Oude! Weblog van Henk Medema

juni 30, 2010

Noem voetbal geen afgod!

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 6:09 am

Na de wedstrijd Nederland-Slowakije rolde er een e-mail bij me binnen, afkomstig uit het verre buitenland, van één van onze meest bekende auteurs (wiens naam ik niet zal noemen ;-)) – hij richtte zich tot een paar Nederlandse vrienden, en luidde ongeveer zo: GELUKGEWENST! DE KWARTFINALE BEREIKT!

Hem kennende, weet ik dat hij van voetbal houdt, zoals hij en ik en iedereen van een aantal dingen houden. Ik hou van wandelen door de weiden, in de bosssen, aan zee, in de bergen. Ik hou van fietsen (wat minder in de bergen). Ik hou van lezen. Ik hou van mijn vrouw, en daarvan kan ik haar nog veel meer vertellen en dat doe ik ook. En jawel, ik hou van voetballen. Toevallig niet zo vreselijk veel, als de sociale aspecten van zo’n evenement niet tot z’n recht komen; toen mijn jongste zoon nog thuis was, bekeken en bediscussieerden we heel wat wedstrijden.

Ik heb een hoge waardering voor de onbevangenheid van mijn verre en goede vriend en auteur, en die wil ik ook graag vasthouden. Het debat dat zich dezer dagen op al te voorspelbare wijze in de christelijke media ontwikkelde, of voetbal een afgod is, is een verkeerd soort discussie. Alsof voetbal ooit een concurrent kan zijn van de Almachtige, alsof ik er ook maar een moment over zou willen piekeren een potje in het WK op eenzelfde niveau te zetten als Jezus.

Als wij, christenen, zulke dingen beweren, geven we bij niet- of andersgelovigen de indruk: o, is dát christen zijn? Een aantal dingen niet mogen? Tegen dit en voor dat zijn, links en rechts waar je kunt morele oordelen uitspreken? Het lijkt de boom van de kennis van goed en kwaad wel: christenen maken zichzélf tot een god door uit te spreken wat er allemaal mag en niet mag.

Let wel: er gaat best een boel fout bij voetbal, dat weet ik. Bier. Geweld. Hooligans. Geldverslindende projecten in een land vol corruptie, armoede, AIDS. Foute boel, je hebt gelijk.

Maar waarom zouden wij, discipelen van de Heer, zo hoog van de toren blazen? Een match in het WK op eenzelfde niveau te zetten als Jezus, dat doen we misschien niet. Maar andersom dan? Jezus dezelfde aandacht schenken die miljoenen mensen hebben voor een bal? Want zó lijken velen van ons het christendom wel te kunnen beleven: een paar uurtjes per week op een zondag, er met z’n allen passief omheen zitten, en krijgen wat je krijgen kunt, van het team op het ‘veld’ verwachten dat ze ons iets moois voorschotelen – en daarna gaan we allemaal weer naar huis, en bekritiseren we de kerkdienst van die zondag.

Jezus, onvergelijkbaar, groter dan alles! Jezus, de Heer van ons hele leven, van alle prioriteiten die we 24/7 stellen, met stip de allerhoogste! Kom niet aan de boom van kennis van goed en kwaad, je medemensen vertellend wat je allemaal als afgoden kunt benoemen. Eet, eet royaal, eet met vreugde, eet constant van  de boom van eeuwig leven, en laat dat leven door je heen stromen. Daar heeft deze wereld behoefte aan.

Geniet van het leven, óók van die paar WK-wedstrijden die nog komen – en als de Heer je programma onderbreekt tijdens ‘jouw’ wedstrijd, laat dat met vreugde gebeuren. Geniet van het Leven, deel dat met Hem: eeuwig leven, leven van God.

