Oude! Weblog van Henk Medema

januari 29, 2011

Robuuste kerk – institutionele of levende eenheid?

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:22 am

Het is gemakkelijk invoelbaar dat Klaas van der Kamp, de algemeen secretaris van de Raad van Kerken, met kromme tenen heeft zitten luisteren naar de Oecumene-lezing die prof. dr. James Kennedy op 21 januari daar gehouden heeft. En hij heeft helemaal gelijk dat hij het meningsverschil van dat moment publiekelijk neerlegt in deze krant, want het is belangrijk. We kunnen wel lekker vaag en vroom wegdromen over eenheid, maar waar hebben we het dan over? Een institutionele eenheid, waarin de kerken als zichtbare structuren dichterbij elkaar proberen te komen? Of een levens-eenheid, waarin christenen persoonlijk uit alle kerken en gemeenten naar buiten treden de wereld in? Of beide?

Laten we direct helder zeggen waar het niet over gaat: over de vraag of een kerk beide aspecten heeft, organisch én organisatorisch. Vanzelfsprekend moet die vraag positief beantwoord worden. Een beetje wijsgerige exercitie – die me op deze plek onnodig lijkt – maakt duidelijk dat die aspecten beiden aanwezig zijn, en elkaar niet hoeven te beconcurreren. Het zou een onzinnige ‘doperse’ gedachte zijn om ze tegen elkaar uit te spelen.

De vraag is echter waar het onze Heer om gaat, als Hij spreekt over eenheid. Is Hij wel echt geïnteresseerd in de institutionele kant van de eenheid? Natuurlijk is het best begrijpelijk dat Klaas van der Kamp hiervoor belangstelling heeft, want bij de Raad van Kerken gaat het daar toch vooral over, als ik het goed zie. Maar ik merk nergens dat Jezus Zich druk maakt over dat thema. In de evangeliën, de Handelingen, de Brieven of de Openbaring heb ik er nog nooit een letter over gelezen – of kan iemand me uit de droom helpen?

Net terwijl ik van deze discussie kennis neem, ben ik Een robuuste Kerk van Stanley Hauerwas aan het lezen. Dat is best een diepzinnig boek, ik ga niet proberen het hier helemaal samen te vatten. Maar waarin is de Kerk sterk, stevig, robuust? Die stevigheid zit ‘m niet in de belijdenisgeschriften, structuren, muren, gebouwen.

Aan een mystieke kerk hebben we niets, net zomin als aan een onzichtbare lamp. De structuren maken deel uit van de empirische werkelijkheid. Maar – zegt Hauerwas, en ik zeg AMEN! – het verhaal van Jezus is niet een verhaal dat alleen verteld wordt, het moet worden geleefd. De waarheid van God moet niet alleen worden geloofd (met alle bijbehorende discussies over de formuleringen van dat geloof) – het ‘aan de waarheid vasthouden’ in Efeze 4:15 is één woord, Grieks aletheuoo, de waarheid in je leven tot uitdrukking brengen. Hier gaat het om, zoals Hauerwas in een ander boek Bonhoeffer als voorbeeld nam: Performing the Faith. Dáárin ligt de kern van het geloof en de eenheid van het geloof.

Afgelopen maandag hebben we in Houten daarnaar, met zo’n kleine tweehonderd mensen, zitten te verlangen, luisterend naar de droom van Mark Stibbe, die in het Engelse St.-Andrews Chorleywood al gerealiseerd lijkt te worden: een kerk die handelt. Leeft. Gelooft. Liefheeft. Hoopt. Een rivier die vanuit Gods woning naar buiten stroomt, de wereld in. Als Nederland op zoek gaat naar God, dan zoekt het een kerk die Hem daarin representeert, doordat mensen in eenheid naar buiten treden.

 

Advertenties

januari 24, 2011

‘Keep watching out!’

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:11 pm

Ben ik er wel helemaal aan toe, om op dezelfde night-after-the-day-before al te bloggen over Mark Stibbe’s seminar in Houten, vandaag? Eigenlijk niet. Zoveel gehoord, en dan zulke wezenlijke dingen. Zoveel gesproken, en dan ook nog zoveel authentiek verlangen bij veel mensen. Zo’n breedte van allerlei kerken en gemeenten, en gelijk gestemde harten.

