Oude! Weblog van Henk Medema

november 24, 2010

Uitgeven door ingeving

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:48 am

‘Luther publiceerde zijn 95 stellingen door ze aan een houten deur te spijkeren. Wesley predikte vanaf zijn paard. Graham maakte gebruik van televisie. En Warren doet aan Twitter.’

 

Dezer dagen getwitterd door Rick Warren, voorganger in Saddleback, California, en auteur van de mega-seller DOELGERICHT LEVEN.  Er zijn zo’n kleine tweehonderdduizend mensen die Warren ‘volgen’ aan de hand van zijn tweets. In een paar reuzenstappen een half millennium door, en je ziet het verschil in de media.

Nou ja, verschil – juist ook weer niet. Want stel je maar eens voor hoe de inwoners van Wittenberg en de studenten aan de universiteit van het Saksische stadje op Allerheiligen, 1 november 1517, samendrongen op het kerkplein. Een enorm gekwebbel zal het geweest zijn, als een veelkoppig vogelkoor. Getsjilp, getwitter. Iedereen zal z’n mening hebben gehad, en zo werd precies de bedoeling van die ene monnik bereikt. De boekdrukkers, die veelal ook uitgevers en boekverkopers waren, vochten erom de stellingen op hun drukpersen te krijgen. Zo was binnen een paar weken heel West-Europa vol van de gedachten die Luther eigenlijk keurig had willen inkaderen in een theologische disputatie.

 

Aan het begin van het derde millennium van onze jaartelling is de boeken- en mediawereld ongelooflijk gegroeid, en dat vooral sinds de laatste halve eeuw. Door de ontwikkelingen van het laatste decennium zijn wij, binnen het boekenvak, achter de oren gaan krabben: hoe komt het dat het niet meer werkt, wat door Gutenberg was uitgevonden en na Wittenberg de mensenmenigte in beweging bracht?

Laat me dit mogen toepassen voor het boekenvak, en daarbij drie termen gebruiken die in de eenentwintigste eeuw passen. Postmodernisme. Ingeving. Personal branding.

 

Postmodernisme

Sinds Descartes is de westerse wereld gekenmerkt door de Verlichting. Sinds (zeg maar eens) 1789, de Franse Revolutie, tot aan (zeg) 1989, de val van de Berlijnse Muur, hebben wij geleefd in de cultuur van de moderniteit: alles werd ingepakt in rationaliteit, beheersbaarheid, steeds scherper en steeds steviger in systemen ingekaderd. De laatste jaren ademen wij postmoderniteit in. Het posmodernisme zegt: de tijd van de grote verhalen is ten einde. Anything goes, zei Paul Feyerabend. Waarheid en niet-waarheid kan allebei waar zijn.

Als christenen verzetten wij ons met kracht tegen de idee dat er geen waarheid meer zou bestaan, of dat die onkenbaar zou zijn. Maar niet álles in deze stroming is verkeerd, en we doen er goed aan de vraag te overwegen die de Amerikaanse christen-filosoof James K.A. Smith stelde in de titel van zijn boek: Who is Afraid of Postmodernism?

 

Uitgeven bij ingeving

Deze cultuurstroom heeft ook het boekenvak langzaam maar zeker gegrepen. In die manier van denken en leven past het motto ‘uitgeven bij ingeving’. Een uitgever gaat de wijde wereld in. Soms heel ver weg, soms dichtbij, ziet hij mensen, trends, gebeurtenissen, uitdagingen. (Daarvoor hoeft hij nauwelijks te reizen, behalve virtueel, door het internet!) Hij vormt netwerken, ontmoet auteurs, ziet content, inhoud – en als hij er content mee is, worden de volgende stappen gezet. Misschien gaat het wel een boek worden. Of een tijdschriftartikel. Een blog alleen, misschien? Of een e-book, of een app?

