Oude! Weblog van Henk Medema

september 30, 2010

Rechtsstaat en respect voor identiteit

Filed under: Uncategorized — Tags: , , — henkmedema @ 10:40 am

Op een bijzonder moment in de geschiedenis van het denken over de rechtsstaat heeft het Nederlands Dagblad een aantal artikelen gepubliceerd die ons helpen bij het denken over de rechtsstaat: eerst Schuurman en Segers, toen Holdijk en Schippers, en daarna Nap http://bit.ly/bPAN4R. Het lijkt me een strategisch moment om er een belangrijke notie aan toe te voegen: die van respect voor de identiteit. Juist bij vragen over migratie, momenteel een hot issue, is dat belangrijk.

Migratie is een pijnlijk soort filter, waardoor een menselijke existentie als door een scheermes van allerlei toevallige factoren wordt ontdaan, zodat de mens op zijn eigen essentie wordt teruggevoerd. Een uiterst hard proces – wie wel eens geprobeerd heeft een gesprek met asielzoekers aan te knopen om hun eigen verhaal te horen, weet hoeveel tranen en moeite daar liggen. Of als je die ervaring niet kent: lees de verhalen van Uwem Akpan, ‘Zeg dat je een van hen bent’, en voel tot op het bot wat er met (Afrikaanse) kinderen gebeurt als er aan hun leven wordt gerukt en geschud.

Tegelijk is migratie (zoals Jehu Hanciles onlangs betoogd heeft in zijn boek Beyond Christendom) niet alleen een hot issue, maar ook een hotbed voor de geboorte van geloofsopwekking. Ook dat is herkenbaar. Je wordt teruggeworpen op je eigen ‘ik’ –  en dat ‘ik’ zit bij iedere mens niet aan de oppervlakte, maar heel diep ónder de huid.

Let op: we hebben het nu niet over het ‘ik’ in de zin van het individu (zoals de Verlichting ons allemaal een individualistisch plekje wilde geven: vrijheid en gelijkheid), en ook niet in de zin van het graaiende ego, de homo economicus (waar het liberalisme ruimte voor wil maken). Je wordt in dit ‘zelf’ ook niet beschermd door normen en waarden, zoals Amitai Etzioni (door scheidend premier Balkenende zozeer bewonderd) de maatschappij wilde inrichten volgens communitaristisch model. Het gaat om iets dat veel dieper gaat dan de rechtsstaat, of het sociale respect, of de ethische normering. Het gaat om het respect voor de menselijke identiteit, onlosmakelijk gekoppeld aan de mens in zijn relationaliteit: de relatie met anderen, met God, en met je eigen transcendente zelfheid. Want je bestaat niet alleen maar uit een nationaliteit, een huidskleur, een baan, een woonplaats, een inkomen, een eventueel strafblad (!), en (om zoiets ook maar te noemen) een avatar op internet of een twitterfunctionaliteit. Je bent een uniek mens, door God geschapen, en je leeft temidden van een schier oneindige veelheid van unieke mensen, ook door God gemaakt en geliefd. Het is wat de reformatorische wijsbegeerte het ‘boventijdelijke’ hart heeft genoemd: de diepste ik-heid van ieder mens, door de drieëne God op het hoogst geliefd, die het allerhoogste respect van mensen verdient.

Wie (zoals op dit moment de PVV) deze norm van respect wil afschaffen, verdient een krachtig en helder oppositioneel geluid.

Mogen we zeggen dat dit de hoogste normering is die onze mensenwereld kent? Want zó lief heeft God de wereld gehad…

september 22, 2010

Ontzettende verhalen

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:49 am

Vijf verhalen uit Afrika van Uwem Akpan

 

Mensen, dingen en gebeurtenissen zijn soms mooi, soms verschrikkelijk, soms allebei tegelijk. Echte literaire kwaliteit toont zich door die gelijktijdigheid te laten zien. Uwem Akpan is een schrijver en verhalenverteller uit Nigeria, en in deze verzameling van vijf verhalen over kinderen in Afrika laat hij zien wat een indrukwekkend schrijver hij is.