Was ik het met alles eens? Tuurlijk niet, een eigenwijze Nederlander weet altijd wel iets beter. Weet ik nu hoe de kerk (of de gemeente, kies zelf je aanduiding maar) er uit moet gaan zien? Allesbehalve, want er zijn nog zoveel vragen. Maar wat ik wél heel helder zie, is de noodzaak dat de kerk binnenstebuiten gekeerd moet worden.

 

Dit wordt een korte blog, later meer. Zoveel is zeker: het lukt ons zelfs nog niet eens zo aantrekkelijk te zijn als kerken dat de menigten toestromen. Maar, zei Mark Stibbe, herhalend wat hij ook elders had gezegd: het moet eigenlijk ook precies andersom. De rivier in Ezechiël 47 neemt het water niet mee Gods huis in, maar gaat juist uit vanuit de tempel de wereld in, onder de drempel van de ingang, onder het altaar. De rivier komt ook niet als een plotselinge, geweldige waterval ineens tevoorschijn: als een machtige stroom komt ze  de wereld in, langzaam, maar niet tegen te houden. Er is leven, waar de rivier ook komt – en die prachtige vrucht is heel wat meer dan individuele zielen die gered worden.

 

Er was zoveel. Laat me nog even een simpele bijbeltekst noemen, die Mark citeerde: de vriendelijkheid van God leidt mensen tot bekering. The kindness of God leads to repentance – en in Romeinen 2 vers 4 had ik dit nog niet zo gelezen, omdat daar in veel Nederlandse vertalingen gesproken wordt over de ‘goedertierenheid’ van God. God is vriendelijk jegens de mensen. Wij, de belichaming van Christus, hebben deze eenvoudige maar prachtige taak: gewoon vriendelijk zijn. Naar buiten komen, naar de mensen. Namens Hem.

 

Anderen hebben al geciteerd uit de eerste Narnia-film de woorden van meneer Bever: Aslan is on the move! Dat gevoel, dat de Leeuw van Juda in beweging komt, die spanning was bijna fysiek te voelen in Houten. Ik moest denken aan een andere scène uit dezelfde film. Veel mensen zullen ‘m niet eens gezien hebben. De aftiteling is al begonnen, en mensen schakelen de dvd uit of schuifelen de bioscooppaden weer in, naar buiten. Maar dan komt die oude, vriendelijk professor nog één keer in beeld. Lucy vraagt hem of ze nog ooit Aslan zullen zien.

De professor kijkt mild glimlachend over zijn halvemaansbrilletje, en zegt: Keep watching out! Blijven uitkijken – dat moeten we zéker gaan doen. Je weet maar nooit wat er nog meer komt…

 

januari 19, 2011

De HEER sprak persoonlijk…

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:25 pm

… van aangezicht tot aangezicht, verklaart de Bijbel in Perspectief bij de NBV weergave van Exodus 33:11 – ‘De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt’. Dat zou ik wel eens hebben willen zien: hoe zit je ‘gewoon’ met de HEER te praten en te luisteren, Ik-zal-zijn-die-Ik-zijn-zal, God, de Allerhoogste? Is er geen video-livestream van bewaard gebleven? Op dit moment ben ik dagelijks, elke morgen vroeg, via Twitter één tekst aan het weergeven van Johannes 17, het gesprek van de Zoon met de Vader, óók al zo’n bijzonder tafereel. Hoe wás dat, tussen Vader en Zoon? Het laat zich theologisch gewoon niet samenvatten in 140 tekens. En ook niet in meer woorden, trouwens. Het is geen theologie, maar een relatie.

 

Op dit thema omdat ik de vorige week wat heb zitten nadenken en praten over de verschillende vertalingen van de Bijbel. We hebben hier te doen met niets minder dan het Woord van God Zelf: de Spreker is Hij, de luisteraars zijn wij. Op verschillende manieren is dat woord voor ons in het Nederlands vertaald. Soms in de taal van de zeventiende eeuw, of van de twintigste eeuw: de Staten- respectievelijk NBG-vertaling (de laatste van 1951). Soms heel dicht bij de Griekse en Hebreeuwse tekst blijvend: de Naardense Bijbel, of de TELOS-vertaling van het Nieuwe Testament, en nu nog maar nét verschenen: de Herziene Staten Vertaling (HSV). Je hebt ook nog Groot Nieuws voor U, en dan is er natuurlijk nog Het Boek. In dat laatste geval zeggen we tegen elkaar: een echte bijbelvertaling is het niet, het is een parafrase, maar je kunt er gelukkig mooie evangelisatie-uitgaven van maken.

