Oude! Weblog van Henk Medema

maart 31, 2010

Ik blijf EO en ik bid. Ik blijf RK en ik baal.

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:02 pm

Wat moet je nu denken van ‘onze’ Evangelische Omroep die zich inlaat met Gordon, en hem zelfs vraagt eens op zoek te gaan naar God? Wat moet je denken van ‘onze’ katholieke kerk (als je rooms-katholiek bent), als zich binnen haar grenzen zoveel zondigs blijkt te hebben toegedragen, dat je niet meer met de mantel van de liefde kunt bedekken? In de zojuist gepubliceerde Open Brief van katholieken (www.wijblijvenkatholiek.nl) wordt opgeroepen om ‘terughoudend te zijn’ in het oordelen.

Wat moet je überhaupt denken? Hoe moet je oordeel zijn over andere mensen?

Er was eens een tuin. Een prachtige hof, vol van de mooiste bomen en vruchten. De tuinman en zijn vrouw mochten overal van eten. Het éne dat niet mocht, was niet een kwestie van een willekeurig ‘proefgebod’ – alsof God hun ook het verbod had kunnen geven om een mugje dood te drukken. Nee: de boom van de kennis van goed en kwaad was het middelpunt van het morele universum, waarop alleen de ENE het monopolie had. Iedere mens die daarnaar zelf de hand uitstrekte, zou een goddelijk recht usurperen. Te mogen oordelen over goed en kwaad, dat komt geen schepsel toe.

In de Bergrede neemt Jezus precies ditzelfde punt op, maar Hij doet dat, eerlijk gezegd, op een manier die wel een beetje verwarrend is. Niet oordelen, Mattheüs 7:1. Wel oordelen, Mattheüs 7:16. Wat is het nu? Moeten we nu wél of niet een oordeel vellen over situaties en mensen?

Marten Visser (in het Nederlands Dagblad, 30 maart) stelt voor de boom te beoordelen naar de vruchten. Hij blijkt – wij twitteren samen wat af! – daarmee niet de EO te bedoelen. De EO is een bos, de individuele mensen zijn bomen. Je zou, denk ik dan, van de bomen het bos niet meer zien.

Nu heb ik, eerlijk gezegd, niks met Gordon als artiest, voorzover ik hem ken. Ik kan me dan ook best een gelukkiger keuze voorstellen. Maar vruchten onderzoeken en de kwaliteit van de boom beoordelen, dat ging toch over valse profeten? Zijn de selecteurs (de programmamakers, de directie) van de EO zulke mensen? Zo zegt vs.15 het: roofzuchtige wolven. Mensen die, conform vers 13, 14, de brede weg gaan naar de ondergang. Profeten die andere goden propageren, dat is het criterium van het Oude Testament.

Ik heb niks met zondaars, behalve dan dat ik er zelf ook één ben. Ik heb ontzettend veel tegen valse profeten, want zij brengen een andere god, een God die geen verloren mensen redt. De EO mag heus niet alles, en Gordon mag allicht niet alles, maar laten wij noch de een noch de ander bij voorbaat veroordelen.

Advertenties

maart 25, 2010

Sociale media, algemeen priesterschap, GoedGelovig

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:31 am

Kort vóór 1500, zoals wij allen op school geleerd hebben, werd de boekdrukkunst uitgevonden: iedereen kon alles drukken, zonder het schrijvende monnikenwerk. Kort ná 1500 vond de Hervorming plaats: iedereen kreeg zelf een rechstreekse verbinding met God, zonder tussenkomst van geestelijke ambtsdragers. We noemen dat laatste wel het algemeen priesterschap van de gelovigen, een term waarover theologisch nog wel wat nader te verhapstukken valt, maar dat doen we niet in deze blog.

Kort vóór 2010, zoals wij hebben kunnen zien gebeuren, vond de ‘uitvinding’ plaats van wat we wel Web 2.0 noemen, en begonnen de sociale media hun weg te vinden. Clay Shirky noemt zijn boek over deze trend IEDEREEN, en geeft er de ondertitel aan mee: ‘Hoe digitale netwerken onze contacten, samenwerking en organisaties veranderen’. Iedereen kan (bijna) alles doen op het nieuwe web, zegt Shirky. Vrijwel alle dingen die je zou willen doen, zijn bereikbaar via applicaties waardoor de sociale media open staan voor de gewone man of vrouw in de straat, in het park, in het bos, in de bus. De eindgebruikers worden ook de begin-produceerders. De cirkel is rond. Twitter zingt rond, Facebook stelt ons in staat elkaars gezicht te zien, LinkedIn verbindt ons met elkaar. Is dat alleen maar virtueel? Misschien in eerste instantie wel, maar daardoor worden ook de fysieke contacten vergemakkelijkt.

