Oude! Weblog van Henk Medema

april 29, 2010

Recht om te schrijven, vrijheid om te luisteren

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:36 am

Bob Dylan is nait meer in Grunnengen. Hoezo, wás hij daar dan ooit, de beroemde Amerikaanse musicus, wiens biografische film de titel draagt I’M NOT THERE? Jazeker. Na een concert in 1995 in de stad Groningen is Dylan gaan fietsen in het noorden van de provincie, dat hem deed denken aan z’n geboortegrond Minnesota. De historie vermeldt dat hij is gaan koffiedrinken bij ’t Zielhoes, bij de afwateringsluis tussen de Noordpolder en het Groninger Wad. Blowin’ in the wind, dat hoort wel bij die plek. The times, they are a’changing.

Groningen is de stad, zegt men, die het meest door artiesten en schrijvers is verlaten.

In zijn tv-programma ‘Benali in boeken’ besteedt Abderkader Benali onder andere aandacht aan dit gebeuren, en er zijn wel meer curiositeiten uit te citeren. Dat gaan we nu niet doen, maar een uitspraak van Benali is heel belangwekkend:  ‘De schrijver heeft het recht te spreken en ik wil er naar luisteren’.

Aan het slot van de Maand van de Filosofie (met het thema Vrijheid), op de drempel van een nieuwe maand waarin wij ‘de’ bevrijding vieren, is dat een opmerking die het waard is gehoord te worden. De auteur heeft niet per se het recht gehoord te worden. We zijn niet in een rechtbank – hoewel ik het interessant blijf vinden dat het instituut voor theologie in Groningen gevestigd is in de Oude Rechtszaal. De auteur heeft de vrijheid om te spreken, en ik heb de vrijheid om naar hem te luisteren. Bob Dylan zingt, wij hebben de vrijheid naar hem te luisteren. De tijden veranderen, Dylan verandert ook (en dat blijkt heel boeiend te zijn!), hij mag dat zeggen, wij mogen naar hem luisteren. Als wij niet willen, luisteren we niet.

Wat zou hier nog veel over te denken en te zeggen zijn! Vanmorgen las ik de essentiële woorden van Jezus in Johannes 8 vers 32 en volgende. Onvrijheid herken je alleen maar door het kennen van ware vrijheid. En: vrijheid leer je pas kennen door het onderkennen van je zonde, de gebondenheid van elk mensenhart.

april 22, 2010

Hunkeren & hopen

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 11:26 am

Gordon zoekt God, ook al geloven veel christenen niet dat-ie écht op zoek is. Een 19-jarig hervormd meisje – zo vertelt TROUW vanmorgen – is niet tevreden met wat de PKN haar te bieden heeft, en merkt dat ze zelf extra zogenaamde psi-vermogens heeft, die ze onder andere via tarot-kaarten weet te activeren. Wat of wie zoekt ze nu eigenlijk, wat of wie zal ze vinden? Ga maar eens luisteren naar je buren, je collega’s, je familie: als je maar een beetje geduld hebt, duurt het niet lang of je merkt bij iedereen hetzelfde. Een verlangen. Waarnaar? Dat verschilt van mens tot mens, maar begin daar nu niet direct over te debatteren. Luisteren, luisteren! Niet eens zo erg diep onder de grond zul je merken dat het warm gaat worden. Mensen hunkeren en hopen, vaak niet eens wetend waarnaar of waarop.

De meeste christenen zijn voorgeprogrammeerd met deze leerstelling: ongelovigen verlangen niet naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Ongelovigen zijn onverschilligen, denken we. Kom bij hen niet aan boord met geloof, of met hoop, of met Gods liefde. Ze drinken een biertje, zappen een tv-kanaaltje, mompelen binnensmonds misschien nog een onderdrukte vloek en gaan dan weer gauw verder. Met een hamer moeten we hun harde hart openbreken.

Dat is echt niet waar. In zijn boek MORE READY THAN YOU REALISE: Evangelism as Dance in the Postmodern Matrix (2002) wijst Brian McLaren op het verlangen dat bij ieder mens leeft naar een wereld áchter de horizon. Zoals Paulus het in Romeinen 8 zegt, is het zelfs niet alleen maar het verlangen van veel (of zelfs alle)  individuele mensen, maar van de schepping als geheel: ‘De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn (…) omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt’ (19-22).