 

Zeker zit daar wel wat in. Maar het is als beoordeling van Het Boek een beetje magertjes, en laat me nu eens een lans breken voor deze parafrase, méér dan dat.

De Bijbel bestuderen is belangrijk; daar heb je een accurate vertaling voor nodig, om theologisch nauwkeurige conclusies te kunnen trekken als je de grondtalen niet kent. De Schrift narratief, verhaalsmatig lezen is prachtig; daarvoor moet je een geoliede, welhaast literaire vertaling hebben. Maar de Heer tot je persoonlijk laten spreken – neem dáárvoor maar gerust een parafrase zoals Het Boek. Want als jij en ik samen bij de open haard zouden zitten, en je zou mijn verhaal willen horen over het spreken van God in mijn leven, dan zoeken we toch niet naar de meest aangescherpte formuleringen?

 

In het boek van Carl Raschke, The Next Reformation: Why Evangelicals Must Embrace Postmodernity (2004) wordt de stelling geopperd dat theologische waarheids-formuleringen (‘proposities’) stammen van de Verlichting. Raschke zegt: de Hervorming is niet ontstaan doordat men een aantal nieuwe formuleringen  (sola scriptura, sola fide, sola gratia) bedacht om fundamenten voor een nieuwe theologie te scheppen. De 95 stellingen die Luther aan de slotkapel van Wittenberg spijkerde, waren intens persoonlijk en relationeel. Lees de eerste stelling: ‘Onze Heer en Meester Jezus Christus heeft, toen Hij zei “Bekeert u…  “ enzovoorts, bedoeld dat het hele leven van de gelovigen een bekering-en-boetedoening zou zijn.’ ‘Onze Heer… bedoeld’! Hoe persoonlijk wil je het hebben? ‘Het hele leven…’ dat is integraal en relationeel. En lees de volgende stellingen er maar achteraan. Maarten Luther wilde een dispuut aan de universiteit inleiden, maar hij kon het niet laten, hij liet ‘gewoon’ zijn hart spreken – en het gevolg was dat talloze mensen in hun hart werden aangesproken.

 

Als God een verhongerende mensenwereld binnentreedt, openbaart Hij Zich als brood.

Als Jezus een dorstige vrouw bij Samaria ontmoet, toont Hij Zich als de Bron.

Als de Geest een verzengende woestijn aantreft, komt Hij als een verfrissende wind.

 

Christelijke waarheid is altijd persoonlijk en relationeel, nooit propositoneel, theologisch. De waarheid komt tot ons in Immanuel, de vlees geworden, tastbaar binnen ons bereik gekomen ‘gewone’ (maar buitengewone) Mens. Hij is de God die alle talen spreekt en alle namen geeft, die boven talen en tongen en vertolkingen kan uitstijgen, zodat ieder in zijn eigen taal de grote daden van God hoort.

 

Christendom verschilt van alle andere godsdiensten daarin, dat het meer is dan een diepzinnige monoloog. Iemand Anders spreekt tot ons. Tot ons, tot mij, nota bene! Wij antwoorden, want wij worden aangesproken. Niet in de zin van Heidegger, die de formule uitdacht Die Sprache spricht – maar Iemand spreekt tot ons. Hij is het spreken zélf, de Logos, en legt Zichzelf in ons hart.

 

Terug naar Het Boek, temidden van de verschillende bijbelvertalingen: dáár is deze bijbeluitgave nu voor.  Soms heb je theologie nodig – die zou ik niet willen afschaffen, zoals Raschke lijkt te zeggen – maar dat is lang niet altijd aan de orde. Soms heb je kwaliteit in de taal nodig, om de schoonheid van de Bijbelwoorden te kunnen genieten, maar dat is niet het allerbelangrijkste. Soms, bíjna altijd, heb je persoonlijke woorden van de Heer nodig, van aangezicht tot aangezicht, zoals vrienden onder elkaar spreken. Daar verlang ik naar.

