Oude! Weblog van Henk Medema

december 24, 2010

[KERSTVERHAAL] Jeroen, het Berritje

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 2:06 pm

Echt winter was het niet, maar wat boeide zoiets – dat het een warme dag was, kon Jeroen niets schelen. Er waren wel vaker warme dagen. Koude dagen ook. Lauwe dagen had je ook, en waarschijnlijk nog het meeste. Maar nu was hij warm. Vandaag was hij heel dichtbij iets waar hij nooit naar had gezocht.

Jeroen was alleen, maar dat was ook niet zoveel bijzonders, want dat was hij op een of andere manier altijd. Niet dat hij alleen was, integendeel: er waren nog miljoenen andere Berritjes, net zoals hij, toch weer heel anders en niettemin hetzelfde. Maar Jeroen had niet zoveel aan zijn mede-Berritjes, en om het maar eerlijk te zeggen hadden zijn mede-Berritjes ook niet zoveel aan hem. Ze hadden trouwens ook niet zoveel met elkaar op – al waren er sommigen die het daar wel eens over hadden, en ietwat knorrig beweerden dat alle Berritjes in een soort Verbond waren opgenomen. Maar ja, er wordt zo vaak iets beweerd.

Berritjes woonden, heel wonderlijk, met miljoenen en nog eens miljoenen tegelijk op een heel klein knikkertje. U en ik hebben er maar moeite mee, zoiets te begrijpen, maar voor Berritjes was het heel normaal. Ze dachten er zelden over na, en als ze er toch heel eventjes over nadachten, hielden ze daar gauw weer mee op, want ze wilden niet duizelig worden. Het knikkertje was trouwens, al was het heel klein, groot genoeg, want de Berritjes waren nog verschrikkelijk veel kleiner. Daar merkten ze evenwel bijna nooit iets van, en ze wilden dat ook liever niet.

Het was, zoals gezegd, een warme dag, en voor zijn huis stond Jeroen. Het was een heel gewoon huis waar hij woonde, met een tuintje en een keukentje; kortom: een huis-, tuin- en keukenhuis, met een huis-, tuin- en keukenkeuken en een huis-, tuin- en keukentuin. Een huis zoals er twaalf in een dozijn gingen, en alle twaalf in deze straat stonden keurig op een rijtje. Maar in dit huis bevond zich een Verschrikkelijk Geheim. Jeroen hoopte maar dat hij de enige was die ervan wist, maar hij was daar niet zo zeker van. Soms vermoedde hij dat de andere elf huizen in zijn straat net zo’n Verschrikkelijk Geheim hadden, maar hij durfde er niet naar te vragen. Het Verschrikkelijk Geheim was vele jaren geleden in zijn huis gekomen, en er nooit meer uit weg gegaan. Jeroen herinnerde zich de avond nog goed: donker, koud, regenachtig en waaierig. Er werd geklopt, en Jeroen was open gaan doen. Had hij dat maar niet gedaan! Want het slangachtige wezen dat voor de deur stond, was zeker geen Berritje, al kon hij wel degelijk praten. Voordat Jeroen het wist was het Verschrikkelijk Geheim (zoals hij het in gedachten noemde) naar binnen gegaan, en had zich prinsheerlijk genesteld op de grote leunstoel bij de haard. En hoe Jeroen ook praatte, en wat hij ook deed, of hoe hij zelfs had gevochten, het Verschrikkelijk Geheim was gebleven. Op een of andere manier waren er sindsdien zelfs barsten in de muren ontstaan, en scheuren in het houtwerk. Het kon zo niet lang meer doorgaan of het kleine huisje zou helemaal instorten. Jeroen durfde er niet over te praten, niet met zijn buren, niet met andere Berritjes, met helemaal niemand — maar de angst kneep hem de keel dikwijls dicht.

 

Er was vandaag iets gekomen. Iemand gekomen. Het was echt een wat vreemde dag vandaag, en dat was al begonnen toen hij, met nog wat andere Berritjes, buiten op het veld werkte. Het was nog stikkedonker, maar midden in de nacht ging de lucht in de hemel open, en het licht in de hemel aan. Ja, dat klinkt gek, maar zo wás het toch, anders kun je het niet zeggen. En wonderlijke, machtige hemelwezens kwamen het bericht brengen van een héél klein wezentje dat daar was gekomen, ook al in het donkere veld. Je moest er heen gaan, zeiden ze. Je mocht naar binnen gaan, vertelden ze. En je zou iets machtigs zien – maar tegelijk iets heel kleins. Wat, klein? Maar Berritjes waren al zo klein! En dit iets (of was het een iemand?) zou dan nog veel kleiner zijn? En dat allemaal op dat kleine knikkertje? Dit was een vreemde dag, zoveel was wel zeker.