Ik ga later nog wel eens wat meer over IEDEREEN schrijven, maar deel in deze blog alleen een observatie: de vergelijking met de tijd rond 1500 dringt zich op. Er ontstaat een soort ‘algemeen priesterschap’. Wij, gewone mensen, hoeven geen bemiddelaars meer te zoeken om de wereld van het web te betreden. Apps zijn voldoende, en zijn vrij downloadable.

Heerlijke nieuwe wereld? Jazeker, geniet van je vrijheid! Maar bedenk daarbij wel wat dat ‘algemeen priesterschap’ ook alweer was: een nieuwe vorm van priesterschap. Priesters zijn mensen die met waardevolle en belangrijke dingen zorgvuldig weten om te gaan in Gods aanwezigheid. Ze lopen niet als olifanten door de porseleinkast (waar heb ik dat beeld ook weer ergens gelezen?). Met voorzichtigheid hanteren ze de dingen en de mensen die ze in deze virtuele wereld tegenkomen, maar die ook de échte wereld raken.

Dat kan en mag je niet roekeloos en anoniem doen. De sociale media kunnen heel makkelijk a-sociale media worden als je over mensen en situaties meningen geeft, en daarbij zelf je gezicht niet laat zien.

Ziedaar, dáárover wilde ik wat kwijt. Over zoiets als Goedgelovig, dus. Jawel, jullie zijn af en toe echt wel grappig, hoor. Maar pure satire, zonder enige relativering door humor, kan geen pure humor zijn. Pure satire is bitter, omdat (zelf)relativering bij humor hoort. En bitterheid, sorry2say, is niet gristelijk.

maart 17, 2010

Schrijver van 2015 schrijft zichzelf in 2000

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 8:10 am

Jongens waren we, maar aardige jongens, ik weet het nog goed. Als ik met m’n buurman over 2K wil beginnen en over de Millennium Bug, denkt-ie dat ik gek ben geworden. Maar jij weet wat het is, al zit je nog maar op de basisschool. Deze brief krijg je op 1 januari 2000, en  ik begrijp best dat je even schrikt (zomaar een brief uit de toekomst, uit 2015?), maar je was juist opgelucht en gerustgesteld dat alle computers het nog gewoon deden. De Wereld Draait Door. Gelukkig.

Ik ben schrijver. Auteur. Daar droom jij toch ook van, om dat te worden? Wees gerust: dat gaat gebeuren. Ik weet het, want ik ben jouw toekomstige ik. Daar moet je niet teveel van schrikken, want het is allemaal fake, flauwekul. Maar ’t is toch een leuk idee om jou een brief te schrijven. Ze hebben dat in 2010 bedacht bij de Boekenweek, maar dat is ook al weer vijf jaar geleden.

Jij hebt iets met boeken. Als je uit school komt, glip je soms even de bieb binnen. Dat mag best, niemand wordt er boos over. Hoogstens kijken ze een beetje raar als je liefkozend je hand over die lange rijen banden laat glijden. Of als je een boek opent, doorbladert, even snuift: het ruikt zo lekker. Soms gaat het mis. Dan is het zo’n spannend verhaal dat je niet meer op kunt houden. Een keer moest je moeder zelfs komen, toen de juf van de bieb alles had afgesloten en jou niet had opgemerkt.

Jawel, ik heet ook Jip! Net zoals jij, maar dat is geen wonder, want mensen blijven hun hele leven lang dezelfde naam dragen. Maar er is in vijftien jaar wel heel wat veranderd, vooral de laatste vijf jaar is het hard gegaan.

Gisteren was ik weer eens bij m’n uitgever, aan de rand van de stad, vlak voordat je de snelweg op gaat. Vroeger – en nu heb ik het over 2000 of zelfs nog 2010 – stonden daar stapels en nog eens stapels boeken, pallets vol. Nu niet meer. Er liggen nog wel wat boeken, maar veel minder.