Advertenties

juni 22, 2010

Death to Distance? Touching People by the New Media

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:38 am

It was, if my memory serves me right, the famous American humorist Garrison Keillor in his book Life among the Lutherans who tells about a character in a small locality. He walks around the village, observes what people are doing, smiles friendly, and summarizes his kind interest in a question: ‘So, washing your car?’ ‘So, strolling around with your kids?’ ‘So, tending the garden?’ These are hardly informative, but rather affirmative questions: by asking them, he shows that he has seen what is happening. Actually it is a reverse case of twittering: someone comes in and states the facts. Hey, is this happening? I see! No response is needed, a smile and a nod suffice.

This world is a global village, and twittering around is but one of the many ways in which we communicate with one another. There are many other methods, like interactive websites (not the static ones which we used to work with, just a few years ago), blogs – remember: this is a blog ;-)), sending messages, audio- and videostreams. Hyves, FaceBook, LinkedIn and many other clusters of information and communication help us to reach and touch other people across continents, and if needed in outer space.

The question is: how do we bring death to distance, now that the physical gap between people has been bridged by technical tools? Distance is more than mileage, as we all realise. You and I would probably have no difficulty to think of people living in the same home, yet miles apart when it comes to  touching one another’s heart.

A blog like this is rather short, informative, opinionating. It cannot go into the length needed for elaborating on a theme at a scientific level; it cannot go into the depth of reaching other people’s innermost being. But let me try to explore a line which is the core of communication: reaching people from heart to heart.

Of course we are not speaking now about the heart as the physical blood-pump. Nor do I want to use it as a metaphor of the seat of emotions. The heart is the center of your human-ness. Out of your heart ‘flow’ the issues of life, as Solomon said, Proverbs 4:25. That means: it is the control center of each individual human life. How can we, through the social media, open our hearts, and build bridges by which we can really reach the other?

Part of the discussion around the social media has been, recently, the idea that they are much too ‘technical’ to touch the other person. By definition they are media, which literally means that something comes between one person and another. Which, it is said, makes direct contact impossible, and creates a new world, which we call the virtual world, as distinguished from the real world.

I doubt very much that this is the case. How any communication enters into the heart, is not the decisive thing. By physical ears or eyes or smell is not necessarily preferable to an electronic device, in which case, moreover, you also let the information come into your life by seeing and hearing and touching. And many of us always use mechanical devices, like glasses and hearing aids, to communicate. The way in which we pronounce our innermost being, and the way we try to reach out to others, that is the decisive point.

Let’s admit clearly that digital media offer opportunities for keeping at a distance, or even worse: excelling in hypocrisy. But they do not force us to such an attitude. Digital media also offer the possibility, like non-virtual languages, of flexibility, responsiveness, even humility, truthfulness – indeed they allow us to express real love for other human beings.

I need to admit that I am still a learner in expressing myself through the new media. But why should we not all be learners? Our Master and Lord is certainly willing to teach us how to communicate in this new territory.

If there is any reader of this blog who has already gone into a measure of experience in this field, or who can help me to ask pertinent questions, I would very much appreciate such a discussion.

juni 17, 2010

Authentiek: boek van een zoeker voor zoekers

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 3:20 pm

Internetpastor. Schrijver. Ondernemer. Dat alles is Boele P. Ytsma volgens de omslagtekst van zijn nieuwe boek AUTHENTIEK: De zoeker en het verlangen (Meinema, 2010). We kennen hem als auteur van het eerder verschenen boek Van de kaart: manifest van een gepassioneerde twijfelaar, waarin hij afrekent met de vastheid van ‘de Kathedraal van Zeker Weten’.

In dit boek is hij vooral zoeker. Als zoeker zoekt hij anderen die ook zoeken. Dit boek is een aanbod aan zulke zoekers als hij, om samen op weg te gaan en elkaar te helpen.

Godzoekers, wel te verstaan, geen goudzoekers of speurders naar andere materiële rijkdommen. De zanger van Psalm 139 weet van ‘liefdevol kijken’ (166), en daarvan geeft Boele Ytsma ook blijk in dit boek: hij heeft aandacht voor zijn lezers, zijn mede-zoekers. En, zover wij dat van hem (en hij van zichzelf, en überhaupt iemand) dat kan beoordelen, is hij authentiek, integer – in ieder geval sympathiek, en ook empathisch, invoelend.