Aan de ene kant is er niks mis mee, voor uitgevers in het algemeen, en ook voor christelijke uitgevers. Moeder Teresa zei: ‘Ik dien het gezicht dat ik vóór me zie’ – en zo is het: wij laten ons leiden door de Geest in de speciale momenten die de Heer ons geeft. Tegelijk is er ook behoefte aan een schepere focus, een wijdere visie. Jazeker: het is hooginteressant dat de markt open is om ernaar te luisteren, en ingevingen te krijgen. Het is mooi dat de markt open is om er onze media-uitingen in kwijt te kunnen, en uitgaven te produceren. Maar we zitten met een probleem. Het landschap is doorsneden met allemaal muurtjes en hekjes, deuren en doorgeefluikjes. We noemen dat het boekenvak. Een groot deel van onze uitgaven moeten aan de man gebracht worden via grossiers en boekhandelaren. Dat is mooi, want als het goed is, verstaan zij hun vak. Maar rond 2010 is het zelfs dán niet zo mooi en makkelijk meer, want ‘de man’ (of ‘de vrouw’) is er inmiddels achter gekomen dat hij hen niet meer nodig heeft. Het internet opent ongekende werelden. Ook Amazon en bol.com zijn bereikbaar, zelfs via de laptop of iPhone die je bij je draagt.

 

Personal branding

Een derde term dus, om ons als uitgevers nog meer aan het denken te zetten: personal branding. Deze marketing-benadering dateert van rond de laatste eeuwwisseling. Je hébt niet een of meer merken, je bént een merk, de verpersoonlijking ervan. De ‘markt’ bestaat immers ook uit mensen, en als je je daarin wilt bewegen en je product ‘aan de man’ wilt brengen, dan zullen die mensen juist het menselijke karakter, de warmte van een persoon, de richtinggevende keuze herkennen. In ieder geval wil je en kun je daardoor die mensen in beweging zetten, anders naar de wereld laten kijken, zodat ze interesse krijgen voor jouw verhaal. Marketing is the management of perception.

Dat betekent dat een uitgever niet zozeer iets moet brengen, maar iemand moet zijn, herkenbaar in de mensenwereld – zonder dat zijn uitgeversactiviteiten schuilgaan achter zijn firma, zijn imprint, de tussenhandel. En dat hij een auteur moet meenemen, die ook vindbaar en herkenbaar kan zijn, die aanwezig is in die mensenwereld.

Zonder dit verder te kunnen uitwerken, wil ik hier de gedachte opperen dat dit machtig interessant is. Dit is wat de generatie van de eenentwintigste eeuw wil: werkelijke en warmbloedige mensen te ontmoeten, van hen te horen hoe ze denken en voelen en handelen. Dit is ook wat de kern is van een christelijke benadering: Jezus, die handen en voeten krijgt in zijn discipelen, belichaamd in zijn gemeente. Een gemeenschap die Hem tastbaar laat voelen, in daden maar ook in woorden.

Problemen? Nou en of. Zo zitten grote en kleine uitgeversbedrijven niet in elkaar. Zo werkt het niet in het landschap van het boekenvak, want de boekhandelaar ontmoet hoogstens een paar keer per jaar een vertegenwoordiger. En de grote internetboekhandels lijken de anonimiteit alleen maar te versterken, als de auteur niet (via eigen website, blog, sociale media) naar buiten treed.

Maar hier ligt de uitdaging. Hic Rhodus, hic salta – of zoals Hegel ervan maakte: hier ist die Rose, hier tanze. En dat mag de lezer weer opzoeken via Van Dale, óf Google – dan weten we gelijk of je van de twintigste- of van de eenentwintigste-eeuwse generatie bent…

 

Advertenties

november 17, 2010

Grenzeloos lezen

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 11:39 am

Niet iedere avond overkomt me dit, maar ’t is toch heus gebeurd. Ik had ook naar een conferentie kunnen gaan, maar had besloten wat achterstallig leeswerk te doen. Bovendien is het voor je vrouw toch ook wel aardig als ze niet alleen zit. En zo zaten we samen op de bank: zij naar een tv-film kijkend, en ik lezend (een manuscript, op m’n e-reader, zo gaat dat bij uitgevers), en af en toe de mail checkend op mijn laptop die naast me stond. Men zegt dat vrouwen beter zijn in multi-tasking dan mannen – praten en breien! – maar ik moet eerlijk toegeven dat ik af en toe en blik wierp op de film, die we al eerder hadden gezien.