Als ik zelf boeken wil lezen, hoef ik eigenlijk niet meer naar de bieb. Bijna steeds (behalve bij het hardlopen) draag ik, in een keurig leren etui, een electronische lezer met me mee. ’s Morgens vroeg, in de trein, sla ik de bladzijde op waar ik gebleven ben. Of ik klik even de ochtendkrant open, en blader er doorheen (was dat in jouw tijd, dat ze begonnen die op de stations neer te leggen? Voorbij, jongen!). Misschien zie ik dan wel dat juist dat nieuwe boek is verschenen dat ik altijd al wilde lezen, en tjoeps! – met een druk op de knop ben ik in de iBooks Store, en met nog een paar klikjes héb ik hem. Tot Zwolle lekker lezen! Natuurlijk kan ik er ook nog wat muziek bij ophalen, via iTunes, maar dat bestaat al jaren, al heb jij er nog niks van gehoord. Platenwinkel? Over de kop, niemand weet meer wat platen zijn, en cd’s, dat is ook voorbij. Boekwinkel? Nou, nog niet over de kop, maar ze hebben het daar moeilijk. Bibliotheek? Je kunt er nog steeds over de banden aaien, maar als je echt een boek wilt lezen, kun je gewoon thuis terecht. Bijna iedereen heeft een iComCenter: televisie, computer of laptop (zo noemden ze dat vroeger, ik gebruik die woorden maar zodat jij ze begrijpt), muziek, WII, gaming, krant, dataverkeer, internet, e-mail – álles en nog veel meer loopt via die apparatuur, en ik kan er gewoon onderweg op inloggen.

Boeken, zei je? O ja, boeken. Maak je maar geen zorgen, hoor. Van boeken kom je niet zomaar af. En die uitgever, aan de rand van de stad, vlak bij de snelweg? Die is er nog steeds. Hij heeft een enorm magazijn vol e-books, want hij heeft op tijd bedacht dat er veranderingen zaten aan te komen. En vooral: dat jij eraan komt. Van 2000 tot 2015 is echt niet zo’n eind.

maart 10, 2010

De tijd dat je zweeft

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 7:58 am

 

De tijd dat je zweeft

 

Toen Cees Pols zijn novelle DE TIJD DAT JE ZWEEFT schreef, en het verhaal liet spelen in Uruzgan, had hij er natuurlijk geen idee van dat in februari 2010 het kabinet Balkenende IV zou vallen over de kwestie Uruzgan, luttele weken voor de Boekenweek.

De Boekenweek valt vrijwel samen met de Week van het Christelijke Boek, en dan verschijnt dit boek als promotiegeschenk van het BCB, de branche-organisatie voor het christelijke boek- en muziekvak.

‘Jongens waren we, maar aardige jongens.’ Aan deze openingszin van Nescio uit 1908 is het motto 
van de 75e Boekenweek ontleend: Titaantjes – Opgroeien in de letteren.  Jongens zíjn de beide militairen Brian en Jarno, de hoofdpersonen van dit verhaal. Brian sneuvelt direct aan het begin van het verhaal, en Jarno verliest zijn beide benen, kort nadat hij een man en een kind heeft gedood. Van hem worden de gedachten en overwegingen beschreven in de eerste tijd van zijn revalidatie.

De titel is ontleend aan de sport die de beide jongens beoefenden vóór ze samen in dienst gingen, het kite-surfen, waarbij de uitdaging telkens was wie er het langst in de lucht kon blijven. Tussen hemel en aarde. De wereld die hier tot ons komt is een gebroken wereld, waarbij steeds de vraag tot ons komt: is de ene kant passend te maken bij de andere kant? De hemel bij de aarde? Brian bij Jarno? Jarno bij Kirsten? De bovenkant van Jarno bij zijn onderkant? De vermoorde taliban bij het vermoorde kind? Het eiland bij de wal? De ene helft van het vlaggetje bij de andere helft? En hóe past het een dan bij het ander?

Uruzgan is een symbool van een gebroken wereld. In de novelle wordt niet, zelfs niet impliciet, een standpunt ingenomen over de vraag of we er goed aan doen (of deden) als Nederlanders in Afghanistan aan het werk te gaan. Het slot brengt ons bij Noëlle, een ‘vredesweduwe’, zoals Jarno de jonge weduwe van Brian noemt. Er is geen sjaloom, er is wel een vermoeden van vrede. De barsten in deze wereld lijmen, dat kunnen zelfs de aardige Hollandse jongens niet.

