het vreselijk jammer dat we er zoveel van hebben.

Het Grote Gebod gaat over ons, mensen in deze wereld. Speciaal over de leden van het lichaam van Christus (bij wat voor kerkgenootschap ze ook horen), ‘zodat het lichaam niet zijn samenhang verliest, maar alle delen elkaar met dezelfde zorg omringen’ (1 Korinthiërs 12 vers 25). Over broers en zussen in de familie van God: ‘Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn’ (Johannes 13 vers 34v.).

Waarom plaatsen wij, als het over de allerbelangrijkste thematiek van het leven, de Goddelijke liefde gaat, die in het vakje van partijen, of van kerken? Kennelijk hebben we het onderscheid tussen het Koninkrijk van God enerzijds en de Kerk van God anderzijds niet helder in beeld. De Kerk is de gemeenschap van liefde. Gods gemeente, dat is het lichaam van Christus, de familie van God, de reisgenoten, The Fellowship of the Ring – om Tolkien te citeren. Het koninkrijk is het toneel van de strijd – maar ‘onze strijd is niet gericht tegen mensen maar tegen hemelse vorsten, de heersers en de machthebbers van de duisternis, tegen de kwade geesten in de hemelsferen’, Efeze 6 vers 12.

Lastig als de structuren hier en daar botsen, maar daar kom je wel uit. Belangrijk dat mensen van God niet met elkaar in botsing komen, of als dat wél gebeurd, de sjaloom weer weten te vinden, nog voordat de zon ondergaat. Daaraan zullen allen weten dat wij Jezus’ discipelen zijn.

mei 24, 2011

Gods Koninkrijk. Gods Kerk. Droom, visie, plan

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:22 am

– Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.

Johannes 19 vers 36

[Een paar overwegingen rondom het thema van mijn boek TOTAAL CHRISTENDOM, en naar aanleiding van een recente twitter-discussie]

Hoe zou Jezus spreken over Gods koninkrijk – zijn grote thema – in de eenentwintigste eeuw? Koninkrijken zijn er bijna niet meer, en waar koningschap nog bestaat, is het vrijwel helemaal ceremonieel. Er zijn genoeg ‘democratisch’ gekozen alleenheersers, maar die zijn het allerbelabberdste voorbeeld van hoe God de wereld regeert. Macht onder de pretentie van liefde is misbruik, verkrachting – we zouden er intussen voldoende van moeten weten.

Brian McLaren heeft meer dan eens de suggestie geopperd dat een betere metafoor voor het Koninkrijk Gods zou zijn ‘Gods droom’. Het probleem daarbij is dat we ons een ‘droom’ ook al te menselijk voorstellen: iets dat bij het wakker worden weer vervlogen blijkt te zijn, wat je jezelf nauwelijks herinnert.  Is het misschien beter te denken aan een ‘visie’, een ‘perspectief’, een ‘hoop’, een ‘verlangen’? Mensen hebben zoiets, zoals in Martin Luther King’s beroemde woorden: I had a dream. Zonder hoop kúnnen we niet eens leven. Als we het over Gods verlangen hebben, moet je er onmiddellijk bij bedenken dat het een plan is. Zeker en vast, niet een ‘misschien’. Het is Gods voornemen alle dingen onder één hoofd bijeen te brengen in Christus, Efeze 1 vers 10.

De term ‘koninkrijk’ mag ons niet teveel laten denken aan macht. De uitdrukking ‘droom’ mag ons niet teveel laten denken aan zwakheid. En het woord ‘plan’ is te zakelijk, als van een blauwdruk die ergens uit een laatje wordt gehaald.

We kunnen er pas een goed beeld van krijgen als we proberen tegelijk aan Gods Koninkrijk en aan zijn Gemeente te denken. (‘Gods Kerk’ is hetzelfde, maar het klinkt teveel als een gebouw of een organisatie, het gaat nu om het geheel van de in Christus gelovende mensen, de gemeenschap.)

Gods Koninkrijk moeten we in ieder geval niet beschouwen als een conglomeraat van macht. De gemeente van Christus mogen we niet zien als een club waar ze heel lief voor elkaar zijn. In Gods werkelijkheid is geen sprake van liefdeloze macht, en ook niet van machteloze liefde.