 

januari 13, 2011

Christelijke media: Koninkrijksdenken

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:18 am

Het is voor de christelijke media tijd, om met Star Trek te spreken, to boldly go where no one has gone before – en niet stil te blijven zitten in de loopgraven.

Loopgraven horen bij de vorige eeuw, waarin het christendom zich ingroef tegen wat men toen noemde secular humanism. Daaronder werd alles begrepen wat moeilijk te begrijpen was, en wat niet op het eerste gezicht de test van vertrouwde bijbelse richtlijnen kon weerstaan. In de laat-negentiende en (vooral) de twintigste eeuw had de moderniteit de overhand, ook in het denken van christenen. Wij hadden, dachten we, het geloof in onze theologische vingers; voorzover dat niet het geval was, moest je daar krachtig naar streven. De veel bredere cultuurstroom, de Verlichting, omvatte niet alleen het moderne ongeloof, maar ook ons eigen, ‘modern’, gefundeerde christendom. Ruwweg viel deze moderniteit samen met de periode van het Boek, van kaft tot kaft.

De fronten waren duidelijk: wij met z’n allen tegen de wereld. Geloof tegen ongeloof en anders-geloof. En over de condities van dit gevecht waren we het met de ongelovigen eens: op basis van rationele scherpzinnigheid moest deze strijd worden gestreden.

De tijd van die loopgraven is voorbij, is er eigenlijk nooit geweest. Het Koninkrijk is midden onder ons, zegt Lukas 17 vers 21. Jezus, de Koning Zelf is in ons en onder ons, zoals Hij midden onder de mensen was in zijn aardse leven. Dáár was zijn strijd – niet tegen de mensen, maar tussen de mensen. Daar ligt ook ons front, niet tegen de ongelovigen, maar tegen de geestelijke machten in de hemelse gewesten, Efeze 6 vers 10vv.

 

Waar staan de christelijke media in dit koninkrijksdenken? De golven die de moderniteit omver hebben geworpen, hebben nu (eindelijk, onvermijdelijk) ook ons bereikt. Het is de na-moderniteit, inderdaad: het is een post-moderne cultuur. Waarom zouden we daar bang voor zijn, trouwens? Jawel, als zich een postmodernisme aandient dat niet meer van enige waarheids-idee wil weten, dan moeten we ons tegen deze arrogantie verzetten. Maar is het eigenlijk niet hoog tijd dat die andere moderne arrogantie verdwijnt, die van onszélf?

We hebben trouwens geen keus meer. De media zelf veranderen in een razend tempo. Carl Raschke, in zijn boek The Next Reformation, zegt bijna terloops maar terecht: media is not about reality, it IS reality. De techniek vormt de communicatie, en die is wezenlijk: waarheid of leugen, liefde of haat, licht of duisternis. Er is een realiteit (al of niet virtueel, al of niet digitaal) in de mensen en om hen heen, waarin wij worden opgenomen, en waarin wij ruimte moeten maken – niet voor onszelf, maar voor de Koning, de Heer, voor Jezus. The community of the King.

 

De wereld van het gedrukte boek trilt op z’n grondvesten, of die fundamenten nu christelijk zijn of niet. De kranten en tijdschriften hebben het ook zwaar te verduren: teruglopende advertentie-verdiensten, zware gevechten om de gunst van potentiële abonnees. Met de omroepen gaat het óók al helemaal niet goed, vooral nu het kabinet de open verbinding naar de nieuwe media wil afsluiten.

Het is spannend. We kunnen, hoe spijtig dat ook is, ons als christelijke media niet meer afzijdig houden, en dat is niet alleen omdat het zuilenlandschap niet meer bestaat. De crisis van onze tijd is die van de communicatie zélf.

Enerzijds zie je aan de consumentenkant de langzame, maar soms snelle verschuiving in het gebruik van media. Van tv naar internet of combinaties. Ontlezing. Vervanging van leeskeuzes. Nieuwe leesmogelijkheden: digital devices (internet, e-books, iPod, iPhone, iPad, en allerlei andere tablets)

Anderzijds is er aan de producentenkant een structurele verandering waar te nemen in de bedrijfskolommen. De rol van de boekhandel staat op het spel, en bijgevolge ook de functie van de tijdschriften- en boekengrossiers.