Het boek is, concludeer ik al lezend, niet bedoeld voor álle zoekers. ‘Vaak zijn zoekers bovengemiddeld intelligente mensen. Ze hebben een goede opleiding genoten en schuwen het lezen van theologische en filosofische boeken niet’ (113). Dat is waar, en tot hen richt de schrijver zich vooral – maar er zijn ook andere zoekers, niet minder existentieel zoekend terwijl ze dat woord en vele andere woorden niet kennen. Het zou een uitdaging zijn om ook hen aan te spreken.

Dat betekent niet dat alles langs intellectuele lijnen verloopt. Mooie, ontroerende dingen worden gezegd over ‘de macht van de wonden’ (90vv.). Heldere observaties over zoekers die niet alles op een rijtje hebben (96), waarbij de schrijver dan in de lastige situatie is dat hij én een mede-zoeker is, én een observateur; hij moet zijn en denken combineren (‘Want dit is wat ik denk: we zijn nog allemaal onderweg’, 117). Toch is het weer zijn eigen zoektocht en zijn verlangen (128).

Het is ook bijna niet te combineren, want veel argumentaties zijn wijsgerig van aard. Soms word ik nieuwsgierig naar de onderbouwing: ‘Wat is het verschil tussen het gepeins waarin het meervoud ontstaat en de handeling waarin de eenvoud hersteld wordt? Het antwoord moet zijn: mijn lichaam’ (189). Boeiende gedachte, maar hier had ik toch graag enige discussie van wijsgerig-antropologische aard gezien.

Waar het schetsmatige karakter van het betoog me echt te ver gaat, is bij wat de auteur zegt over de theologie van het lichaam, met name over de chakra’s (201). Zonder een fundering in een paradigma-keuze (nieuw, of veranderd, maar in ieder geval onderbouwd), kun je dat niet zo vertellen. Evenmin een los, kennelijk instemmend citaat van H.M. Kuitert, zonder zelfs zijn naam te noemen: ‘Alle spreken over boven komt van beneden’ (213) – waar een heel verhaal over hermeneutiek achter ligt, en mogelijk een onjuiste dichotomie tussen ‘boven’ en ‘beneden’, die hier overigens niet wordt uitgewerkt.

Het spannendste komt tegen het slot, als de auteur eindelijk komt bij Jezus en bij de Geest (234v). Hier lees ik schitterende bewoordingen over het leven, de dood en de opstanding van Christus. Tegelijk is dit juist wat ik in het hele boek miste: waar is Jezus eigenlijk? En de heilige Geest? Let wel: wat ik miste was geen systematische triniteits-theologie. Het had er veeleer over kunnen gaan wat de Zoon en de Geest betekenen voor de zoektocht naar de Vader. Het slot stelt me dan toch weer teleur; in ‘de taal van het lege midden’ (239), legt de schrijver ons een boeiend raadsel voor, dat echter vooralsnog alleen leegheid biedt. Waarom is het niet denkbaar om én zoeker én vinder, en dan toch opnieuw zoeker te zijn? Kunnen wij niet gevonden worden, en toch blijven zoeken omdat we nog lang niet alles gevonden hebben?

Het mooie van dit boek is dat het precies deze vragen opwerpt, en dat zijn goede vragen; het zwakke van dit boek is dat de auteur zelfs geen begin van systematische beantwoording geeft. De vraag wordt nu des te boeiender hoe zoekers zoeken. Ik verheug me bij voorbaat op een voortgaande gedachtenwisseling met Boele P. Ytsma.

juni 13, 2010

Social Media: digitale vergadering van gelovigen

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:47 pm

Het symposium Geloofwaardige Sociale Media, vrijdagmiddag 11 juni 2010 bij de EO in Hilversum gehouden, had als hashtag #gsm10. Wie deze mededeling niet vat, heeft vast nog nooit getwitterd. Maar wie er wél was en alles tot zich nam, heeft minstens zoveel over Twitter gehoord dat je er nieuwsgierig naar zou worden.