Op een gegeven moment kwam er op Twitter een tweet langs van iemand over de conferentie die ik nu dus moest missen. Ik raakte geïnteresseerd, klikte op de hashtag, en zag een aantal mensen die er iets over zeiden. Hé, wat gebeurde daar nu? Snel zocht ik de videostream op waarin de conferentie live te volgen was. Het bleek interessant, controversieel, ook weer boeiend. Er kwamen eerst tweets langs, en ik besloot me in de communcatieslag te mengen, eerst per DM en toen per ‘gewone’ mail. Mijn vrouw merkte weinig, die ging gewoon door met de film (die ik nu wat minder scherp in de gaten hield) – of het moest zijn dat de thee- en koffievoorziening stokte.

 

Waarom is dit kijkje in onze woonkamer interessant genoeg voor een blog? Nog maar weinig mensen hebben door hoe snel we evolueren richting grenzeloos ‘lezen’. De aanhalingstekens duiden aan dat je zelfs de grens tussen ‘lezen’ en ‘video kijken’ en twitteren en mailen en blogs volgen en… (enzovoorts) niet eens meer scherp kunt krijgen. Grenzeloos. Is het een onderdeel van onze postmoderne cultuur? Is het iets voor jongeren en yuppen, met iPods, iPhones, iPads en blackberries? Misschien, maar ook die grenzen zijn moeilijk te trekken. Als een ouwe vent van intussen zestig observeer ik dit nieuwe verschijnsel, maar ik plons er ook telkens weer midden tussenin. En als uitgever intrigeert het me mateloos. Wat gebeurt hier?

Tot voor luttele jaren volgde ik nog ongeveer het patroon dat mijn vader (1920-1958) volgde bij het lezen. Des morgens de ochtendkrant, des avonds de avondkrant, in een makkelijke stoel, bijna van A tot Z. Het kón gebeuren dat middag- of avondmaaltijd werden onderbroken door een telefoongesprek, en dan trok je je even terug naar de gang. Na het avondeten en nadat de kinderen naar bed waren gezonden, kwam er een keus aan de beurt uit de stapel boeken die lagen te wachten, ter ongestoorde lezing. Boeken las je niet achter je bureau, daar schreef je – of aan je conferentietafel, die was voor besprekingen. Af en toe liep je misschien naar de boekenkast en haalde er iets uit. En de radio of de televisie waren helemaal separate media.

 

Is dit allemaal voorbij? Nee hoor, zo simpel is het niet. Maar wat heel snel aan het voorbijgaan is, is de afpaling tussen lezen, niet-lezen, bladeren, video kijken, werken, informatie ophalen, info verwerken, schrijven, telefoneren. En natuurlijk mailen, bloggen, twitteren (o ja: kan iemand zich nog zo’n rare tussenfase herinneren, waarin we elkaar met enige regelmaat een fax stuurden??).

Ik zou vinden dat we allemaal heel helder wakker moeten worden, misschien wel op drie manieren.

 

Eén, voor degenen die dat zijn: als boeken-uitgevers en als boekhandelaars. Wordt er al vaak genoeg geroepen dat het snel gaat? Ik denk van niet. De cijfers van omzetdaling, met name van non-fictie, zijn onrustbarend. De ontwikkelingen in technologisch opzicht op de markt zijn boeiend: de eerste generatie e-readers wordt vervangen door een tweede, zoals de Kindle3, zelfs met wifi en 3G, en soms met kleurenscherm zoals de Nook Color van Barnes&Noble. De eerste tablets zijn verschenen, de iPad concurrentie aandoende. We hebben intussen, begin november, een heuse Week van het Digitale Boek gehad. De feestdagen komen eraan, in de Verenigde Staten maken boekhandels en elektronicazaken zich op voor het seizoen. Uit een onderzoek van de Amerikaanse consumentenbond blijkt dat tien procent van de volwassenen van plan is iemand een e-reader cadeau te geven. De prijzen van veel e-readers duiken voor de kerst onder de 150 dollar. We zien de verkopers in Nederland zich ook opmaken voor de slag; kijk en vergelijk maar eens op www.ereaders.nl. De consumenten gaan zelf ook actief worden, zoals bijvoorbeeld op www.gemisteboekverkoop.nl, waar kopers melden dat ze tevergeefs een electronische editie van een boek hebben gezocht, en de uitgevers voorrekenen hoeveel omzet hun dat heeft gekost…