Er zijn onnoemelijk veel tranen-trekkende verhalen over kinderen in Afrika – maar dit is wat anders, bedacht ik terwijl ik het las, en toen ik het met een zucht weer dichtklapte. (Nee, je leest dit echt niet in één adem uit, daar is het veel te ingrijpend voor!) Dit is een andere categorie. Maar wat is dan precies het verschil?

De vijf verhalen worden verteld vanuit het perspectief van kinderen, maar tegelijk gaan ze er boven uit of er doorheen. Een knap gevonden transparantie: door de kieren van het verhaal zie je iets wat de kinderen niet zien, maar je meent vaak wel te merken dat ze er iets van vermoeden of voorvoelen. Als kinderen hebben ze niet de macht zich er bovenuit te tillen, maar uit de beschrijving van wat volwassenen zeggen of doen zie je de tragiek van een gescheurde en gebarsten wereld. De thema’s zijn Afrika: kinderprostitutie in Nairobi, de genocide in Rwanda, kinderhandel, religieus geweld, godsdienstig fanatisme, armoede, honger, hiv/aids, corruptie, criminaliteit en al die andere fenomenen in dit werelddeel trekken aan je ontzette oog voorbij. Ik ben een redelijk geharde lezer en ga meestal zonder blikken of blozen door, maar hier moest ik meermalen stoppen, en bij het schrijven van deze recensie merk ik weer hoe moeilijk het me valt de teksten opnieuw te lezen.

Toevallig las ik in een filosofisch artikel, juist dezelfde dag, iets over de scherpe analyse van Alvin Plantinga ten aanzien van het probleem van het lijden. Wat hij zegt sluit, denk ik, naadloos aan bij het boek van Uwem Akpan. Het echte probleem van een theodicee (Gods-rechtvaardiging) is niet het lijden, maar is de verdorvenheid van de mens, zegt Plantinga. Mensen maken mensen kapot. Ze hebben elkaar lief, maar verraden elkaar. Ze proberen bij elkaar te blijven, maar knopen ook de meest gevaarlijke en gruwelijke verbindingen aan. Ze zijn diep religieus, maar tegelijk onbeschrijfelijk goddeloos. Dat alles wordt in de verhalen van Akpan verteld vanuit Afrika, en je ziet de duisternis van dit continent. Tegelijk zie je dat dit een wereldwijd verschijnsel is, je herkent ook onze westerse wereld, de mensen van Europa en Amerika  – en waarom niet van andere contintenten? – en je beseft hoe erg het met deze wereld gesteld is. Je gaat heel erg verlangen naar het herstel van alle dingen, naar de Wederkomst. Wat zou je zelf ooit kunnen doen? De woorden van Micha 6:8, voorin het boek afgedrukt, blijven hangen: ‘Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God.’

We zijn bezig met de laatste voorbereidingen om straks (van 16-25 oktober a.s.) met een dertig personen (m/v) sterke Nederlandse delegatie naar Kaapstad te gaan, naar het Derde Lausanne Congres voor Wereldevangelisatie. Ik heb alle deelnemers aangeraden dit boek te gaan lezen. Het maakt je zwak, of althans: het laat je je zwakheid beseffen. Het geeft je een forse dosis nederigheid mee, om de weg te gaan van je God, naar welk werelddeel dan ook.

 

N.a.v. Uwem Akpan, Zeg dat je bij hen hoort. Uitgeverij Brandaan, Barneveld; ISBN 9789460050084, pb 386 blz., prijs € 22,50

september 16, 2010

E-book & iPad: tekst, Woord, verwijzing

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:51 pm

Wat is nu eigenlijk het leuke van e-books? Dat je ze kunt proppen, bijvoorbeeld, honderden in een e-reader? Dat het daardoor eenvoudig is ze overal naar toe mee te nemen (hoewel rafting door de Gorges du Tarn met een reader wel risico meeneemt).