Wie door de nieuwsgierigheid was gepakt, was onder anderen ds. Arie van der Veer. Hij was er niet, maar in een video interview vertelde hij hoe hij – voorbij de Drees-leeftijd! – helemaal een volbloed gebruiker van de nieuwe media was geworden.

Het is niet mijn bedoeling hier alle referaten en discussies samen te vatten, maar wel een beetje de smaak over te brengen. Dit symposium smaakte naar méér. Verder en meer is dan ook onvermijdelijk de enige weg, aldus de sprekers. Er is geen weg terug, zei Jojanneke van den Bosch, er is een onlesbare dorst naar verbinding. De netwerkmaatschappij zal zich alleen maar gaan verdichten, zal nooit meer verdunnen. Mensen willen vaak niet gevonden worden, maar wat je zoekt, wil je wel vinden. Google, LinkedIn en Twitter zijn maar enkele van de merken die daarin naam hebben gemaakt.

Dat betekent overigens niet dat de deelnemers aan al die netwerken helemaal onkritisch alles met zich laten gebeuren. Zonder het zichzelf altijd bewust te zijn, zoekt men naar ‘iemanden’, die vertrouwd zijn, en niet zomaar naar een abstract merk. Personal branding is de manier waarop een aanwezigheid op het internet vertrouwen wint, verbindingen verkrijgt, netwerken bouwt.

Dr. Jan van der Stoep had in zijn referaat onderscheid gemaakt tussen de oude verzuilde samenleving (twintigste eeuw) en de nieuwere netwerksamenleving (eenentwintigste eeuw). In een verzuilde samenleving liep de communicatie via het zender-ontvanger model. In een netwerksamenleving is communicatie geen eenrichtingsverkeer meer, maar is het publiek (voorzover je nog in die termen mag spreken) zender en ontvanger tegelijk, deel zowel als doel van de communicatie. Gezamenlijk discipelschap gaat vóór individueel apostelschap.

De netwerken van de eenentwintigste eeuwse samenleving – aldus Jan van der Stoep – zijn als een digitale ‘vergadering van gelovigen’, een term die hij zou willen opvatten naar analogie van artikel 27vv van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De samenbindende kracht zit niet in de (negatieve) afbakening naar buiten, maar in de (positieve) kracht van de kern. Iedereen wordt naar eenzelfde punt getrokken door een middelpuntzoekende kracht, in zoverre hij of zij daarvoor geraakt wordt.

Nadelen en gevaren? In menigte. Voordelen en zegeningen? Minstens zo talrijk. Dit symposium was voor velen een eerste kennismaking met allerlei pro’s & con’s, een goed initatief van de EO, en het begin van veel nieuwe (virtuele én fysieke) ontmoetingen. Ik ben benieuwd wat de deelnemers er zelf van hebben meegenomen, en hoop op reacties op deze blog…

juni 10, 2010

Visie! Missie, identiteit, kernwaarden

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:35 am

Visie, missie, identiteit, kernwaarden

Het geval wilde dat we dezer dagen toevallig in twee of drie heel verschillende verbanden terecht kwamen in een discussie over visie, missie, identiteit en kernwaarden. Nu geloof ik niet zo in toeval, dus heb ik tussen de vele werkzaamheden door maar eens even een denkmomentje genomen. Het werd al gauw een uurtje. De overwegingen gaan bij dezen naar mijn blog. Ik hoop van diverse kanten weer op m’n kop te krijgen, want alleen kritische reacties houden je hoofd helder.

Je hoofd? Gaat het bij zulke onderwerpen niet over je hart? En speciaal in christelijke organisaties: in feite over hogere, geestelijke, spirituele aspecten? Misschien wel – maar we zouden hier geen scheiding moeten aanbrengen. Hoofd en hart is geen tegenstelling. In ieder geval gaat het niet over een al of niet bestaand contrast tussen intellect en emotie. Je hart is de kern van je wezen, het centrale meet- en regelcentrum van alles wat je denkt en doet en voelt en wilt.

Visie: de horizon

Veel kerken en christelijke organisaties stellen tegenwoordig een visie-document op, maar niet altijd zijn ze zich helder bewust van de betekenis daarvan. Met name het verschil tussen visie en missie is niet steeds helder.

Een aardig voorbeeld is het beeld dat de Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry (schrijver van De Kleine Prins) gebruikte: ‘…wanneer je een schip wilt bouwen, zoek dan geen timmerlieden bijeen, maar doe de mensen verlangen naar de grote, eindeloze zee.’ Om het in onze termen te zeggen: begin nu niet bij de missie, bij het karwei, maar laat de mensen eerst zien waar het allemaal naartoe moet gaan. Visie laat ons turen naar de horizon. Een oceaan, velden, bergen, bossen, woestijnen – gaan we ervoor? In welke richting zullen we gaan? Pas dan gaan we aan het werk, voor de oceaan een schip bouwen bijvoorbeeld, terwijl je in de woestijn veel meer hebt aan een kameel.

Missie: het traject dat je kunt overzien

Als je alleen maar blijft verlangen, komt er niets uit je vingers. Een schip, of een kameel, of een bergbeklimmersuitrusting zijn niet meer dan een instrumentarium, waarmee je wat wilt bereiken. Als je de missie formuleert, ga je onder woorden brengen wát je wilt bereiken. Althans: wat je op een overzichtelijke termijn wilt bereiken. Uiteindelijk is de visie om de hele Atlantische Oceaan over te zeilen, maar zie nu eerst maar eens dat je in Engeland komt. De visie is (om een ander voorbeeld te noemen) de Jungfrau, Eiger, Mönch te beklimmen, maar in één dag komen we niet verder dan het Jungfraujoch.

Identiteit: wat je bent,

Wat is belangrijker: waar je heen wilt (visie), of waar je heen moet (missie) of wat je bent? Het laatste, misschien? Nou goed, laten we die discussie maar even in het midden laten – maar in ieder geval is het van groot belang te weten wie je bent. Als mens, als man of vrouw. Als organisatie. Als kerk.

Sinds een halve eeuw beginnen wetenschappers pas een beetje te begrijpen hoe prachtig, ingewikkeld en uniek ieder mens is opgebouw. Het DNA van de mens is langzamerhand ontcijferd in het HGP (Human Genome Project), en het is een verbazingwekkend fenomeen. Eigenlijk moet een kerk, uitdrukking van het Lichaam van Christus, ook z’n eigen geestelijke DNA in kaart brengen, en voor een (christelijke) organisatie geldt hetzelfde: het is van groot belang om hierin inzicht te krijgen en dat inzicht met elkaar te delen. Wat je bent, gaat zelfs vooraf aan waar je naar toe gaat.

Kernwaarden: wat je hebt

… en wat je wilt vasthouden. Waarden zijn natuurlijk niet álle dingen die je hebt, maar de dingen die ‘waarde’ hebben, die je belangrijk vindt boven andere dingen. Ze op een rijtje te zetten is een belangrijke (geestelijke) oefening. Laat niemand zeggen dat hij of zij – of zijn kerk of organisatie of eventueel uitgeverij – geen waarden heeft. Hoogstens kan het zijn dat ze nog niet voldoende helder zijn, maar dat is dan een klus die nog ligt te wachten. We zouden elkaar moeten aanmoedigen om over die dingen juist expliciet te spreken, en in alle eerlijkheid te zeggen (én te doen!) wat voor ons belangrijk is.

Mike Hyatt, de president van Nelson Word, één van de grootste Amerikaanse uitgevers, heeft dit onlangs helder verwoord, zie http://ow.ly/1UXVb – met de concrete inzet: hoe kun je anderen bemoedigen om die kernwaarden tot uiting te brengen? Een uitdaging voor iedere organisatie.