Gods Koninkrijk is de nieuwe wereld, waarin niets meer bij het oude kan blijven.  Een fenomeen dat zó sterk is, dat het zelfs tweeduizend jaar in en naast de oude wereld kon blijven bestaan

Gods Gemeente, dat is de Nieuwe Mens, de belichaming van Christus. Zwakke en kwetsbare mensen,  niettemin samen zó robuust (die term is van Stanley Hauerwas) dat ze stand houdt in nacht en nevel, waar ze Christus’ licht manifesteert.

De Gemeente is Gods instrument om toegang te vinden tot deze wereld. Wacht even: dat instrument is toch Christus? Klopt. Niet anders. Maar zonder zijn lichaam is Christus, het Hoofd, niet compleet, Efeze 1 vers 22v. Al die tientallen, honderden, duizenden, miljoenen leden zijn hier op aarde, terwijl Hij er niet (meer) (en nog niet) is. Ze hebben hun medemensen lief met zijn goddelijke liefde, dienen hen, zoeken hen op, bieden troost en heling; ze komen in opstand tegen corruptie en geweld, oorlog en armoede; ze houden van God, van zijn wereld en zijn mensen. Ze stichten de Vrede (sjaloom), nog vóór het Rijk in majesteit verschijnt.

Ach! Dát is iets om van te dromen. Om naar te verlangen. Om je ernaar uit te strekken, er plannen voor te maken, je aan te sluiten bij Gods plan. Gods Koninkrijk.

mei 14, 2011

Total Christianity

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:36 pm

The occasion for writing and publishing this book was the Third Lausanne Congress of World Evangelism, held in Cape Town, in October, 2010. Its presentation to the Chairman of the Dutch Lausanne Committee took place in the context of the symposium Hope for Holland, held in Veenendaal, on May 14th, 2011.

It is, of course impossible to summarize the book I have written in the fifteen minutes that have been assigned to me. Let me, then, give you three points which are fairly close to the core of the Lausanne Conference – apart, of course, from the Cape Town Commitment, which forms about half of the book, and is highly commended to your perusal.

Before I do that, let me recount an event that happened during some of the very few free hours that we were allowed to have in Cape Town. With a friend I made a visit to the so-called Slave Lodge, now a museum, but built originally as a place where slave traders literally ‘dumped’ their trade in the18th century. We saw one old Dutch document, entitled NEGENTIEN DOODE NEGERS. It was a list of nineteen black slaves, ‘niggers’, found dead upon disembarkment of the ship. At least they took the pains to make a note, and then buried the corpses without much ceremony.

But the rest of the slaves, before set on further transport to the West, were left in this dungeon. Very close to its rear side was (and still is) a church. The Dutch colonists, of course, piously went to church every Sunday, and the story goes that whenever the screaming from the dungeon became too loud, the organist was instructed to play a bit louder and the congregation would sing harder, in order not to hear the sound.

These were my Dutch ancestors. But in a way, as I realised with a shock, I have been for many years so close to a whole world full of the direst misery, yet turning my back to it, and increasing my religious noise in order not to hear the screaming.

After this confession, let me now summarize the content of the Third Lausanne Conference of World Evangelism in three terms from John 1: the Word, the Life and the Light. In my book these are the topics on which I elaborated.

The Word was God, and the Word was with God. Summarized like this: Divine life plus human communication is change. This is where every concept of mission must begin: with the Son of God ‘translating’ Himself. This is the Missio Dei: God sending Himself.

The Life was Christ, indeed eternal life. But He came to share His life with us, abundantly. So after He finished His work, and was resurrected and glorified, this glorious equation can be made:  Head + Body = the Christ. In the Greek the article is used, ho Christos – it is the corporate manifestation of Christ. The embodiment of His person. The Body. That means: we do not just bring the Gospel, we are the Gospel.

The Light of life, the glory of God in the face of Christ Jesus, radiates through us, into the very darkness of this poor suffering world. Put it like this: humans + Holy Spirit = the New Man. Much more than an individual Christian who goes to Church, it is the collective ‘incarnation’ of Christ. Mission, seen in this light, is not being in church, but being in this very world. Being there, not elsewhere. Mission is not the attractional strength of the Gospel, that might draw people out from this world to the church; it is the incarnational presence of the Church in this world, that makes Christ touchable in this place.

Back to the Slave Lodge. The attitude of our Lord was completely different from Dutch colonists. He did not turn a blind eye or a deaf ear to humans crying out for help. His sighs were real, from his heart: Effatha!

What is it that the Holy Spirit does now? Not just worshiping in tongues. He sighs. And the real thing in us, when He operates in our lives: making us sigh, with unspeakable sighs.