Het was niet Iets. Hij was Iemand. Ontzettend klein. Kleiner dan het kleinste Berritje, dacht Jeroen, toen hij een ogenblik later, samen met nóg een paar Berritjes, de deur was binnengegaan.

Nu stond Jeroen, nog peinzend, weer in het donker, en ging van zijn ene been op het andere staan, ten prooi aan twijfel over de vraag of hij naar binnen of naar buiten zou gaan. Hij bedacht dat hij al buiten wás, zodat het heel moeilijk zou wezen naar buiten te gaan, en was bijna tot het besluit  En om naar binnen te gaan, toen hij inzag dat dat de weg van de minste weerstand was. Zo bleef hij een lange, lange tijd staan dralen. U zult, lezer, dit misschien een ingewikkeld gedoe vinden, en dat was het ook wel een beetje, maar dan moet u daar wel bij bedenken dat Jeroen (dat had hij pas echt gemerkt na de komst van het Verschrikkelijk Geheim) enigszins mislukt was. Dat zeg ik niet goed: hij was niet mislukt, maar gewoon Mis. Alle Berritjes hadden dat. Zo was het niet altijd geweest, maar de lang vervlogen tijden van de eerste, zeer goede Berritjes, waren in het Vergeetboek geraakt.

Hebt u het Vergeetboek wel eens gelezen? Nee, dat zal wel niet, want het is veel te klein, het is een boek voor Berritjes, en zelfs met de sterkste microscoop zouden wij het niet kunnen lezen. De Berritjes konden het wel lezen, maar de meesten deden dat niet. Jeroen deed het wel. Het Vergeetboek lag in zijn huis, midden in de hal, naast de trap, vlak onder de lamp. Hij had er niet altijd in gelezen, al kon hij zich geen tijden herinneren dat het Vergeetboek er niet was geweest. Jeroens ouders — waren zij ook Mis geweest? in ieder geval leefden ze al lang niet meer! — hadden het boek weer van hún ouders gekregen, en die weer van hún ouders, enzovoorts.

Het was juist de gedachte aan het Vergeetboek die Jeroen liet dralen in de warme zonneschijn. Binnen in zijn huisje lag het. Maar de lamp in de hal, die de oude letters leesbaar moest maken, was heel zwak geworden doordat het Verschrikkelijk Geheim er dikwijls in hing om te slapen, en Jeroen wist nergens in zijn huis een plek waar hij meer licht zou kunnen maken. Zou hij het wagen, het Vergeetboek naar buiten te brengen in de felle zonneschijn? Zou het Boek daar tegen kunnen? Hij had er intussen al heel wat in gelezen, eerst stukje bij beetje, toen wat vaker, toen regelmatig, en tenslotte bijna iedere dag. De oude geschiedenissen waren ontzettend boeiend, maar toch was er iets wat hij niet begreep, en hij wist niet wat dat was.  Nu scheen de zon, fel en uitbundig, heel anders dan in de lauwe dagen van de laatste tijd. Nu moest het dan maar gebeuren, besloot Jeroen, en hij opende de krakende deur van zijn huisje, liep zachtjes naar binnen, en tilde bijna kreunend van inspanning het zware Vergeetboek op. Hij wankelde de deur uit en legde het met moeite het Boek op de grote steen midden op het grasveld.

Voorzichtig streelden zijn vingers de leren band en de gouden sloten, alvorens hij aarzelend het boek opende, tastend naar de bladzijde waar hij verder wilde lezen. Maar toen het Vergeetboek open viel, schrok hij geweldig, want dit had hij nog nooit gezien! Een spiegel, waarin hij in een flits van een seconde zichzelf zag, maar zijn beeld verdween op hetzelfde ogenblik weer, omdat de felle zon precies boven het Vergeetboek scheen, en de weerkaatsing van het zonlicht in de spiegel zijn ogen compleet verblindde. Of het van de schrik kwam, dat hij een onvoorzichtige stap naar voren deed, wist Jeroen nadien niet meer te vertellen, maar in ieder geval deed hij het, en hij had het gevoel dat hij diep naar beneden viel, in het Boek. Het volgende ogenblik was een merkwaardige gewaarwording. Hij keek nu niet meer óp een bladzijde met allemaal letters, maar bevond zich er tussen in, terwijl de woorden allemaal hoog naast hem oprezen. Hoe vreemd het ook was, het kwam Jeroen allemaal op een of andere manier wonderlijk vertrouwd en bekend voor. En kijk nu, heel merkwaardig: de woordenmuren waartussen hij zich bevond, waren de wanden van zijn eigen kamers in zijn eigen huis! En nog wonderlijker: tegelijk waren het spiegels, waarin hij overal zichzelf tegenkwam. De zon scheen nog steeds, met een helderheid als nooit tevoren, en als Jeroen naar boven keek, moest hij een hand voor de ogen doen, want boven de randen van de woorden van het Vergeetboek straalde de felle lichtbundel van zonnestralen ongetemperd. De woorden van het Boek waren wanden, en de wanden waren spiegels, en de spiegels toonden hem zichzelf en zijn eigen huis. Droomde hij, of was hij wakker? Hoe klein was hij, temidden van die indrukwekkende woordengalerijen! Wat was er eigenlijk met hem gebeurd?