Laat horen wat je hierover denkt, en geef je commentaar hieronder!

juni 9, 2010

New Media: Different World

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 12:28 pm

 

 

‘The times, they are a’changing’ – quoting Bob Dylan – is a very true saying at the beginning of the 21st century. The New York Times, and the London Times, that is. At least they are online, and many, many other magazines and newspapers will soon be available on iPad and other electronic devices. Moreover, do we really need magazines and newspapers at all? Many of us, particularly the younger generation, have no problem in doing completely without them, gathering their bits of informations and opinions through whatever means on the internet.

The new media are making this world a faster and a smaller world; such is the thought expressed by Lars Dahle at http://conversation.lausanne.org/conversations/detail/10246

That is certainly true. But more is happening: they make it a different world, and this is a topic I should like to elaborate upon.

Some of us Christians are quick to point out the negative phenomena of the social media, e.g. the recent Facebook live parties, with a lot of violence and alcoholism and other immorality. But there are also many positive aspects. We are coming in closer contact with many different people.

 

Look: there is more than there is! Is not Scripture more than things written? Is not the Word of God more than words spoken? Read the Bible from beginning to end, and find emotions, real-life experiences. And within the Body of Christ, sharing these things is real fellowship, as described in (for example) 1 Corinthians 12. One member suffers, all suffer. One rejoices, all rejoice.

Part of what the new media are doing, is help us in seeing what goes on in this hurting world of ours. And, from the other side of the spectrum, it permits you to open up of your own heart for those who are not only interested in your opinion, but indeed in your heart.

And remember: the heart is not just the seat of emotions, it is the center of our whole being, soul, mind, feeling, experiences.

 

Last week I was very busy, and had a hard time to keep up twittering and responding to tweets. Of course the social media did not go completely unnoticed. Some rather shocking events, as the Gaza ship blocking incident (with at least 10 casualties) came along, and also the case of two homosexuals in Malawi, condemned to 14 years and then released on the advocacy of UN secretary-general Ban Ki Moon. Then an editorial comment from a Reformed Dutch newspaper, stating as their opinion that the Malawi government would have done better not to give in so soon to Ban Ki Moon. As I mentioned, I had to let this all pass, and decided to read the articles later on. But I saw the tweet of a friend of mine, who said that he was planning to write something on the subject, but could not, for he was crying.

When, early next morning after my morning prayers, I read through all of these materials, I had to quit reading as well. I wept. And went back to prayer again.

Now just apart from the Malawi question in itself, was this sharing on Twitter a bit exaggerated? Was it some kind of exhibitionism?

May be. But it did help me, and some friends with whom I shared this, to feel what the real world is like. More than doing what has always been my job (as a lawyer, an theological author and a publisher): analysing theses, viewpoints, values – this brought me closer to other people, as well as to my own heart. Which did not preclude a thorough analysis later on, but coming close to people and situations made a tremendous difference.

One more example of how modern media was shaping my mindset in a way that formerly would have been impossible. On Tuesday, January 12th 2010, the Dutch government ran into a heavy debate with the parliament, leading to the fall of Prime Minister Jan Peter Balkenende’s cabinet a week later. While I was watching the parliamentary debate on my laptop (actually my wife was watching a movie on television…), and following Twitter, the truth dawned to me that a terrible earthquake was happening just that day in Haiti. While the debate on all these political topics continued, and at the same time the details of so many wounded and dead people came flooding in, I felt a deep feeling of shame coming up in my stomach. What were these politicians doing, while elsewhere the whole world was being turned upside down, literally?

This could not have happened without the social media. I am still not quite sure how to evaluate this, but it certainly makes me think. And feel. And pray.