Waar verlangen mensen naar? Christus-gelovigen én anders-gelovigen? Beide categorieën hebben er nogal wat moeite mee te hunkeren naar een hiernamaals, een welverdiende of genadig ontvangen hemelse rust: zingen met engelenkoren, eindeloze zaligheid. Het is mooi om van de hel gered te zijn, denken veel christenen, en voor de rest zien we wel. Op de meeste plekken buiten het christendom wordt de hel überhaupt niet serieus genomen. Beide groepen mensen hebben wél een ander verlangen: een nieuwe schepping. Ze worden er vrijwel constant scherp mee geconfronteerd hoe het in de oude schepping is. Zuchten. Tranen. Dood. Rouw. Jammerklachten. Pijn. Moeite. Je voelt het letterlijk aan den lijve, maar je ziet ook constant mensen om je heen bij wie je dat in de ogen kunt lezen.

Zelfs Las Vegas is – argumenteert C.S. Lewis – een bewijs dat de nieuwe hemel en aarde en het nieuwe Jeruzalem er zullen komen. Mensen knutselen het in elkaar van klatergoud, als het echte goud buiten hun bereik is. Maar het verlangen is er.

Vandaag, temidden van alle drukke werkzaamheden, denk ik opnieuw: kunnen we daar geen gevoelige snaar raken? Zijn de verlorenen echt zó ver weg van het gevonden worden? Zijn de mensen van de wereld werkelijk zo’n eind van God verwijderd? Of ligt er alleen een dunne (maar stevige!) laag zonde over hun hart? Kunnen we daar niet doorheen prikken? Dat zou eeuwig zonde zijn…

april 15, 2010

BEAUTY OF BOOKS

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:42 am

Gewoon op z’n hollands: de mooiheid (of: de schoonheid) van boeken – maar die titel vind ik niet mooi. Daar gaat het nu net om: wanneer vind je een boek mooi? Is dat heel persoonlijk bepaald, zoals ik nu suggereer met de woorden ‘vind ik’ en ‘vind je’? Gaat het om de allerindividueelste impressie die de meest individuele expressie van een auteur op je maakt? Of is het, vooral bij christelijke boeken, simpel een kwestie dat ze inhoudelijk goed moeten zijn, christelijk, bijbels als het kan? In mijn boekenkast staat een boekje van David L. McKenna, ‘How to Read a Christian book’ – maar erg leesbaar is dat niet, merkwaardigerwijze.

Is schoonheid dan literair kwaliteit? Daarmee verschuif je het probleem, want wat is dáárvoor dan precies het criterium? Beauty is in the eye of the beholder – maar de literaire elite van de grachtengordel is vast niet de exclusieve houder van dit soort beschouwingsrecht.

Zojuist heb ik het boek van Umberto Eco uitgelezen, ‘Art and Beauty in the Middle Ages’ – eigenlijk een jeugdwerk van hem, later heruitgegeven. Daarin zegt hij dat de middeleeuwers nooit tot een uitgesproken theorie van schoonheid zijn gekomen, maar dat er wel een soort algemeen bewustzijn was, een breed gevoelen: dit is het, of ook: dat is het niet. De polen lagen soms ver uit elkaar: enerzijds helderheid, de platonische idealen van rationaliteit (Boethius); anderzijds warmte, Fransciscus’ nadruk op het gevoel van de liefde. Maar steeds was het een soort antenne, nooit een nauwkeurig omschreven theorie.

Met de London International Book Fair in het vooruitzicht weet ik al wel bijna zeker dat dit de eerste indruk is die tot een eerste druk zal gaan leiden van allerlei boeken. Zeker, juridisch mag er geen contract ondertekend de deur uit als de boel niet precies in orde is; ongetwijfeld mag er geen boek worden gecontracteerd zonder nauwkeurige calculatie. Maar de schoonheid van boeken – sorry, dat is niet mooi gezegd, the Beauty of Books, wordt bepaald door wat een boek je onder de huid doet. Geraakt worden is belangrijker dan lezen zonder dat ’t je wat doet. Ik ga vandaag snel nog een paar mooie boeken lezen.

april 7, 2010

Gods agenda: een wereld van verschil

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 4:56 pm

 Wat weten wij van Gods agenda? Het is boeiend daarover iets te horen van een man die de leiding heeft gehad van de Britse Evangelische Alliantie, en die vervolgens het roer heeft overgenomen van de wereldwijde Micah Campaign. Zijn boek GODS AGENDA: EEN WERELD VAN VERSCHIL zal op 16 april verschijnen.

Met een zekere bewondering, maar ook met afstandelijkheid horen we de taal van Barack Obama aan: Change! Of de woorden die hij zijn publiek in de mond geeft: Yes, we can! Dan bevinden we ons bijna bij het kinderlijke optimisme van Bob de Bouwer: Bob de Bouwer, kunnen wij het maken? Bob de Bouwer, nou en of!

Sommigen zullen dat ook denken bij dit boek van Joel Edwards. Bij ons Hollandse polderen hoort terughoudendheid. Er zit ook een behoorlijke portie eigenzinnigheid in. Eerlijk gezegd zijn we in Gods koninkrijk helemaal niet zo goed in het constructief ‘polderen’: we zijn allemaal onze eigen, eigenzinnige dijkgraafjes. We hebben ons eigen rijkje.

Joel Edwards heeft in dit boek drie vragen aan de orde gesteld. De eerste vraag, de kernvraag van dit boek, is: wat is het evangelie nu eigenlijk precies? De tweede vraag: wat doen wij met het evangelie, of wat doet het evangelie met ons? De derde vraag: hoe kunnen wij het evangelie in deze wereld laten landen?

Wat het heil betreft: dat is veel meer dan de oplossing van het zondeprobleem. De ontvangers van het heil zijn veel meer (en niet minder!) dan individuele mensen. Het centrum van het evangelie voelen velen verwoord in Johannes 3 vers 16 – maar juist daar gaat het niet alleen over ‘ieder die gelooft’, maar over de hele wereld, de kosmos. Zo breed en machtig is de stroom van Gods heil.

En ten tweede: wij, wat doen we met het evangelie? Het motto van het Lausanne Wereldcongres voor Evangelisatie (oktober 2010, Kaapstad) luidt: het hele evangelie, door de hele kerk, voor de hele wereld. Edwards benoemt deze verbinding niet expliciet in zijn boek, maar die is overduidelijk aanwezig. Draagster van het evangelie is de kerk, de wereldwijde gemeente. In een zeer specifieke zin zou je kunnen zeggen dat de Gemeente het evangelie is. N.T. (Tom) Wright heeft in deze generatie zeer velen een hart onder de riem gestoken, door ‘hoop’ tot het centrale thema van zijn theologie te maken. Het meest bekend is geworden zijn boek Surprised by Hope (‘Verrast door hoop’), Je kunt, zegt hij, niet over de kerk spreken zonder perspectief op de toekomst. Dé draagster van hoop is de kerk. Wat meer theologisch gezegd: ecclesiologie (de leer van de kerk) kun je, zonder je in rare bochten te wringen, beschouwen als een onderdeel van eschatologie (de leer van de laatste dingen). De Gemeente is de beheerder van de toekomst.

Ten derde: het hele evangelie richt zich op de hele wereld. Eens zullen alle dingen met God de sjaloom (vrede) van God weerspiegelen. Nu al hebben de christenen deel aan dezelfde sjaloom (lees opnieuw Kolossenzen 1:22, 20), niet alleen maar om er zelf van te genieten, maar om royaal aan de hele wereld uit te delen.

Deze landingsbaan is veel meer dan een rode loper, die voor christenen wordt uitgerold en waarover zijn als hoogwaardigheidbekleders deze wereld binnenschrijden. Als je van het vliegveld van Kaapstad naar de stad rijdt (bijvoorbeeld om het Lausanne Wereldcongres voor Evangelisatie te bezoeken), kom je over de snelweg langs Kayalitsha, een sloppenwijk die met hekken is afgeschermd. Dát is de eigenlijke landingsplaats voor het evangelie: midden in de modder, de troep en de ellende van deze wereld. Daar moeten we wezen. Daar moeten we als Jezus zijn.

Blog op WordPress.com.