And can we say that this is the hope for Holland? That people sigh about the misery of this present world. It is the groaning, the birth pangs of a new era, the Kingdom. This world is eagerly longing for the manifestation of the Sons of God.

mei 11, 2011

Het jeukt. En het gaat om Jezus.

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:48 am

Jeuk, met een onbedwingbare neiging om te krabben aan het korstje op m’n knie, waar een forse schaafwond bijna genezen is. Niet doen! – roept mijn vrouw. Ik gehoorzaam, maar met moeite.

Krabben waar het jeukt: soms moet het echt wél. Er zijn plekjes waar je niet goed bij kunt, diep binnen in je hart, bijvoorbeeld. Proberen in slaap te vallen, misschien helpt dat.

Maak je wel eens een kerkdienst mee, waarin je hart niet koud of warm wordt over Jezus? Och ja. Tuurlijk wel. Meer dan eens. Maar je kunt toch niet alles hebben, nietwaar.

Dat je zo’n zondag meemaakt, is niet de grootste ramp; dat we ons er niet echt kwaad over kunnen maken, dát is catastrofaal. En dan hebben we het nog alleen maar over die ene dag in de week. Er gaan wel eens uren en dagen voorbij dat ik de Heer niet de kans heef om mijn hart te verwarmen en mijn leven te verlichten. Oeps!

Heel eerlijk mag je van me weten: soms loop ik te tobben over van alles en nog wat, zonder me door de Heer moed te laten inspreken. Het gebeurt me dat ik door de stad loop zonder te denken over Jezus’ liefde voor al die mensen-zonder-God. Ik betrap me erop dat ik de echte blijdschap niet meer wil komen, terwijl ik niet zoek naar Jezus’ nabijheid, om Hem daar te aanbidden. Enzovoorts. Eerlijk waar.

Leonard Sweet en Frank Viola hebben besloten dat het tijd was om de vlag uit te steken – niet om elkaar als christenen een schuldgevoel aan te praten, maar om ons te verzamelen rondom de Heer.

Volgens hen lijdt de Kerk aan een Jesus Deficit Syndrome, een Tekort-aan-Jezus-stoornis. We hebben het wel over Hem, maar we communiceren veel te weinig met Hem; en het eeuwige leven dat Hij ons geeft, delen we maar uiterst karig met de mensen om ons heen.

Ik denk dat ze gelijk hebben, dat dit niet alleen voor de Amerikaanse christenen geldt, en dat het daarom dringend noodzakelijk is dat zo’n ‘ouderwets’ ‘stichtelijk’ boekje over Jezus de Nederlandse lezers bereikt (van, nota bene, twee bekende, niet bepaald ouderwets denkende auteurs!). Met een pleidooi voor een christocentrisch Christendom, een christelijk geloof met Christus in het midden. Als we Jezus willen representeren in deze wereld, zullen we Hem moeten presenteren. Dan maar eens een keer als een manifest, dat we van een boel ondertekeningen voorzien. Zoiets als een vlag, een banier, waar je je omheen verzamelt, net als Mozes in Exodus 17, die een altaar bouwde dat Hij noemde: de Heer is mijn banier!

Sweet & Viola gebruiken zelf het beeld van een stemvork. Het is de toon die de muziek zet. Als je één stemvork laat trillen, gaan de andere stemvorken in dezelfde ruimte meedoen. Dit boekje wil niet zozeer de pretentie hebben dat er iets heel nieuws in staat, maar wil wel de andere stemvorken laten meetrillen. ‘Mijn hart trilt van blijde woorden, ik draag voor wat ik gedicht heb voor mijn Koning’ (Psalm 45).

Jezus wil graag  wat met ons, zegt Hij in Openbaring 3 vers 20, en Hij gebruikt zelf een beeld van een maaltijd: alles op tafel, samen delen. Hij klopt bij ons, mensen van Laodicea, aan de deur: wat denk je van een etentje, wij samen, jij en Ik? Hij daagt ons uit: ‘En wie ben Ik volgens jullie?’ (Mattheüs 16 vers15). Hij geeft ons de belofte van een krachtig magnetisch veld: als Hij wordt verhoogd,  zal Hij allen tot Zich trekken (Johannes 12 vers 32) – álle mensen aangetrokken tot Hem!

In de woorden van de auteurs:

‘Kan het echt zo zijn dat onze problemen veroorzaakt worden door zoiets elementairs en eenvoudigs als het feit dat we Christus uit het oog verloren hebben? Volgens ons is het antwoord hierop een krachtig JA.’

Blog op WordPress.com.