I would very much welcome to hear some of you adding your own similar (or different!) experiences and evaluation.

juni 8, 2010

Over Jim Rubart, HET LEVENDE HUIS

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:25 am

Over Jim Rubart: Het Levende Huis

Micah Taylor staarde uit het raam van zijn kantoor dat op de hoek van de straat lag en uitkeek op Puget Sound. Met de rand van de cryptische brief sloeg hij in zijn handpalm.

Waarom zou een oudoom die hij nooit had gekend een huis voor hem laten bouwen? Aan de kust van Oregon. In Cannon Beach. Pal aan zee; dat stond tenminste in de brief. Maar waarom had hij van alle stadjes langs de kust nu juist dit stadje uitgekozen? Een plek die afkeer bij hem opriep. Een plek die hij koesterde. Zowel het een als het ander.

Zet het van je af. Er kon op die plek geen huis bestaan dat van hem was. Niet daar. Dit was precies het soort grap dat zijn team met hem uit kon halen. Niemand zou ooit kunnen beweren dat de bedrijfscultuur bij RimSoft saai was. Wisten ze maar hoezeer ze de plank hadden misgeslagen.

Micah zuchtte.

Maar stel nu dat de brief wel echt was…

Zo begint het verhaal van de jonge media-tycoon Micah Taylor. Je denkt dat je een roman aan het lezen bent, misschien wel een erg spannende roman – maar je hebt het mis, er is veel meer aan de hand. Lees maar, er staat meer dan er staat.

Wel eens Tolkien gelezen, In de ban van de Ring? Of De Uitnodiging (The Shack) van W. Paul Young? Paulo Coelho, De Alchemist?

Denk nu niet: Tolkien (of Young, of Coelho) is niet mijn smaak. Of: ik ben het gewoon niet met hem eens. Over smaak valt altijd te twisten, en eens-of-niet-eens-zijn speelt eigenlijk geen rol als je begint met dit boek van Jim Rubart.

Er is meer dan er is. Er gebeurt wat: in het boek, maar ook met jezelf. Je begint te lezen, aan de open haard, en je hebt je voorgenomen nog een uurtje te lezen, vanavond. Maar ophouden? Vergeet ’t maar. Je blijft lezen, port het vuur nog wat op, en heel, héél diep in de nacht (als je zo snel kunt lezen!) – sla je het boek dicht, met een zucht. De sintels in de open haard gloeien nog wat na.

Dit boek leeft. Het geheimzinnige huis, waarover het in dit verhaal gaat, is een levend huis. Micah ontmoet gewone, maar toch wonderlijke mensen: Sarah, Rick, wie zijn ze écht? Hij krijgt brieven van zijn overleden oom, Archie. Komt zichzelf tegen, heel letterlijk maar ook heel wonderlijk. Beleeft een ‘ontmoeting’ met dit huis, en elke keer als hij er weer binnen stapt, ziet het er wéér anders uit. Als door een magneet wordt hij telkens weer naar Canon Beach getrokken, maar ook weer de andere kant op, naar Seattle, waar zijn business is, z’n rijkdom, z’n carrière. En waar hij op een moment alles kwijt lijkt te zijn.

•••

Micah stond op het strand voor zijn huis en zag het laatste stukje van de zon wegzakken in zee. Een ouder echtpaar aan zijn linkerkant stak een vuur aan. Aan zijn rechterkant pakte een jong gezin hun plastic emmertjes en schepjes en gingen op weg naar de parkeerplaats bijna vijfhonderd meter van Micah’s huis.

Een geur van kampvuurrook drong zich aan hem op; hij sloot zijn ogen en ademde diep in.

‘Dank U.’ Hij opende zijn ogen om naar de hemel boven zich te kijken.

Deze dag zou voor altijd in zijn geheugen gegrift staan.

Terwijl hij terugwandelde naar zijn huis, dacht hij na over wat de volgende dag hem zou brengen. Grote dingen. Hij wist het. Morgen was het woensdag. Archiedag. Er was geen twijfel in zijn hart dat Archie’s volgende brief hem op een onvoorstelbare plek zou brengen.

Blog op WordPress.com.