 

Twee, voor christelijke uitgevers en boekhandelaren. Sinds jaar en dag vormen wij samen – niet zonder enige bescheiden trots – het christelijke boekenvak. Nu, nauwelijks de eenentwintigste eeuw binnengetreden, gaat de aarde onder onze voeten schudden. Wij heben toch de taak boeken naar de mensen te brengen, geïnspireerd vanuit dat éne unieke Boek van God? Maar de markt beweegt van alle kanten, en wij lijken nauwelijks wat we moeten doen. Ik weet ook lang niet alles, maar ik zie wel drie kansen die we snel en optimaal moeten benutten:

(a) Nieuwe communicatie – en dan denk ik niet alleen maar aan een andere benadering van de doelgroep, die niet alleen doel maar ook deel van de communicatie moet zijn, maar ook en vooral zoeken naar nieuwe inhouden, alvórens wij beginnen te communiceren.

(b) Nieuwe interactiviteit – omdat we niet meer in een wereld kunnen leven van platte tekst en dode letters, waar je niet doorheen kunt kijken. Achter een ‘boek’, achter elk medium, bevindt zich paratextuele leesmogelijkheden en een hypertextualiteit, die met links toegangelijk te maken zijn. (De lezer van deze blog heeft al diverse hyperlinks gezien en misschien aangeklikt…)

(c) Nieuwe, menselijke markten benaderen, op menselijke, contactuele manier. Pay-walls stoten mensen af. Betaalpoortjes kunnen nog begaanbare doorgangen verlenen. Maar om echt royaal te kunnen publiceren zullen koninklijke toegangen vrijgegeven moeten worden. Concreet betekent dat vrije toegang van veel informatieve bestanden via het internet, met betaling voor de toegevoegde waarde.

 

Drie, voor gewone mensen – en dat zijn we allemaal, maar ik spreek nu speciaal de christenen onder ons aan. Wij kennen immers die ene Mens bij uitstek, Jezus. Meer dan ooit zouden we tegen elkaar moeten zeggen waar het om gaat, om Wie het gaat, namelijk om Hem. Er gaat misschien wel van alles omvallen, oude structuren, uitgeverijen, grossiers, boekhandels.  Het zou zomaar eens kunnen gebeuren. Maar moeten we juist in deze heftige overgangs-situatie elkaar niet eens heel serieus aankijken, en naar onze Heer opkijken? Want als ik me goed herinner: Hij was toch in eerste instantie onze Opdrachtgever…?

PS: ben heel erg geïnteresseerd in suggesties om dit verhaal concreet handen en voeten te geven…

november 4, 2010

Speerpunten en werpstenen voor een uitgever

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:54 pm

Some of us sing about it [the Gospel], some dance about it, and, indeed, some make a business out of it.

[…]

It’s not because we don’t publish enough books. No, we’ve made Christianity unpalatable by the way we live.

– Calisto Odede

 

De grote Goliath had een speer. De kleine David (nou ja, een kleutertje was hij vermoedelijk toch écht niet…) had vijf gladde stenen. De rest is geschiedenis.

Dezer dagen verzamelen wij als uitgevers ‘speerpunten’ (zo noemen we dat) van ons beleid voor 2011. En ‘toevallig’ vond ik deze beide citaten vanuit het Derde Lausanne Congres voor Wereldevangelisatie, waar ik net een week geleden vandaan ben gekomen; ze werden getwitterd door één van onze auteurs, Mary E. DeMuth.