Wat zeker niet leuk is, is de relatief ingewikkelde ingewikkelde installatie van DRM beschermde boeken; het is althans heel wat eenvoudiger om een gewoon boek recht overeind temidden van andere gewone boeken in een gewone boekenkast te zetten. Het is ook minder leuk dat je niet fysiek kunt ‘pakken’ waar je bent: een normaal boek laat je gewoon voelen dat het leeswerk al lekker opschiet. Notities, bladwijzers, markeringen, en ordening van je digitale boekenkast werken op iedere reader weer verschillend.

Mijn vrouw vroeg dezer dagen aan mij: hé, gebruik je die e-reader nog wel eens? Het antwoord was: nou, daar zeg je me wat. Inderdaad heb ik er deze zomer nog een aantal manuscripten en boeken op gelezen, maar sinds ik een iPad heb (begin mei meegenomen uit Amerika) volg ik dat pad. Het licht in mijn iPad is in de volle zon niet verhelderend, eerder wat verstorend, maar dat boeit niet, want zo vaak zit ik toch niet op het strand.

Het bracht me aan het denken: wat is het nu waarin de iPad me kan verleiden, maar de e-reader niet? En het antwoord heb ik ook gevonden. Het zit ‘m niet zozeer in de full-colour weergave van de een, maar in de beperking tot letters bij de ander. Een e-reader bestaat alleen maar uit tekst. De iPad (en haar binnenkort verschijnende epigonen) is veel meer dan dat; met een klik op het touchscreen raak je ook iets wat erachter ligt. Een hyperlink, muziek, YouTube, kaarten, routenet, het weerbericht, spelletjes (waarin mijn kleinzoon me wegwijs maakt), het hele internet, inclusief Twitter – en nog veel meer. De wereld ligt vlak onder je vingertoppen.

Vanmiddag had ik een boeiend gesprek met een aankomende auteur, die iets wil schrijven over de manier waarop we de Bijbel hanteren. Het Boek, het Woord, beide met hoofdletter. Het boek der boeken. Hoe hanteerde Jezus dat Boek? Niet als een arsenaal van losse teksten, hoewel de citaten uit Deuternomium tijdens de verzoeking in de woestijn vaak zo worden beschouwd. Veeleer als de openbaring van de Vader, die Hij tot uitdrukking bracht in zijn woorden en in heel zijn leven.

Van de postmoderne filosoof Jacques Derrida is de uitspraak: il n’y a pas de hors texte. In rond Nederlands: alles is tekst. Het een verwijst naar het ander, en dat verwijst weer naar het volgende. Alles wat tot ons komt is een weef-werk (wat ‘text’ eigenlijk betekent) dat ons naar steeds diepere lagen leidt. Een tekst komt niet geïsoleerd tot ons, maar kan nooit worden losgemaakt van context.

De tekst die Jezus citeerde, en ook zijn eigen teksten, waren Geest en leven, de uitdrukking van een relatie. Ze verwezen naar een wijde wereld van Goddelijke openbaring, ze verklaarden die en ze werden erdoor verklaard.

De Bijbel is, begin ik te vermoeden, niet als een ouderwets boek, afgegrensd van kaft tot kaft. En evenmin is de Bijbel als een e-book, zwarte letters op grijs, dat je helemaal ten einde kan lezen maar dan houdt het ook op. Gods Woord verwijst naar Gods wereld. Wie er werkelijk in begint rond te zwerven, gaat op een gegeven moment, aangegrepen door de Geest, zijn verbazing uitroepen:

This is my Father’s world,

and to my listening ears

all nature sings, and round me rings

the music of the spheres.

P.S.: het ontbreekt me nu aan de tijd om me verder wijsgerig in deze link tussen Derrida en het Woord van de drieëne God te verdiepen, maar ik ben benieuwd naar respons…

Maak een gratis website of blog op WordPress.com.