Een boek dat ons aan het denken zou moeten zetten, dat mag je van een christelijk ‘boekenweekgeschenk’ verwachten. Is het dat ook? Het ‘wrijft’wat te weinig. Ik moedig niet aan dat een boek met een vloek moet beginnen (zoals het boekenweekgeschenk van dit jaar), maar met een zucht misschien wel. Bloed krijgt een belangrijke plek in het verhaal, maar je schrikt er toch niet genoeg van. God speelt een rol, maar Hij veroorzaakt niet voldoende frictie, vond ik. ‘Een boek moet zijn als een bijl, waarmee de bevroren zee binnenin ons wordt opengehakt’ – een beroemde uitspraak van Franz Kafka, die al lange jaren tegenover mijn bureau hangt. De bijlslag had wat steviger kunnen aankomen, dieper onder de oppervlakte, maar die beoordeling kan uit de aard der zaak alleen persoonlijk zijn. Wat al met al blijft, is de herinnering aan een gebroken wereld.

maart 3, 2010

Politiek + religie = oorlog

Filed under: Uncategorized — henkmedema @ 5:48 am

Blog030310

Op de derde maart, waarop mijn vrouw en ik – dame en heer op leeftijd – een rustig wandelingetje gaan maken naar de stembus om onze burgerplicht te vervullen, publiceert Christianity Today op het internet verschrikkelijke beelden van de film Neighbours, van Nathan Clarke, http://bit.ly/aNUSZm.  De beelden, opgenomen in het plaatsje Jos, precies op de grens tussen het gebied waar christenen wonen en waar moslims thuis zijn, vertoont gruwelijke beelden van mensen die vermoord en in stukken gehakt of verbrand worden. ‘Het waandenkbeeld, zowel van moslims als van christenen, is dat dit een wedstrijd is die gewonnen kan worden’, zegt de plaatselijke voorganger. ‘Waanzin! Er zijn alleen maar meer verliezers!’

Vandaag verkiezingen. Op wie zouden we ook weer stemmen? De dorpspolitiek van de gemeenteraadsverkiezingen lijkt te gaan over verkeersdrempels, een ringweg, zwemlessen op de basisschool, misschien nog een beetje over zondagsrust en winkelsluiting. Maar als een grote, dreigende rookwolk verheft zich achter het lokale gebeuren de landelijke politiek. Waar rook is, is vuur: onder de verstikkende wolken ligt een strijd die eigenlijk religieus is. Politiek plus religie is oorlog.

Weg met alle religie! – horen wij in de verkiezingscampagne roepen, weg met moslims, weg met gereformeerde en evangelische christenen, laat óns maar aan de macht! ‘Ons!’ Wie waren daar aan het woord? Is dit een nieuwe paarse macht, die achter de voordeur alle vrijheid gunt, maar die niets van religie op straat wil ruiken? Die er fel bezwaar tegen maakt ‘aan de goden overgeleverd’ te worden?

Tussen 1933 en 1953 waren er twee leiders aan de macht in Europa: Hitler tot 1945, Stalin tot 1953. Beiden waren atheïst, en in die twee decennia werden er zo’n honderd miljoen mensen vermoord.

Net als christendom, islam, boeddhisme en alle andere vormen van godsdienst is atheïsme een religieuze pre-occupatie, een ‘ultimate commitment’, een laatste keuze. Verdonk, Wilders, Pechtold, Kant, Halsema hebben hun uiterste bod gedaan op de zielen en de have van ons land. Het lijkt over bijna niets te gaan vandaag, maar het gaat over heel veel.

Een suggestie voor vandaag: bidden bij de stembus. Je hoeft het niet demonstratief te doen, hoor – hoewel dat misschien wel indruk zou maken, als alle christenen het massaal deden.  Maar een ogenblik stilte en inkeer tot jezelf, alvorens het rode potloodje wordt bevochtigd. Bidden voor deze maatschappij, je stad, je gemeente, je land: het sterkste wapen in de geestelijke oorlogsvoering waarbij geen slachtoffers mogen vallen. Niemand dan het Lam mag de Overwinnaar zijn.

Blog op WordPress.com.