Het evangelie is om te zingen en te dansen. Sommigen hebben er een business van gemaakt. Calisto Odede, een pastor uit Kenya en vroegere IFES-leider, voegde er iets aan toe dat me wel móest prikkelen: het punt is niet dat we niet genoeg boeken publiceren, maar we hebben het christendom onverteerbaar gemaakt door de manier waarop wij leven. Dat is echt een probleem. De vraag is hoe wij het evangelie in onze boeken én in ons leven lichtend manifest laten worden, dan wel verduisteren.

 

Je mag best weten dat ik het lastig vind, die speerpunten. Of, in een wat nederiger beeldspraak, die vijf gladde stenen. (Het beeld gaat niet helemaal op, want David had maar één steen nodig en wij hebben als uitgevers toch een breed assortiment van titels nodig!) De vraag is zéker ook wat voor boeken verkoopbaar zijn, want onverkoopbare boeken helpen niemand een syllabe verder. Maar de vraag is toch wel voornamelijk wat voor soort boeken een uitwerking op de lezer hebben.

Er moet iets zijn over de kerk, de gemeente, ook in haar gewone functionerende en ontzettend kwetsbare gestalte van de plaatselijke gemeente. Er is zoveel gehakketak over allerlei onderwerpen, en het helpt als daarin wat orde kan worden gebracht.

Ongeveer de helft van kerk bestaat uit vrouwen, maar (zeggen de marketing-deskundigen) een onevenredig groot deel van degenen die onze boeken aanschaffen zijn vrouwen. Aan hen besteden we dus speciaal aandacht, onder andere met de ISJA-reeks.

We hebben behoefte aan hulp om de levens van gewone gemeenteleden elkaar te laten kruisen, en elkaar vermenigvuldigen: iets over persoonlijke navolging van de Heer, maar ook gezamenlijk discipelschap, en mentoring of coaching om daarin te voorzien.

Aan de andere kant is het evangelie ook wereldwijd, en er zijn brandende problemen aan de orde waar wij ons als christenen niet aan kunnen onttrekken. We moeten het  hebben over maatschappijbrede geloofspraktijk, over het dagelijkse werk, over wat bijvoorbeeld leiderschap is in de wereld en in de kerk.

En dan moet het toch ook weer heel persoonlijk worden – het viel me deze week op hoe in dat éne hoofdstuk waarvan we allemaal het zestiende vers uit ons hoofd kennen (inderdaad: Johannes drie!) de allerindividueelste gebeurtenis in een mensenleven wordt beschreven, de wedergeboorte, en het tegelijk gaat over de hele wereld, de kosmos. En over het Koninkrijk van God, waarvoor je pas visie krijgt en waar je pas in betrokken kunt maken via die uiterste persoonlijke weg.

Dat betekent dat onze boeken relationeel moeten zijn, op relaties gericht, anders wordt dit evangelie door de mensen niet herkend of begrepen. Anderzijds betekent het dat er ook vanuit de wereld een lijn naar God moet liggen: christelijke spiritualiteit met Christus in het centrum). Dat is veel meer dan gewoon het plichtsgetrouwe lees-je-bijbel-bidt-elke-dag, en toch moet je nu juist weer uitleggen dat dát precies de kern ervan is.

Het is me een klus! Maar het is werk van de Heer, waarin wij standvastig, onwankelbaar, steeds overvloedig zullen mogen zijn, zoals 1 Korinthiërs 15 vers 58 zegt.  En dan moeten óók nog die getalletjes allemaal worden doorgerekend, en dat heet een begroting…

Als uitgever voel ik me vaak zo’n microfoon-jongetje, dat overal langs de broeders en zusters in de gemeente langs loopt: wie écht iets te zeggen heeft, mag het zeggen. Als je maar niet denkt dat iedereen dat zomaar mag, ben je nou helemaal zestig!

 

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.