Beiderzijds kan de stelling worden verdedigd dat consumenten en producenten worden vermengd. Iedereen kan in deze tijd consument én producent worden. Er wordt wel, met een toespeling op de culturele scharnierperiode kort na de uitvinding van de boekdrukkunst, gesproken over ‘het algemeen priesterschap’ van de media-gelovigen. Wie gelooft, mag ’t zeggen.

 

Wat doen wij, de spelers in het veld? De boeken-uitgevers, de kranten-uitgevers, de tijdschriften-uitgevers, omroep-organisaties, boekverkopers, auteurs, enzovoorts? Het gaat niet alleen om de christelijke cultuur, het gaat om de héle cultuur – maar het is wél van belang hoe wij daar als christenen in gaan staan. Een enorme uitdaging: ons hergroeperen, niet rondom onze eigen belangen, maar die van de Koning.

Ik ben heel erg benieuwd naar de respons, vooral vanuit de christelijke media…

 

januari 6, 2011

Avondmaal als ontbijt

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:31 pm

Drie dagen vasten en bidden klinkt wel stoer, maar ’t is gewoon mooi. Gezellig en leuk zelfs, met zoveel oude en nieuwe vrienden. Prachtig, met de Heer. En als je eenmaal opgehouden bent met eten, blijkt een mens zich uitstekend te kunnen behelpen met thee en vruchtensappen.

Hoe was het? Ai, dat is niet eens zo makkelijk te zeggen, zoals je ontmoetingen (met elkaar en met de Heer) ook niet in een reportage kunt vatten. Maar hoe dan ook, we eindigden met avondmaal. Dat was ons breakfast, het moment waarop we ons vasten braken. In het Nederlands betekent ontbijten ook: beginnen te bijten. Met brood en wijn deelden we in Christus Zelf, in zijn lichaam en zijn bloed. Ontroerend. Ernstig. Ook: ontspannen, heerlijk, vreugdevol. Een slot van de EA-vastenretraite, dat me bij zal blijven, als geestelijke spijs en drank: avondmaal als ontbijt.

Het is eigenlijk heel bijzonder dat het avondmaal vooráf gaat aan de strijd. (Heel anders dan in alle delen van Asterix: daarin is er op de laatste bladzijde een feestmaal, nadat de strijd gestreden is – en daar hangt trouwens de zanger aan de hoogste boom, dat lijk me niks…) Zelfs de strijd van de Heer Zelf moest bij de instelling van het avondmaal nog helemaal gestreden worden, de zware strijd die Hem door verschrikkelijk lijden, dood en opstanding naar de hemel voerde. En voor ons is het net zo: we kunnen het avondmaal elke dag vieren – zoals wij het nu op donderdagmiddag vierden – maar in de christelijke traditie heeft het vooral een plaats gevonden op de eerste dag van de week. De strijd moet nog beginnen. Maar wij vieren nú al de overwinning. De maaltijd van de HEER eten we, uitziende naar de toekomst, totdat Hij komt.

 

Misschien gaat iemand me vragen: wat heeft de Heer nu tegen jou persoonlijk gezegd, in die retraite? Als je het goed vindt, hou ik dat nog even onder ons, tussen Jezus en mezelf. Het was net iets te persoonlijk om het te vertellen. Maar laat ik wel melden welk woord me het laatst is bijgebleven, in de lectio divina (wie dat niet kent: ff google!) over Johannes 4, over de Samaritaanse vrouw. De woorden uit vers 28 bleven bij me hangen: ‘De vrouw verliet haar kruik staan en ging naar de stad’. Zo’n retraite, net zoals iedere andere bijeenkomst, is maar een instrument, zoals een watervat dat ook is. Wij gingen weer weg. De retraite ligt achter ons. Maar let op: de vrouw liet haar kruik staan, en nam de Bron mee! Enthousiast ging ze naar haar stadgenoten toe, boordevol van deze magnifieke Persoon die haar had aangesproken. Een fontein die opspring tot in het eeuwige leven. Hem hoefde ze nooit meer in de steek te laten.

Eigenlijk is dat op dit moment voldoende, als nabeschouwing op deze retraite.

 

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.