Berritjes zijn klein, maar ze zijn niet bang, en Jeroen was ook klein, en hij was geschrokken, maar niet bang. Daar was bovendien ook, vond hijzelf, des te minder aanleiding toe omdat hij zich op een of andere manier toch in zijn eigen huis bleek te bevinden. Hij wandelde door de gang — waar het Vergeetboek, vreemd genoeg, nog steeds onder de lamp lag, gesloten —, de keuken in, de kamer door, de trap op, naar zijn slaapkamertje op de zolderverdieping, weer de trap af, de benedenverdieping door. Overal scheen het felle zonlicht, en Jeroen bedacht juist een beetje wrevelig dat hij zich de moeite had kunnen besparen om het zware Vergeetboek naar buiten te sjouwen, toen hij zich realiseerde dat zijn avontuur juist op die manier begonnen was. Het zonlicht deed niet alleen pijn aan zijn ogen, maar irriteerde hem ook op een andere manier, want overal zag hij dingen die hij nog nooit eerder had gezien: spinnewebben, moddervlekken, vuil, barsten en scheuren in de muren, spatten op de ramen. Tenslotte werd hij moe van het rondwandelen in zijn eigen huisje, en ging zitten op de oude houten keukenstoel, die altijd al wel een beetje wankel was geweest maar die nu in al zijn voegen leek te kraken. Nooit had Jeroen nagedacht over het feit dat hij, met nog miljoenen andere Berritjes, op een heel klein knikkertje woonde. Op dit moment dacht hij er eigenlijk nog niet over na, maar hij voelde over dat feit wel precies het soort verwonderde duizeligheid, die de Berritjes hardnekkig probeerden te vermijden.

Ineens dacht hij, met een plotseling opkomende ongewone helderheid, aan het Verschrikkelijk Geheim. Waar was het groenachtige slangenwezen gebleven? Hij liep spiedend de hal in, de kamer weer door, de keuken opnieuw betredend, weer omhoog de zolder op. Wie schetste zijn verbazing? Niemand. Het huisje was leeg, helemaal leeg. Hij keek naar de barsten in de muren en de scheuren in het houtwerk: die zaten er nog. Maar nergens meer een Verschrikkelijk Geheim. Of toch? Wat lag daar in het stof onder de trap? Jeroen keek nog eens goed. Nee, dat moest iets anders zijn, maar wat dan? Opnieuw speurden zijn ogen, en ze werden tegelijk onnatuurlijk groot: hij zag een groen-grijsachtig wezen, met een vertrapte kop, leek het wel. Hij keek wat nauwkeuriger. Het houten kruis dat in het trapgat aan de muur hing, was er bovenop gevallen, en had (hoewel het toch helemaal niet groot of zwaar was) de kop vermorzeld van het Verschrikkelijk Geheim.

Jeroen keek omhoog. Even had hij vergeten hoe fel de zonnestralen waren boven de woordenranden van het Vergeetboek uit. Maar hij besefte het onmiddelijk weer, toen hij de hand voor de ogen moest slaan en een stem hoorde. Jeroen, Jeroen! Zijn eigen naam, Jeroen! Hij greep de trapleuning om niet te vallen. Zijn hart bonsde in de keel, van schrik én opwinding, en hij fluisterde: Wie bent U? Maar op hetzelfde moment wist hij ook het antwoord op die vraag.

 

 

 

Advertenties

1 reactie »

  1. WOW wat een geweldige manier om Het verhaal te vertellen ik ben er van onder de indruk!! Gods zegen voor iedereen die dit leest!!Hartelijke groet Simone

    Reactie door Simone Hopman — december 25, 2010 @ 8:00 am


RSS feed for comments on this post. TrackBack URI

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

%d bloggers liken dit: